Matroos Beeks extra eng vervolg op ‘Bijna een griezelverhaal’

Schrik niet, gewoon rustig lezen en inslapen.
—–

Ze huilde hardop, griste het laken van de tafel en kroop er helemaal in weg. De punten van het tafellaken hield ze stevig op beide oren. Ze wilde niks meer horen of zien. Hoe lang ze daar zo zat te snikken, weet ze niet meer. Toen ze bijna van de stoel gleed omdat ze plots indutte, schrok ze op.
Met het laken stevig rond haar hoofd en middel, sloop ze naar de slaapkamer waar ze diep onder het donsdeken gleed en meteen in een heel diepe uitgeputte slaap zakte.
Een harde, onvriendelijke por van een elleboog in haar rug deed haar weer ontwaken. De zucht van de wachtende was er weer… ‘Ga weg, eruit..’ kraste een dodenstem.
Dit gebeurt niet echt, dacht ze, dit bestaat niet. Katie Kroes is dood. Katie Kroes heeft zich hier dertig jaar geleden verhangen op zolder omdat haar aanstaande het uitmaakte net voor hun bruiloft.
Een blauwe, benige lijkvinger duwde in haar ruggengraat en met een koude krachtige zucht dwong ze haar naar de zijkant van het bed. ‘Eruit’ kraste Katie. ‘Eruit!’
Katie Kroes was terug.

Bea

Advertenties

Twee verrassend leuke vervolgen op ‘Bijna een griezelverhaal’

Dit gelezen, nu moet ik nog naar boven, eng…. ☻
=====

Ze voelde een koude rilling over haar rug lopen, ze kon er niks aan doen maar haar lichaam begon te trillen. ‘Controle, ik wil controle, niet trillen, niet bang zijn’ zei ze hardop tegen zichzelf. Aandachtig luisterde ze naar de raspende ademhaling. Die piepte zachtjes bij iedere teug die naar binnen ging. Ineens hield ze het niet meer, ze sprong recht omhoog uit haar stoel en rende naar de deur. Maar dat lukte niet, haar benen bleven staan, ze kon ze niet bewegen. De kou die ze voelde kwam dichterbij, steeds dichterbij, net als het raspende geluid van de ademhaling. In en uit, in en uit. Ineens, een gil! Haar eigen gil! Het ontsnapte uit haar keel! Het klonk ijzig, zo ijzig dat haar man die naast haar lag te slapen wakker schoot. Badend in het zweet zat ze rechtop in bed. Het raam stond open, de hond was stiekem de slaapkamer binnen gelopen. Doorweekt en nog na rillend haalde ze opgelucht adem. Een nachtmerrie! Een dood- en doodenge nachtmerrie. Gelukkig. Ze sloot haar ogen en haalde diep adem om zichzelf te herpakken.
Ze stapt voorzichtig uit bed, keek om zich heen. Waar was ze eigenlijk? Zo zag de slaapkamer er toch niet uit? Misschien was het geen nachtmerrie, maar toch echt….

Joosje
==

Toen ze ‘s-morgens wakker werd was het stil in huis. Heel stil. Dat was raar want normaal hoorde ze altijd wel ergens geruis vandaan komen. De buren, kinderen op straat op weg naar school, verkeer. Nu niet. Het was doodstil. Wel kon ze ergens in de verte gekras horen…een raar geluid. Naast haar zag ze een vlek. Donker van kleur. Haar ogen sperden zich open, haar hart sloeg over, een huivering trok door haar hele lijf. Ze durfde zich niet te bewegen. Geen geluid te maken. Bang voor wat er mogelijk in huis rond sloop. Als ze maar stil was kon ‘dat’ haar niet ontdekken. Ze moest nodig plassen, dat wel. Buiten was het ook zo donker. Ook al zo raar, want het hoorde licht te zijn. Ze rook een vreemde lucht. Intrigerend, maar ook niet de geur die in haar huis thuis hoorde. Het gekras kwam ergens uit haar badkamer vandaan. Ze besloot toch maar eens te kijken. Wellicht een muis of zo. Ze was er bang voor, maar met een wapen in haar handen zou ze dat wel te lijf kunnen. De vloerveger werd dat. Ze sloop op haar blote tenen naar de badkamer, rukte die open en verstijfde……wat ze daar zag sneed haar de adem in de keel af……..(wie o wie)

