MVDWOA = veranderd

Meneer Van Dale Wacht Op Antwoord.
Meningsverschillend over een som met meerdere bewerkingen kwamen we op wikipedia terecht en zagen daar de oorzaak van de onenigheid.
Lees  Bewerkingsvolgorde
Hier wordt het nader toegelicht.
Dit had ik nooit gedacht, overtuigd als ik was van de eeuwigheidswaarde van rekenkundige zekerheden.
Dat blijkt een misvatting.
We wisten het niet. Niet alleen ik als oudje, ook een paar veertigers en jonger waren hiervan niet op de hoogte.
Dat ik zoveel zou achterlopen viel me tegen maar hoe kun je dit weten wanneer het berekenen van de prijs van een handvol boontjes het belangrijkste is op dat gebied?
Ik vraag me af hoeveel mensen dit wèl weten, afgezien van scholieren en studenten.

Advertenties

Voornamen

‘Waarom kreeg ik die rare naam?’
Dat vroeg ik en zal niet de enige zijn geweest.  Ouders van grote gezinnen waren bij de achtste, negende en volgende spruit  bekaf van het namen zoeken en rommelden maar wat in meer van hetzelfde.
Er was weinig keus in een boerenfamilie, evenmin bij arbeiders.
Zodoende hadden we drie tantes Geert, twee Marie’s, twee Trienen, een Duif, Betje, Grietje, Antje, Aal, Eef.
Bij de mannen was het vergelijkbaar. Jaap, Cor, Gerrit, Siem, Engel, Willem, Lau, en een handje vol andere.
In plaatsen als Amsterdam en andere steden zal het aanbod groter zijn geweest, wij woonden aan de rand van een industriegebied, half plattelands.

In Oost-Brabant leerden we andere namen. Marinus, Geert als jongensnaam, Kit (jongensnaam), Tien of Tiny (jongensnaam), Mies (jongensnaam), Pieta, Marij.
Iedereen kan de lijstjes moeiteloos aanvullen met streekgebonden  namen. Mensen durfden niet gauw hun  kind anders te noemen dan gebruikelijk. Daardoor hadden we in de klas diverse Ria’s, Annekes  en Cora’s.
Dat veranderde langzamerhand  in mijn kindertijd, plotseling was er een Yolanda in de buurt. Mary’s waren er al, het wachten was op Brigittes en Johnnies. Retro was in opmars, Frouke, Hermina, maar nooit de gewone Klaas en Neel. Ook een geloof kon van invloed zijn. Lees: de bijbel.
De betekenis van een naam was onveranderlijk gunstig. De dappere, stralende, lichtende, strijder. Logisch natuurlijk, je vernoemde je kind niet naar een lamzak of lichtekooi.

Namen zijn aan mode onderhevig. Bij elke generatie duiken andere op zodat er in de klas opnieuw een aantal leerlingen zijn die hetzelfde heten want ouders zijn niet altijd origineel.
Vroeger werden de meeste kinderen vernoemd. Allereerst waren de grootouders aan de beurt, in sommige gezinnen de peter en meter (bij de doop), in anderen de heilige van de dag. Nu zijn het pop-, sport- en andere idolen maar ik ken families waar nog steeds de stamvader doorlopend vernoemd wordt.
Iemand die de moeite neemt zich er in te verdiepen zal vaak uit de voornaam kunnen afleiden uit welke periode de drager stamt.
Niet altijd.
Nogal wat vrouwen van mijn generatie veranderden hun naam. An werd Annette, Sjaan werd Janine, ook werd gekozen voor de tweede doopnaam.

Mijn eigen naam laat ik er buiten.
Twee doopnamen die beiden met een E beginnen, daar is al teveel om gelachen.

‘De mens is het enige dier dat bloost. Het zou het althans moeten doen’ Mark Twain.

’n Beetje relativeren mag wel.
We hebben het toch maar mooi tot zeveneneenhalf miljard exemplaren geschopt.
Tripjes naar de maan gemaakt met de meest geavanceerde raketten.
Bijna hemelhoge gebouwen neergezet.
Elektronica ontdekt (of uitgevonden).
Kennen bijna alle talen op aarde.
Hebben indrukwekkende kennisbanken in alle werelddelen.
Een paar grote geesten voortgebracht.
Machtige religie’s bedacht.
Diverse regeringsvormen uitgeprobeerd.
Hebben weet van van elkaars noden.
En nog veel meer.

Natuurlijk is het jammer dat er van die 7½ een paar honger hebben en er voor zeereisjes nog aftandse sloepen varen
Spijtig ook dat er hier en daar  hutjes staan voor teveel bewoners, maar ja, sommigen hebben dan wèl mobieltjes al werken die niet overal.
Het kwetst dat groepen mensen over elkaars taal en kerk struikelen, toegegeven.
Net als dikhuidige overheden die hun volk minachten
er meer wapens dan ploegen bestaan
kinderen sterven
mannen en vrouwen gemarteld worden
oorlogen worden gevoerd
machtsmisbruik bestaat
en nog veelmeer.

