Ook hier is het herfst


Jaarlijks terugkerende vraag: zijn het nu paddekoeken of pannestoelen?
Als je ze op een bord legt zou niemand het verschil zien. Met stroop erover ook niet proeven.

En dit krijg je eveneens elk jaar.
Merels die elk richeltje en kiertje leegpikken.  Langs elke muur en balk, tussen de tegels, ze rommelen maar an.
Het is een komisch gezicht ze als een bezetene aan het werk te zien, je denkt dat ze een wintervoorraad moeten aanleggen.
Wat zoeken ze daar toch? Onkruid, zaadjes, wormpjes en plantenworteltje staan ook in de vrije grond, veel makkelijker zou je zeggen.

Gelukkig lusten ze deze sedum niet.
Een vetplantje dat langzaam groeit
maar het op een oud muurtje goed doet.
Als hebberige merels hier zouden aankomen zette ik de bloem in een kooitje.
Mogen ze er naar kijken.
==

Uitzicht


Echt herfst.
Ondanks wind en regen is het mooi buiten.
Toen ik uitgekeken was op de natte straat en drijvend achtertuintje ging ik boven verder met genieten.
Recht vooruit staan nog zomerachtige bloemen op 3 meter hoogte.

Dan naar links waar het garagedak een onverwachts spannende aanblik bood door een schip.
Wie had dat nu gedacht. Een schip, hier,  in de Peel.
Best mooi, het haalde de suffe troosteloosheid ’n beetje weg
Ik heb het uitgebreid bekeken maar werd niets wijzer over herkomst en bestemming. Ook probeerde ik vlaggentekens en lichtseinen.
Geen antwoord. Waarschijnlijk had ik de verkeerde tekst, ik ken die codes niet.
Voor alle zekerheid heb ik er een bewijsfoto van gemaakt.
Want echt, sommige mensen geloven nooit wat.
==

Herfstbed

Nee, geen matras van afgevallen bladeren, het is de beginnende kou die ik bedoel. Zodra de zomer ten einde loopt zie ik dit als een voordeel.
Hoe het anderen vergaat weet ik niet maar ik kruip er dagelijks met meer plezier in. Het duurde vrij lang voor ik na de de dood van echtgenoot de draai kon vinden maar het kwam goed.

Hoe lager de temperatuur hoe liever ik het heb.
Vannacht ongeveer 5°C, binnenkort vorst aan de grond, misschien al ergens geweest.
Des te beter.
Tot nog toe onder een laken en een dunne deken, straks het dekbed om me er helemaal in te rollen. Bijna een gymnastische onderneming maar dan lig ik zalig.
Het doet me denken aan de tijd dat ik tussen twee grote zussen mocht slapen en, nieuwsgierig luisterend naar verboden verhalen, langzamerhand warmer werd tot ik in slaap viel.
(Dit kwam niet vaak voor, alleen als er logees waren. Zussen vonden het trouwens niet prettig dat ik grote oren had maar dat terzijde-).
De herinnering is al voldoende om het bed extra te waarderen.

Tussen 11 en 12 maak ik me op voor de slaapsessie. Strakgetrokken onderlaken, rekken en gapen, gsm en tablet nakijken, nog één maxigaap en dan de laatste stap.
Naast me ligt leeswerk, huistelefoon, tablet, schrijfspullen. Waarvan ik zelden gebruik maak, mijn ogen vallen te snel dicht. De tv en radio doen het niet, ik kijk en luister toch nooit.
Er stopt een auto in de straat, verderop slaat een portier dicht.
Een buur laat de hond uit.
Iemand praat nog wat, vager en vager.
Ik soes weg.
En ben van de wereld.
-=

PS  vergat nog de blik onder het bed😈.

..

Verscholen bloem

Waarschijnlijk groeien er in elke tuin nog bloemen.
Hier ook, het houdt de boel fleurig.
Maar die ene oost indische kers baart me zorgen.
Hij houdt zich verscholen. Dat is niet goed, niet des bloems.
Ik probeer hem te lokken met mooie praatjes.
Hij weigert.
Net een koppige mens. Of een bange?
Straks gaat hij dood zonder te hebben geleefd.

Dat was de zaterdag en halve zondag

De fancy fair bleek een interne aangelegenheid maar daarom niet minder aardig. En lachwekkend goedkoop.
Met de handen vol boeken en nog wat rommeltjes stopte ik met neuzen en kocht er een tas bij, één euro voor een stevige tas is een prima koop.
De beste terrassen waar we naderhand aan toe waren zaten propvol, we trokken naar de volgende plaats en kwamen terecht bij het terras van de toekan. (Niet dat van het plaatje)
Jongens wat was het heerlijk.
Ruim van plek, zalige zomerwarmte,groot zonnescherm en af en toe een briesje dat bijna zwoel aanvoelde (we dronken echt alleen limonade).
Dan wil je niet naar huis en dat deden we ook niet.
Nog wat drinken, beetje eten. Beetje veel, eerlijk gezged.De laatste happen gingen in slow motion.
Koffie, nog even door de dorpen rijden en toen ik thuis was en de aankopen bekeek viel ik boven de nieuwe oude boeken in slaap en werd wakker bij de winst van Nederland op Duitsland. Een verrassend ontwaken.
Toen ben ik naar bed gegaan waar ik verder sliep. Wat wil je ook, rozig van de zon en een buik vol.
Onverwachtse bijkomstigheid: de gezichten waren bijgekleurd. Niet veel,  net zichtbaar.
In oktober…
Zo’n reservezomertje, ik mag dat wel.
==

