Novembertrip

Het was nattig en kil.
De herfstige lucht vroeg om een stevig maal.
Dus kookte ik aardappels. Met melk en boter, samen op een vuurtje..
In een kier verscheen de zon.
‘Zeg, ga je mee? Rondje boven de regen?”
Natuurlijk stapte ik op.
Wie wil dat niet, een grauwe dag verlaten.
Naar het zuiden gingen we, te kort om bij te kleuren maar dat gaf niks.
Het was zalig, ik vergat de tijd.
Pas toen ik thuiskwam dacht ik aan de aardappelpuree.
Die stond ze bruin te bakken.
Advertenties

Herfststorm in drie hoofdstukken. Slot.

Toen grepen we in.
Een ramp overleven en met een aftandse haas afgescheept worden? Nee…
We keken  elkaar aan en begrepen.
Brachten het waterkanon in stelling en schoten Willem met al zijn dieren de fietsenstalling uit, de donkerte in, Sjaak en de leeuw joegen we er achteraan. Haas en kalkoen stopten we in een zak, daar zou de kookschool wel weg mee weten.
De scholieren namen de buit in hun armen, vertroetelden en voerden wortels en maïs. ‘Eerst bijvoeren,’ zeiden ze, ‘dan zijn ze met kerstmis eetbaar.’ Daar hadden beide dieren vrede mee.
Dankbaar waren de leerlingen ook, ze hadden niet veel op met loslopend vee en schreeuwende broers, ze bakten als dank verse aardappelen met champignons,  maakten verantwoorde mayonaise  met tijm en peterselie, ze plukten zelfs tomaten en sla, en dat midden in de nacht.
Gretig doken we op de maaltijd, hongerig als we waren door de stormachtige gebeurtenissen.
Na de koffie bekeken we ons huis waar de ravage ons zo afstootte dat we meteen om een voordelige woning mailden die onmiddellijk werd geleverd.
We zetten hem op een mooie plek.
In de opkomende zon en een schoongewaaide lucht rustten we uit op ons spiksplinternieuwe terras met uitzicht op de populinde waarvan de takken al aardig uitliepen.
We waren moe. Een nacht als deze, besloten we, willen we nooit meer meemaken.
En sliepen in.

Herfst is dubbel

Heerlijke Herfst.

Het is prachtig om te zien hoe de zomer ten einde loopt.
Imponerend verheffen zich grote wolken, zij vormen reinigende stormen en koele buien en spelen met een regenboog aan bladeren.
Een blije herfst bemerk je ook bij mensen en dingen.
In de groenteafdeling beleeft zomerfruit sprankelend de nadagen; aardappelen piepen zingend door hun plastic zakken en stevige preien dansen bijna in hun kisten.
Ook de slagerij biedt een opgewekte aanblik, niet in het minst door de fris-ogende karbonades en de stevig in het vel zittende saucijzen. Chateaubriands loeien je tegemoet vanuit hun kraakheldere bakken.
En dan het brood, een en al geurigheid en glanzende korstjes.
De winkelenden stappen met opgewekte najaarspassen langs de schappen om uiteindelijk liefdevol de waren op de band te vlijen.
Afrekenen lijkt een spel voor twee: hand op hand, een lach, een vriendelijk ‘dank-u-wel’ en tenslotte huppelen de mensen naar buiten, de schoongewaaide lucht tegemoet.
Het personeel wuift hartelijk.

———————————————————–

Herfst.
Mineur.

Je kunt wel zien dat de herfst is begonnen.
Niet alleen aan wind en regen, ook aan mensen en dingen die verwaaid en bewolkt ronddwalen.
Ga naar een willekeurige winkel en zie.
Bij de groenteafdeling liggen de preien lusteloos in hun kist; aardappelen hangen onderuitgezakt in de rekken; restantjes zomerfruit schrompelen onder mistige ademstoten .
Bij de slagerij is het niet veel beter. Zowel de karbonaadjes als de braadlappen liggen vellerig te wezen in verdofte bakken en de braadworst ziet er zowel grijs als gerimpeld uit. Chateaubriands lijken op de dode ossen waaruit zij gesneden zijn.
Het brood behoeft geen beschrijving: alles is grauw.
En dan de mensen die er rondlopen, daar wordt je pas goed herfstig van.
Beregend en verwaaid slepen ze zich lauw langs de schappen om tenslotte met kleurloos chagrijn de artikelen op de band te gooien -moet die rotzooi nog betaald worden ook? Vooruit dan maar-
Landerig vegen ze de boel in versleten tassen en  tenslotte sjouwen ze  naar buiten. Het najaar tegemoet.
Het personeel kijkt ze narrig na.

Theater in de achtertuin

Oh herfstig lot, roept varen uit.  Hoe vreeslijk bruin wordt mijne huid.
Is dat al, zegt druif, reëel. Zie dan mijn blad vergaan tot geel.

Leverkruid zwijgt, hij schaamt zich rot. Hij waant zich kleurloos en  bespot.
Nee, dan cosmea. Met een kleur roept zij zich uit tot fine fleur.
Mis, roept groene passiebloem. Ik ben nog fris, aan mij de roem.

