Reclamevrij NPO

De publieke omroep ligt onder vuur.
Afname van kijkers en luisteraars, er moet weer geld bij, kortom, kommer en kwel.
Niet voor het eerst.
Nu, met de provinciale verkiezingen in aantocht, wil men er iets aan doen.
Prima hoor, ze bedenken wel wat. Ik kan ze niet helpen.
Maar het voorstel om de reclames eruit te halen lijkt me geen goed idee. Ik geloof niet dat er met een reclamevrije omroep meer kijkers te behalen zijn en het levert ook nog een verlies op van een slordige 150 miljoen euro. Het was een item van vóór het Internettijdperk.
De STER bij NPO is acceptabel. Er wordt niet ingebroken in programma’s, het verschijnt alleen tussen de programma’s.
Vergelijk het eens met de commerciëlen, daar is reclame op zich al een reden om niet te kijken.

De kwestie is vergelijkbaar met die van verliezende winkels: Internet wint.
Sommigen vinden dat erg. Kwalijk zelfs.
Maar onontkoombaar, men kan er beter mee leren leven.
Vroeger komt nooit meer terug.
-=

Advertenties

Aanpassing weblog en wachten op winter

De links zijn hervonden, ze staan allemaal onderaan.
De omtrek is nu lichtpaars, misschien morgen weer anders, als het kon zou ik gestreept, geruit, geblokt, gedriehoekt of gevlekt nemen maar die keus is niet aanwezig voor zover ik weet.
Tussendoor kijk ik telkens naar buiten: nog geen sneeuw?
Al een paar dagen worden we er voor gewaarschuwd en nu zou ik graag gaan slapen  met een winters gevoel van wegkruipen tot aan het voeteneind. Een week of zo, is dat geen zalige gedachte?
De koelkasten en vriezers zijn gevuld,  leesvoorraad voldoende.
Je begrijpt: als gepensioneerde heb ik makkelijk praten. Geen baas, geen plicht.
Het is het idee van een poolvakantie maar dan in eigen bed en niet te lang.
En natuurlijk de zekerheid dat er geen ijsberen zijn. Stel je voor dat je wakker wordt terwijl ze aan je voeten knabbelen, misschien nog klagend over je nagellak…

Tot morgen.

 

De bloedeloze

De echte rode maan was er wel, ik heb hem ook gefotografeerd.
Maar ja, de camera en ik…
Vanmorgen zag ik plaatjes die heel wat mooier waren dus gooide ik die van mij weg.
Omdat dit te voorspellen was heb ik de maan van gisteravond opgenomen, hij gaf zoveel licht dat het opviel ondanks de bewolking die half voor zijn neus hing.
En kijk.
Foute belichting, verkeerde sluitertijd en meer van dat, alles werkte mee om er iets bijzonders van te maken. Hij lijkt nu op reflecterend water in een diepe put.
Waar vind je zoiets? In ons achtertuintje.
Mijn eigen maanmodel. ♥

Winter met lentegeluid

Het was rondom half acht.
Donkerte won nog nèt.
Helder, koud, windstil.
Een genot om buiten te zijn.
Bevroren sneeuwkorrels knerpten, hier en daar stapte ik voorzichtig over een ijsplasje.
Na een paar minuten drong het tot me door dat ik vogels hoorde. Daar keek ik van op, zo vroeg? In het donker?
Het was geen uitbundig gefluit, meer gekoer en gekibbel als van een gezin bij het opstaan.
Het maakte het fijne weer nog mooier. .
Dat ik de poort niet open kreeg omdat het slot bevroren was deerde me niet. En met fiets en tas binnendoor naar de voordeur moest was grappig.
Zelfs de bijna-valpartij bij het struikelen over de drempel bij de bloedpriklocatie maakte me geen poep. De urinecontainer (de naam…) zat veilig dicht.
Een goed begin van de dag.

Lach of ik schiet.

