‘U mag…’

Op een feestelijke bijeenkomst werden we ontvangen door een mevrouw.
-Goedemiddag, zei ze, daar links mag U Uw jas ophangen.-  Ze wees nog eens extra naar de kapstokken die luid en duidelijk in het zicht stonden.
-Dank u, zei vriendin. Ik gaf geen antwoord.
Het is misschien kinderachtig, ik kan niet goed tegen dat ‘mogen’. We hoorden het te vaak.
In ziekenhuizen waar een paar assistentes dezelfde taal bezigden.
-U mag op deze stoel zitten
-U mag hier wachten, de dokter komt zo
-Nu mag U Uw mouw opstropen, dan zal ik de bloeddruk opmeten
-Aan deze haken mag U Uw kleding ophangen.
Ze lijken te denken dat het welgemanierd is, weten niet dat de vorm ‘U kunt’ volwassener is.
In het begin lachten we erom, we wisten dat ze het goed bedoelden.  Op de duur echter werd het echtgenoot te gortig en antwoordde dat hij niet dement was waarop de verpleegkundige hem verbaasd aankeek.
‘Het is dat gebruik van ‘U mag’,’ verduidelijkte ik. ‘Weet U wel hoe dat klinkt?’
Dat wist ze niet, ze zei het uit beleefdheid.  Tja.
‘Beleefd? Patiënten als kleuters aanspreken?’ sneerde man. Hij voelde het als kleinerend.
Het hielp. Bij haar tenminste.
Eens bracht een assistente ons naar een rij wachtenden en, jawel, ‘U mag hier even zitten…’ Prompt kwam man’s antwoord: ‘Mag ik dat ècht?? Dank U wel hoor.’
Er werd gelachen en herkennend geknikt, we merkten dat meer mensen zich er aan stoorden. Ze reageerden er nooit op,  ‘het is de moeite niet waard’ en misschien hadden ze gelijk..
Toch vertelde een van hen dat hij zich ‘altied opvrat’ en zei het mooi, op zijn Brabants:
‘De dokters doen da nie, het zien die verrekte frollie.’

ps  of ‘vrollie’.

Advertenties