Spinnen. Slot


De spinnen schrokken wakker van deze bekende kreet. Wat, oorlog?
Naarstig overlegden ze. Hoe zich te weren tegen dit gevaarlijke offensief?  Een lastig vraagstuk.
Ze vonden een oplossing in hun op-één-na machtigste wapen:  de griezelarij.
springspin-voorzijde-kop-phidippus_pius_eyesZe verlieten hun schuilplaatsen en toonden zich. Sommigen met grote ogen, anderen met flitsende rugkruisen of bizarre kleuren. Enkele diehards hieven dikke harige poten maar allemaal bewogen ze zich rennend met zenuwslopend gewriemel, inspelend op menselijke angst.
Een aantal mensen deinsde prompt achteruit en viel flauw; anderen slikten en kwamen terug met lasers en spinaziemessen, ze lachten de spinnen manmoedig uit en hakten de webben door met strijdkreten en bijlen om ramen en deuren te bereiken. De spinnen wriemelden nog harder en kropen over armen en gezichten. Het werd een grote  pan.
Tot er eindelijk ergens een luik open viel. Schreeuwend  begaven de mensen zich naar buiten en richtten brandslangen op de indringers.  Ze zongen ‘We are the champions’, ze hadden het hem gelapt! Veilig tot de volgende herfst en dan zouden we wel zien. Helden waren ze.

Wat konden de spinnen anders doen dan ook naar buiten gaan? Ze groepten bij elkaar en vertrokken naar bos en hei, warme plekken in woningen  wegzettend in hun dromen. Ook zij waren zielig.
Ze sjokten langs berm en gewas. En toen, onverwachts,  riep de voorste: ‘Heeee, recht vooruit een onbemand mensenhuis!’
Hè? Echt waar?
Dat was de oplossing. Weliswaar zonder warme plekken maar beschut.  En,  wie weet, heel misschien, per ongeluk, toch, een ietsepietsie zwarte stroom? Voor ‘n ietsepietsie behaaglijkheid? Je weet maar nooit….  Ze dromden rond de voorste.
En opnieuw klonk het
‘LET’S GO!’
====

Spinnen deel I


– ‘Spinnen en spinsen, hiermee verklaar ik ons seizoen geopend.’
Met een stevige ruk hechtte Arach het sierweb af.  De menigte was onder de indruk van het kunstwerk en klapte in de voorste poten. Er werden aaah’s en oooh’s geroepen en gehoopt dat hij zou opschieten voor de nacht viel. Ze popelden.
– ‘Wederom gaan we op pad. Een plaats zoeken, vrijheid vinden om vliegen te vangen, weven en genieten tot de winter en met wat geluk een paar maanden extra. Op pluizige vlieringen, wellicht in dossierkasten en linnenkamers.
Alvorens de herfstwereld te veroveren,’ vervolgde Arach, ‘eerst een paar dringende verzoeken.
– Bepaalde wijfjes dienen hun wellust in toom houden, na het vorig seizoen bleven er te weinig mannen over voor het zware werk. Ook voor de anderen geldt dat kannibalisme NIET wordt op prijs wordt gesteld, er zijn genoeg insecten en andere smerige hapjes.
En nu: LET’S GO!’
 Het spinnenvolk rende.  Langs en over elkaar,  gretig op zoek naar een goede webstek. Met name mensenhuizen waren gewild om het ruime aanbod van warme plekken. (Op een groepje sociaalvoelende natuurfreaks na die niet relevant zijn voor dit verslag.)
Ze naderden het dorp dat klein genoeg was om in te nemen, er stonden slechts drie woningen, een kapel en een alleswinkel.
De vorige herfst indachtig hadden de bewoners huiverend de luiken van alle panden gesloten en kieren zorgvuldig afgeplakt. Overmoedig deze keer, triomfantelijk bijna, wachtten ze de avond af en gingen rustig slapen, de onnozelen.
De overvallers lieten zich niet weerhouden, ze vonden minieme gaatjes waardoor ze met ingevouwen pootjes achter overgordijnen en gasfornuizen kwamen, onder tafels en stoelen, soms nèt een paar onwetende voeten ontwijkend.
Daar weefden ze hun webben. Van plooi naar plooi, van keuken naar kelder en voordat de ochtend aanbrak waren alle woningen gestoffeerd met bijna ondoordringbaar gespin.
Ze waren onder de pannen, tevreden rustten ze uit.

Morgenavond deel II en slot.

Moody

I’ve got the blues..
tis niet eens een flauwe smoezz
ik mis de zomerappelmoezz
de gieter met de gaatjesbroezz
en ook de sunny minibloezz.
Oh let me taste the opperdoezz
en bring me in een vreetzame roezz…

Nu snik ik in de hutsepot
en boerenkool en snert, o god
de taaitjes arriveren al
en pudding met bonbonnenknal..

Er is één lichtpunt voor mijn ziel:
het word weer lente
it’s a deal.

Herfst = Spinnen


Ergens op het web zwerft een spinnenverhaal in drie delen. Ik kan het niet vinden, tot mijn spijt want het was best spannend. Vond ik zelf.
Juist nu begint hun beste  seizoen, ze zouden precies passen in dit beginnend herfstsfeertje.

Er zit maar één ding op. Nieuwe vangen en ze nieuwe drama’s te laten beleven.
Maar welke? Kruisspinnen biddend in kerken?  Geniepige fobieën veroorzakend? Schaatsend over Friese webben? Een houten poot? Wol?
Ideeën zijn welkom.