Theater in de achtertuin

Oh herfstig lot, roept varen uit.  Hoe vreeslijk bruin wordt mijne huid.
Is dat al, zegt druif, reëel. Zie dan mijn blad vergaan tot geel.

Leverkruid zwijgt, hij schaamt zich rot. Hij waant zich kleurloos en  bespot.
Nee, dan cosmea. Met een kleur roept zij zich uit tot fine fleur.
Mis, roept groene passiebloem. Ik ben nog fris, aan mij de roem.

Spinnen. Slot


De spinnen schrokken wakker van deze bekende kreet. Wat, oorlog?
Naarstig overlegden ze. Hoe zich te weren tegen dit gevaarlijke offensief?  Een lastig vraagstuk.
Ze vonden een oplossing in hun op-één-na machtigste wapen:  de griezelarij.
springspin-voorzijde-kop-phidippus_pius_eyesZe verlieten hun schuilplaatsen en toonden zich. Sommigen met grote ogen, anderen met flitsende rugkruisen of bizarre kleuren. Enkele diehards hieven dikke harige poten maar allemaal bewogen ze zich rennend met zenuwslopend gewriemel, inspelend op menselijke angst.
Een aantal mensen deinsde prompt achteruit en viel flauw; anderen slikten en kwamen terug met lasers en spinaziemessen, ze lachten de spinnen manmoedig uit en hakten de webben door met strijdkreten en bijlen om ramen en deuren te bereiken. De spinnen wriemelden nog harder en kropen over armen en gezichten. Het werd een grote  pan.
Tot er eindelijk ergens een luik open viel. Schreeuwend  begaven de mensen zich naar buiten en richtten brandslangen op de indringers.  Ze zongen ‘We are the champions’, ze hadden het hem gelapt! Veilig tot de volgende herfst en dan zouden we wel zien. Helden waren ze.

Wat konden de spinnen anders doen dan ook naar buiten gaan? Ze groepten bij elkaar en vertrokken naar bos en hei, warme plekken in woningen  wegzettend in hun dromen. Ook zij waren zielig.
Ze sjokten langs berm en gewas. En toen, onverwachts,  riep de voorste: ‘Heeee, recht vooruit een onbemand mensenhuis!’
Hè? Echt waar?
Dat was de oplossing. Weliswaar zonder warme plekken maar beschut.  En,  wie weet, heel misschien, per ongeluk, toch, een ietsepietsie zwarte stroom? Voor ‘n ietsepietsie behaaglijkheid? Je weet maar nooit….  Ze dromden rond de voorste.
En opnieuw klonk het
‘LET’S GO!’
====

Spinnen deel I


– ‘Spinnen en spinsen, hiermee verklaar ik ons seizoen geopend.’
Met een stevige ruk hechtte Arach het sierweb af.  De menigte was onder de indruk van het kunstwerk en klapte in de voorste poten. Er werden aaah’s en oooh’s geroepen en gehoopt dat hij zou opschieten voor de nacht viel. Ze popelden.
– ‘Wederom gaan we op pad. Een plaats zoeken, vrijheid vinden om vliegen te vangen, weven en genieten tot de winter en met wat geluk een paar maanden extra. Op pluizige vlieringen, wellicht in dossierkasten en linnenkamers.
Alvorens de herfstwereld te veroveren,’ vervolgde Arach, ‘eerst een paar dringende verzoeken.
– Bepaalde wijfjes dienen hun wellust in toom houden, na het vorig seizoen bleven er te weinig mannen over voor het zware werk. Ook voor de anderen geldt dat kannibalisme NIET wordt op prijs wordt gesteld, er zijn genoeg insecten en andere smerige hapjes.
En nu: LET’S GO!’
 Het spinnenvolk rende.  Langs en over elkaar,  gretig op zoek naar een goede webstek. Met name mensenhuizen waren gewild om het ruime aanbod van warme plekken. (Op een groepje sociaalvoelende natuurfreaks na die niet relevant zijn voor dit verslag.)
Ze naderden het dorp dat klein genoeg was om in te nemen, er stonden slechts drie woningen, een kapel en een alleswinkel.
De vorige herfst indachtig hadden de bewoners huiverend de luiken van alle panden gesloten en kieren zorgvuldig afgeplakt. Overmoedig deze keer, triomfantelijk bijna, wachtten ze de avond af en gingen rustig slapen, de onnozelen.
De overvallers lieten zich niet weerhouden, ze vonden minieme gaatjes waardoor ze met ingevouwen pootjes achter overgordijnen en gasfornuizen kwamen, onder tafels en stoelen, soms nèt een paar onwetende voeten ontwijkend.
Daar weefden ze hun webben. Van plooi naar plooi, van keuken naar kelder en voordat de ochtend aanbrak waren alle woningen gestoffeerd met bijna ondoordringbaar gespin.
Ze waren onder de pannen, tevreden rustten ze uit.

Morgenavond deel II en slot.

Moody

I’ve got the blues..
tis niet eens een flauwe smoezz
ik mis de zomerappelmoezz
de gieter met de gaatjesbroezz
en ook de sunny minibloezz.
Oh let me taste the opperdoezz
en bring me in een vreetzame roezz…

Nu snik ik in de hutsepot
en boerenkool en snert, o god
de taaitjes arriveren al
en pudding met bonbonnenknal..

Er is één lichtpunt voor mijn ziel:
het word weer lente
it’s a deal.

Herfst = Spinnen


Ergens op het web zwerft een spinnenverhaal in drie delen. Ik kan het niet vinden, tot mijn spijt want het was best spannend. Vond ik zelf.
Juist nu begint hun beste  seizoen, ze zouden precies passen in dit beginnend herfstsfeertje.

Er zit maar één ding op. Nieuwe vangen en ze nieuwe drama’s te laten beleven.
Maar welke? Kruisspinnen biddend in kerken?  Geniepige fobieën veroorzakend? Schaatsend over Friese webben? Een houten poot? Wol?
Ideeën zijn welkom.

Vogel in herfst


Laat in het najaar stapten we af bij de visvijver, ver in de namiddag.
De bomen waren grotendeels kaal.  Het was bewolkt en het water rimpelde flets.
Kortom, een typische herfstdag. Stil. Grijs in veel meer dan vijftig tinten, en donkergroen, bijna zwart.
Getroffen door de roerloze sfeer bleven we staan.
Toen zagen we een vogel aan de overkant, een silhouet  in een kale boom, te ver om te herkennen.
Echtgenoot zwaaide met zijn armen en deed alsof hij vloog. Voor de grap.
De vogel spreidde zijn vleugels en waaierde ze op en neer. Als een antwoord.
Verbaasd herhaalde mijn man zijn beweging.
De vogel ook. En weer, en weer.
Vielen wij, in die stilte, de vogel net zo op als hij dat ons deed?

Een wonderlijke ervaring.
Die niemand gelooft maar echt gebeurd is.

Mooi najaar


Vanmiddag liepen we ergens door een winkelstraat, zo maar, genietend van de zachte lucht.
Een verademing te wandelen met de jas open en een licht maar nietstorend motregentje ondergaand, hier en daar een terrastafeltje waaraan niemand zat maar dat toch vriendelijk stond te wezen.
Echt zo’n milde herfstdag die je verzoent met de tijd. Stormen en slagregens komen later, dode takken leven nog.
De betere soort herfst.