Leo

Bijna een griezelverhaal

Het zachte zuchtgeluid weerklonk nu achter haar.
Raspend bij vlagen, ingehouden daartussenin.
Op een avond wachtte het haar op toen ze naar boven ging.
Akelig, beklemmend, benauwend.
Dan naast haar op het hoofdkussen. Ze kromp bij het geluid..
Ze analyseerde de zucht, vluchtig, in een poging zich niet te laten meeslepen in overspannen angsten. Wie ademde op deze manier?
Niet de echtgenoot, hij was er niet meer.
Die viezelijke ouwe oom? Maar hij was dood en kreeg een kruis na.
Ze schrok op door een diepe hijg, de ongeduldige zucht van een wachtende.
Geschrokken keek ze naar de keuken vanwaar het geluid kwam.
Ze rende, niemand te zien. Of toch?
Bang zette ze zich weer in haar stoel, steels om zich heen kijkend. Kwam iemand haar halen? Waarom?
Ze huilde hardop…..

Ooit blogde ik dat ik graag een griezelverhaal wilde schrijven maar het niet durfde. Bang voor mijn eigen creaties.
Herhaaldelijk begon ik er aan, even vaak moest ik afhaken. Ook nu.
Waarom begin ik dan telkens?
Griezelverhalen zijn fascinerend.
Jammer dat ze zo eng zijn.

Mocht iemand hier een vervolg op weten, dan ben ik heel nieuwsgierig en plaats het.

Een ijselijke gebeurtenis. Lang geleden.

De sfeer op die dag deugde niet.
Vanaf het ontbijt voelden we het. Iets unheimisch’.
We wisten niet waaraan het lag en liepen het hele huis na, voor- en achtertuintje. Van vliering tot kelder.
We vonden niets wat we verdachten van onheil. Hoogstens was er een vervelende buurman en aan hem waren we gewend.
In de loop van de dag veranderde de lucht. Groenigheid schemerde door de wolken, het blauw leek te vergelen. Bladeren ritselden alle kanten op, we zagen trillende takken. Bangelijke bloemen sloten zich, de waterlelies doken onder.
Bevreemd zagen we het aan. De zon scheen toch nog?
Wat maakte ze zo benauwd?
Langzaam verdween de dag.
Te vroeg. Er klopte iets niet.
Dan kwamen er schaduwen opzetten, zomaar, vanuit het niets.
Tot we naar buiten keken en een paar wezens zagen, zo eigenaardig van silhouet dat we ze niet herkenden als iets van deze wereld. Ze keken naar elkaar, als ze tenminste een gezicht hadden.
‘De camera,’ haastte echtgenoot zich, ‘vlug, straks zal niemand zal ons geloven…’
Hij vond hem.
Maar toen hij de lens op de onbekende figuren richtte schrok het toestel vreselijk en sloeg op tilt, het was duidelijk dat zijn plaat té gevoelig was.
De schaduwen bewogen, even maar. Dan losten ze op in de schemer.

Niettemin ontwikkelde zich een foto.
Slecht van kwaliteit maar de wanstaltigheden zijn duidelijk te zien.
Opgelucht dat de normaliteit terugkeerde bekeken we de opname.
Kijk en huiver.
Het beeld spreekt voor zich, en toch zag niemand dat we de waarheid spraken.