Gisteravond kwam er een comedian voorbij, misschien wel meer.  Vorige week ook al,  ik weet niet hoe vaak de laatste tijd.
Tot voor een paar jaar geleden vond ik het ‘lachen joh!’
Daarna ‘wel aardig.’
En nu vind ik er niet veel meer aan.
We worden overvoerd met slimme toespelingen die zorgvuldig zijn overdacht, uitgeprobeerd en op ADHD-snelheid de zalen in worden geslingerd. Zo komt het op mij over. Misschien is het veranderd intussen, ik kijk niet vaak meer.
Ze willen allemaal een Teeuwen zijn of een Youp, artiesten die door de teveelheid van grappenmakers hun glans verloren.
Mensen in eigen (schoon-)familiekring die leuk deden zijn soms tien keer beter en heus niet alleen door de kerstborrels,
Eén man bekeek ik vorige week nog, hij zou een gunstige uitzondering zijn.
Tja.
Het was een droevige vertoning. Een typetje. Grijs geruit kostuum, biertje, opzichtig slikkend.
Iedere komiek weet dat een typetje op zijn best een korte act moet zijn, deze man speelde hem de hele voorstelling. Na tien minuten zette ik hem uit, probeerde af en toe nog hem te volgen maar hij bleef de bierzuipende kroegloper in een fout pak, slikkend en gezichten trekkend, oudemannetjesgrappen makend.
Dat was de limiet. God weet hoe komisch hij nog werd, ik wachtte niet af en besloot nooit meer te kijken naar welke cabaretier, humorist of komiek dan ook.
Ik hoop dat ik het volhoud.

ps
ik vrees dat ik te oud word om te lachen.
Snik.

Dag kerstboom

Je bent bijna weg, ik zie alleen je bovenste helft nog uit de doos steken.
Het lucht op.
Niet dat we een hekel aan je hadden, integendeel, het is een groot goed de dagen zonder bultjes door te komen.
Dat heb je met plastic, ik hoef niet te krabben. En het is niet kapot te krijgen hetgeen invloed zal hebben op je mentaliteit, zo onverstoorbaar fleurig, niet één flauw moment. Daarom laten we je elk jaar binnen.
De warmte die je uitstraalde, het feestelijke groen, dat uitbundige sfeertje, een verrukkelijke opkikker na de natte bladeren.
Je hielp ons  de eerste deprimerende winterweken door te komen en de donkere hoeken doken gehaast weg wanneer je lichten aansprongen en je kleurige glimmers zich naar alle kanten wendden. We gunden je de bewondering van harte.
Maar nu.
Op zekere dag werd je, hoe zal ik het zeggen, ietwat opdringerig misschien?
Na het opstaan als eerste de doffe versieringen te zien, bijna bedelend om stroom, het was moeilijk te verdragen. Uit medelijden stak ik de lampjes nog even aan, een trieste zaak.
Je begrijpt het toch hè, cold turky is de beste manier je van de stekker af te halen.
Daarom vierden we gisteravond nog één keer het licht, een passend afscheid nietwaar? Ik voelde me dan ook niet bezwaard je van je versierselen te ontdoen en je eruit te gooien.
Nu breng ik je naar de garage voor je zomerslaap.
Dag boom, ik wens je fijne dromen.
-==

Schemeren

Daar houd ik van.
Je zult niet vaak de grote plafondlampen zien branden in onze huiskamer. Die zijn zelden nodig, voorheen alleen gebruikt voor spellen of feestmaaltijden.
Er is één voorwaarde: ik moet genoeg licht hebben om te lezen, schrijven of om iets anders te doen. Ik zou niet weten wat ik moest beginnen als ik alleen maar kon zitten en tv kijken, ook het spelen met Internet ben ik af en toe beu. En dan zit je maar te zitten.

Je kunt best schemeren met voldoende licht als je het maar goed verdeelt. Om die reden hangt/staat er in bijna elke hoek een lamp. Samen met de tv, het licht dat uit de keuken valt en eventueel een paar kaarsen is het een goede verhouding. Geen duistere plekken.
‘Licht spreidt gezellgheid’ was een oude reclameslogan die helemaal waar was. Het is stemmig.
In dit verband herinner ik me het zuinige gedoe van vroeger. Te kleine peertjes in gang, kelders en wc, na gebruik on-mid-del-lijk uitdraaien want weet je wel hoeveel stroom dat kost? Wat was ik bang, grote schaduwen die met je meeliepen. Een belangrijk aspect i.v.m licht.
Vaak moest de grote lamp aan, er werd gebreid, sokken gestopt, gelezen of gekaart en dergelijke. Maar dan moesten de kleine schemerlampjes uit. Scheelde in stroom.
Uiteraard snap ik het wel. Lage inkomens, geen ledlampen, meestal 1 loon per gezin.
Later werd het financieel beter, toch bleef de zuinigheid en werden ze er rijker van?
Welnee, het was een gewoonte die je in veel huishoudens zag.  Bijna een traditie.

De stroomkosten van het huidige witgoed liggen heel wat hoger, daar let ik op maar dat heeft niets met schemeren te maken.
Trouwens, was- en vaatwasmachines kunnen in het donker draaien.
Alleen met stofzuigen lukt het niet zo goed.
Dat doe ik daarom overdag.
==