Foto

De nieuwe kopfoto is een oudje, ik krijg hem met alle filters niet helderder.
Maar het is duidelijk:  kauwen hadden hier hun verzamelplaats.

Advertenties

Achtertuintje

Het is al weer te droog.
Knolletjes en zaadjes die ik in de grond stopte besproei ik licht.
Te vroeg, volgens een kennis, gezaaid vóór de IJsheiligen kunnen ze bevriezen.
Daar trek ik me niks van aan.
Ervaring doet ook wat. Ik weet dat het gros -en meer- ontkiemt.
En nog wat. Hebben de ijsheiligen nog iets te zeggen met de klimaatveranderingen? Zijn ze nog wel geldig? Ik betwijfel het. De verhalen van ‘in juni bevroren de poters nog’ dateren altijd van vroeger.
Hoe dan ook.
Ik wacht op groene puntjes in de achtertuin, met argusogen zoek ik dagelijks maar niets komt de grond uit.
Hier en daar een spijtig grassprietje dat sorry zegt.
Het is te vroeg, houd ik mezelf voor, over een maand wanhoop je door het oerwoud van wildgroeiende bloemen en planten.
Wat heb ik aan die gedachte?
Ik kijk ze NU de grond uit. Daar besproei ik ze voor. Ik bid voor ze en duim, smeek desnoods.
Wat willen ze nog meer?
Zelfs wildgroei verwelkom ik.
==

Voorraam


De fleurige bloempotjes en -emmertjes in de rommelwinkels stonden me wel aan.
Ik zette ze her en der neer tot het verveelde.
Weggooien kon niet, ik verplaatste ze naar een lege plank. Stond best aardig, al die felle kleurtjes. Af en toe kocht ik er een bij tot de plank vol was.
Toen zag ik mensen stilstaan en naar ons raam wijzen.
Het duurde even voor ik begreep dat ze naar de bloempotjes keken die op de lege plank stonden, de vensterbank.
Echtgenoot lachte er om dus liet ik ze staan.
Nu heeft de zon ze verkleurd en is het een fletse bedoening geworden.
Maar ja, de rommelwinkels in het dorp zijn verhuisd naar verderopse plaatsen. Daar komen we niet vaak.
De kijkers zullen het met deze moeten doen.
Ik ook.
Waar een mens al niet door geplaagd wordt.
-=

Nog een erfstuk.


Alweer een boek, uitgegeven in 1976.
Het is uitgesproken technisch, de bladwijzer zit bij een abracadabra-pagina.
Een soort toverspreuken.
De vraag is ook nu:
wat moet je er mee.
Dumpen bij Arendsoog en P.Pandoer in de oudpapierdoos?
Toch jammer, het was van een broer die motor reed en het redelijk zuinig bewaarde.
Hij hield van deze techniek, voor hem was dit  boeiend leeswerk.
Terug in de kast maar weer, bij de foto-albums met
opoe en oude tantes die niemand meer kent.

Ergens zag ik dit boek te koop staan voor € 40.
Oorspronkelijke prijs: fl 4,95.
Interessante groei.
Als ik nog even geduld heb word ik miljonair.
Dan trakteer ik op taartjes en een motorritje,
weer eens wat anders dan een Solex.
Er is vast wel een bedrijf waar je zoiets kan bestellen
en anders koop ik er zelf een en mogen jullie achterop.
Strak plan?

 

 

Nog even

Allen hartelijk dank voor het medeleven.
Antiek gezegd: het doet me deugd.
Anekdotes over broer te over maar die zijn voornamelijk mooi voor onszelf, ze klinken niet goed wanneer je ze gaat opschrijven..
Nu zie ik een triple A, nooit geweten dat emotie tot alliteratie zou leiden. Goed zeg,
al doende leert men.
Morgen ga ik verder met bloggen.
Tot dan.