Eigenlijk voel ik me nu klein, heel klein.

===
Om tekst te vergroten:
houd ctrl ingedrukt en scroll.

Wachten op storm

Ben je er happig op? Ik wel en zit vol spanning. Nu er ook in het oosten code geel beloofd is hoop ik op sensatie.

Rondvliegende kranten, struiken en takken, met wat geluk zien we kleine dieren langs fladderen, eventueel een niet te grote hond of kat, dwarse kippen die te laat op stok gingen en ontsnapte biggetjes die niet  voor ham en snert willen opgroeien, en heel misschien, maar daar durf ik niet op te rekenen, vliegen er gebakken aardappelen door de straat. In dat geval ga ik met een pan in de deur staan.

Wat een mooie verwachtingen, ik zucht er van.  Toch wringt me iets. Ik moet morgen even weg, een uurtje maar, stel dat ik dan net die gebakken aardappelen mis.

Voetenwerk

Mijn voeten zijn steenkoud,  dat betekent sneeuw. Zegt men. Nu vraag ik me af: zal ik ze koud laten en de sneeuw verwelkomen of sokken aantrekken om warm te worden en de sneeuw op afstand te houden. Een dilemma.

Ik denk na. En kies voor sokken en dekbed. Met wat geluk droom ik van ijzige winters met warme sneeuw,  zalig vooruitzicht nietwaar? Slaap ze en tot morgen.

Gitaar

Verlangend kijkt Lola naar de akoestische gitaar in een kraam op de rommelmarkt, precies wat ze altijd al wilde hebben.  ‘Meneer, wat moet’ie kosten?’
‘Vijf euro mevrouwtje.’
Dan zal het niet veel soeps zijn, piekert ze maar een muziekleraar kan hem stemmen, kan ze meteen een paar lessen nemen.
‘Ik neem hem.’

In haar flatje plukt ze aan de snaren; stofwolken vliegen op en verdoffen het geluid. Hm, niet wat ze wil horen.
Ze kijkt hem na waarbij een dikke prop in het klankgat een niesbui teweeg brengt. Ze schudt het instrument leeg en wrijft het op, nu kan ze echt beginnen. Wacht, de  onderste snaar even spannen, ze draait hem strak. Te strak, hij springt.  Oei, dat is jammer. Nou ja, het is er maar één.
Optimistisch probeert ze het nog een keer. Plingplongplihahahahaնèèng…. hmmm, niet gek. Sterker: ze voelt de energie door haar lijf stromen, vibrerend tot in haar binnenste voelt ze de klanken. Ze geniet buitengewoon. Waarom zou ze les nemen? Trommelend en plukkend maakt ze haar eigen muziek, zoveel kwaliteit had ze zichzelf nooit toegedacht.
Gelukzalig tokkelt ze door en door. Gegrepen door een nieuw bedacht ritme raakt ze in trance en speelt de rest van de dag tot ze in slaap valt.
De  ochtend geeft haar een nieuw lied in waarbij ze onvermoede stemhoogtes ontdekt. Alsof er zilveren klokjes in haar keel zitten, zo jubelend, vindt ze zelf.
Dat zal de mensheid vreugde brengen, stelt ze zicht voor. Blije mensen die mee gaan doen.

In de loop van de middag nemen de vibraties langzamerhand af, haar spel wordt trager, haar stem schor. Ze bedenkt een slaaplied; met lange rukken aan de snaren componeert ze ter plekke een dommelig geluid tot ze wordt overstemd door de bel die lang en doordringend overgaat.
Ha, daar zijn ze al, de blijen!
Verwachtingsvol doet ze open. Neuriënd, nog maar half bij zinnen kijkt ze naar buiten; daar ziet ze alle flatbewoners op haar stoep. Gekwelde gezichten, zichtbaar lijdende mensen. ‘Genade,’ smeken ze, ‘we gaan er en bloc onderdoor en verhuizen is geen optie. Ach buurvrouwlief, toe, zing niet meer en gooi dat jammerhout ook maar weg…’
Verbaasd luistert Lola naar het huilerige stemmen. Is het waar, bezorgt ze de mensen verdriet? Maar dan moet ze juist vrolijkheid brengen en ze reikt naar de gitaar.
Vlug stapt een politieagent naar voren.
‘Hola, hier dat ding. Ik neem hem in beslag en klaag U aan wegens geluidsoverlast en het toebrengen van psychische schade aan de U omringende bewoners. Tenzij U belooft nooit meer te zingen anders dan binnensmonds, en stopt met musiceren. Wat is hierop Uw antwoord? Nou?’ Hij dringt aan op een directe belofte, zich bewust van de drom mensen die naar hem luistert.
Lola heeft haar trots.
‘Heel goed. Nooit meer zal ik zingen, zelfs geen woord meer hardop uitbrengen.’
Zwijgend doet ze de deur dicht.
En zwijgend leeft ze tot ze dood gaat.

Iemand legt een gitaar zonder snaren op de steen.
-.