Griezelplan


Dat plan heb ik al heel lang, een eng verhaal schrijven. Een serieus stuk zonder mijn gebruikelijke flauwe kul.
Maar ik durf niet meer.
Als schijtlijster voelde ik me niet goed bij het bedenken alleen al.
En wanneer ik het schreef bestierf ik het bijna.
Te vaak was ik druk met pen of toetsen, schichtig rondkijkend, de adem over mijn rug voelend van de grote griezel die met kille vingers naar mijn hals greep en zijn hatelijk gegorgel in mijn oor fluisterde of sissend gore taal uitbraakte en dan, o god, dit moet niet…
…dan maakte ik er liever een zootje onzin van. Iets minder engs. Sissen werd slissen, hatelijk werd stompzinnig, griezel werd halve gare. De angst verging maar het verhaal ook.

De nieuwste technologie is eveneens een goed griezelonderwerp.
Denk aan een huishoudrobot die de geest krijgt door een verkeerd geïmplanteerd brein. Alles afsluit en naar je gaat staren. De hele dag met flikkerende ogen naar je kijkt, uur na uur, weigerend de buitendeuren te openen, je achterna loopt op trappen en in de badkamer, bij het koken, almaar kijkend, je blik probeert te vangen, gadverdamme….
…en weer maakte ik er een lolletje van.

Ik houd het netjes, akeliger voorbeelden geef ik niet. Over het kruip- en sluipgedierte zal ik het maar niet hebben.
Ze komen allemaal op hetzelfde neer: ik verzin wat en ben te bang om verder te schrijven.
Misschien later, ooit.

Korte picknick

Dit plaatje (een echte is me te eng) bracht me terug naar een zomervakantie in het Gooi waar ik bij een zus logeerde.  Op een dag stelde ze een picknick voor, op de hei.
We vulden een mand en namen een plaid.
Eenmaal op de hei spreidden we de spullen uit en daar zaten we, klessebessend en etend, genietend van de zon. Althans, ik.
Zij bleef maar rondkijken en op de plaid kloppen en na een uurtje gaf ze het op. We blijven niet lang, zei ze, zullen we koffie drinken in het dorp?
Huh?  Met voldoende drinken bij ons?
Toen gaf ze toe: er leven hier adders.
Ik vloog minstens een meter op, panisch. Dat lieg je toch?
Nee, zei ze, echt. Het leek me een leuk uitje voor jou maar eerlijk gezegd griezel ik me dood.
Anders ik wel.  Het idee.
Gehaast propten we de boel in de mand en met hoog optrekkende knieën beenden we weg, zorgvuldig om ons heen speurend.
Later, bij haar thuis, was ik nog steeds niet gerustgesteld. Ze woonde buiten de kom, er was een flinke tuin met veel groen. Wie zegt dat daar ook niet van alles rond sloop?  Zo ver was het niet vanaf de hei.
Zwager lachte me uit en begon de bekende uitleg. Ze gaan de mensen uit de weg, hoeft niet bang te zijn enzovoorts, tenslotte beweerde hij dat hij elke avond controleerde. Nou, dat hielp…
De logeerpartij eindigde zonder incidenten.
Fobisch ben ik niet maar in een buitengebied zal ik nooit op de grond of een boomstronk of iets dergelijks gaan zitten, ook niet in de bossen rondom ons dorp.

Bang? Nee toch…

Volle maan.  IJselijke dingen komen voor. Toch niet echt? hoop ik.
Schrikachtig luister ik naar de nacht.
Niet hier, mompel ik mezelf gerust, dat ritseltje is een dakduif, het schijnsel  een manestraal , het gehuil is de buurbaby en –
‘Oh ja? Hahahahaaa….
Verstard lig ik daar en luister. Iets sluipt grinnikend onder het bed door. Plotseling staat het naast me.
Dodelijk bang staar ik naar gele ogen en punttanden, voel nagels langs mijn gezicht.
‘Had je niet gedacht hè?
‘Ga weg ,’ fluister ik.
Het ademt walgelijke walmen en grijpt mijn arm. Panisch stomp ik in het gezicht, en weer, tot het wezen me loslaat en verdwijnt.
Vloekend en slissend.
Rillend sta ik op, wat een rotdroom.
Ik sluit het raam, veeg wat zand weg… zand?  Met een pootafdruk??
Dan val ik flauw.