Novembertrip

Het was nattig en kil.
De herfstige lucht vroeg om een stevig maal.
Dus kookte ik aardappels. Met melk en boter, samen op een vuurtje..
In een kier verscheen de zon.
‘Zeg, ga je mee? Rondje boven de regen?”
Natuurlijk stapte ik op.
Wie wil dat niet, een grauwe dag verlaten.
Naar het zuiden gingen we, te kort om bij te kleuren maar dat gaf niks.
Het was zalig, ik vergat de tijd.
Pas toen ik thuiskwam dacht ik aan de aardappelpuree.
Die stond ze bruin te bakken.

Herfststorm in drie hoofdstukken. Slot.

Toen grepen we in.
Een ramp overleven en met een aftandse haas afgescheept worden? Nee…
We keken  elkaar aan en begrepen.
Brachten het waterkanon in stelling en schoten Willem met al zijn dieren de fietsenstalling uit, de donkerte in, Sjaak en de leeuw joegen we er achteraan. Haas en kalkoen stopten we in een zak, daar zou de kookschool wel weg mee weten.
De scholieren namen de buit in hun armen, vertroetelden en voerden wortels en maïs. ‘Eerst bijvoeren,’ zeiden ze, ‘dan zijn ze met kerstmis eetbaar.’ Daar hadden beide dieren vrede mee.
Dankbaar waren de leerlingen ook, ze hadden niet veel op met loslopend vee en schreeuwende broers, ze bakten als dank verse aardappelen met champignons,  maakten verantwoorde mayonaise  met tijm en peterselie, ze plukten zelfs tomaten en sla, en dat midden in de nacht.
Gretig doken we op de maaltijd, hongerig als we waren door de stormachtige gebeurtenissen.
Na de koffie bekeken we ons huis waar de ravage ons zo afstootte dat we meteen om een voordelige woning mailden die onmiddellijk werd geleverd.
We zetten hem op een mooie plek.
In de opkomende zon en een schoongewaaide lucht rustten we uit op ons spiksplinternieuwe terras met uitzicht op de populinde waarvan de takken al aardig uitliepen.
We waren moe. Een nacht als deze, besloten we, willen we nooit meer meemaken.
En sliepen in.

Herfst is dubbel

Heerlijke Herfst.

Het is prachtig om te zien hoe de zomer ten einde loopt.
Imponerend verheffen zich grote wolken, zij vormen reinigende stormen en koele buien en spelen met een regenboog aan bladeren.
Een blije herfst bemerk je ook bij mensen en dingen.
In de groenteafdeling beleeft zomerfruit sprankelend de nadagen; aardappelen piepen zingend door hun plastic zakken en stevige preien dansen bijna in hun kisten.
Ook de slagerij biedt een opgewekte aanblik, niet in het minst door de fris-ogende karbonades en de stevig in het vel zittende saucijzen. Chateaubriands loeien je tegemoet vanuit hun kraakheldere bakken.
En dan het brood, een en al geurigheid en glanzende korstjes.
De winkelenden stappen met opgewekte najaarspassen langs de schappen om uiteindelijk liefdevol de waren op de band te vlijen.
Afrekenen lijkt een spel voor twee: hand op hand, een lach, een vriendelijk ‘dank-u-wel’ en tenslotte huppelen de mensen naar buiten, de schoongewaaide lucht tegemoet.
Het personeel wuift hartelijk.

———————————————————–

Herfst.
Mineur.

Je kunt wel zien dat de herfst is begonnen.
Niet alleen aan wind en regen, ook aan mensen en dingen die verwaaid en bewolkt ronddwalen.
Ga naar een willekeurige winkel en zie.
Bij de groenteafdeling liggen de preien lusteloos in hun kist; aardappelen hangen onderuitgezakt in de rekken; restantjes zomerfruit schrompelen onder mistige ademstoten .
Bij de slagerij is het niet veel beter. Zowel de karbonaadjes als de braadlappen liggen vellerig te wezen in verdofte bakken en de braadworst ziet er zowel grijs als gerimpeld uit. Chateaubriands lijken op de dode ossen waaruit zij gesneden zijn.
Het brood behoeft geen beschrijving: alles is grauw.
En dan de mensen die er rondlopen, daar wordt je pas goed herfstig van.
Beregend en verwaaid slepen ze zich lauw langs de schappen om tenslotte met kleurloos chagrijn de artikelen op de band te gooien -moet die rotzooi nog betaald worden ook? Vooruit dan maar-
Landerig vegen ze de boel in versleten tassen en  tenslotte sjouwen ze  naar buiten. Het najaar tegemoet.
Het personeel kijkt ze narrig na.