Bevlogen

Halverwege het tuinpad zwermden al kleine mugjes of is het muggetjes? Of vliegjes?
Dat zie je soms al in februari zodra de vorst weg is.
Ik vraag me vaak af wat ze doen behalve samenscholen. Paardansen? De polka? Nieuwtjes uitwisselen?
Is de ene plek beter dan de andere?
Het tuinpad is een strategische plaats, weten ze dat ze in de baan van een mens vliegen? Wat willen ze van je?
Dit vraag ik me niet voor niets af.
.
Lang geleden wachtte ik op de bus.
Het was een warme zomeravond en stil, zoemgeluiden voerden de boventoon.
Ik was te vroeg en leunde suffend tegen de halte.
Plots kwam het gezoem naderbij en ik stond zomaar met het hoofd in een zwerm minivliegjes. Ik schudde en zwaaide, het hielp niet.
Heen en weer lopen ook niet.
Geërgerd wandelde ik verderop. Ze zwermden mee, almaar rondom mijn hoofd.
Ze deden me niets maar het was een rotgevoel het middelpunt te zijn van zoiets.
Ik keek naar de weg of ik een bekende zag in de hoop dat een praatje ze zou verjagen.
Niemand te zien.
Te worden bevlogen, het leek een sf-film in miniatuur.
Eindelijk kwam de bus.
Daar werden ze door afgeschrikt, ik kon ongevleugeld instappen.

Toen ik ze vanmiddag zag bleef ik binnen.
Wie zegt me dat ze geen oergeheugen hebben en me nog herkennen of ruiken of wat dan ook?  Als dat mens dat niets van ze wilde weten?
Ik vertrouw ze voor geen cent.
==

Reclamevrij NPO

De publieke omroep ligt onder vuur.
Afname van kijkers en luisteraars, er moet weer geld bij, kortom, kommer en kwel.
Niet voor het eerst.
Nu, met de Provinciale Statenverkiezingen in aantocht, wil men er iets aan doen.
Prima hoor, ze bedenken wel wat. Ik kan ze niet helpen.
Maar het voorstel om de reclames eruit te halen lijkt me geen goed idee. Ik geloof niet dat er met een reclamevrije omroep meer kijkers te behalen zijn en het levert ook nog een verlies op van een slordige 150 miljoen euro. Het was een item van vóór het Internettijdperk.
De STER bij NPO is acceptabel. Er wordt niet ingebroken in programma’s, het verschijnt alleen tussen de programma’s.
Vergelijk het eens met de commerciëlen, daar is reclame op zich al een reden om niet te kijken.

De kwestie is vergelijkbaar met die van verliezende winkels: Internet wint.
Sommigen vinden dat erg. Kwalijk zelfs.
Maar onontkoombaar, men kan er beter mee leren leven.
Vroeger komt nooit meer terug.
-=

Aanpassing weblog en wachten op winter

De links zijn hervonden, ze staan allemaal onderaan.
De omtrek is nu lichtpaars, misschien morgen weer anders, als het kon zou ik gestreept, geruit, geblokt, gedriehoekt of gevlekt nemen maar die keus is niet aanwezig voor zover ik weet.
Tussendoor kijk ik telkens naar buiten: nog geen sneeuw?
Al een paar dagen worden we er voor gewaarschuwd en nu zou ik graag gaan slapen  met een winters gevoel van wegkruipen tot aan het voeteneind. Een week of zo, is dat geen zalige gedachte?
De koelkasten en vriezers zijn gevuld,  leesvoorraad voldoende.
Je begrijpt: als gepensioneerde heb ik makkelijk praten. Geen baas, geen plicht.
Het is het idee van een poolvakantie maar dan in eigen bed en niet te lang.
En natuurlijk de zekerheid dat er geen ijsberen zijn. Stel je voor dat je wakker wordt terwijl ze aan je voeten knabbelen, misschien nog klagend over je nagellak…

Tot morgen.

 

De bloedeloze

De echte rode maan was er wel, ik heb hem ook gefotografeerd.
Maar ja, de camera en ik…
Vanmorgen zag ik plaatjes die heel wat mooier waren dus gooide ik die van mij weg.
Omdat dit te voorspellen was heb ik de maan van gisteravond opgenomen, hij gaf zoveel licht dat het opviel ondanks de bewolking die half voor zijn neus hing.
En kijk.
Foute belichting, verkeerde sluitertijd en meer van dat, alles werkte mee om er iets bijzonders van te maken. Hij lijkt nu op reflecterend water in een diepe put.
Waar vind je zoiets? In ons achtertuintje.
Mijn eigen maanmodel. ♥