geboortegrond

Geboorteplaats, losse gedachten

De geur van saaiheid.
Een langdorp waar de reuring altijd verderop was en de Zaanbrug altijd open stond.
De zondagen niet omkwamen, beginnend met de mis -zit stil– , de geijkte wandeling naar het park waar we ons evenmin mochten uitleven, die stomme eenden.
Niet eens een kermis en de molens kenden we onderhand wel.
Land en sloten en slome koeien en riet, ga d’r maar an staan als ondernemend kind.
Het dooie dorp dat…
—-Ho es effe.
Er waren toch maar mooi twee zwembaden en een speeltuin.
En schaats-sloten en een roeiplas, een aardige verlichte ijsbaan.
Bushalte en postkantoor voor de deur, wijd uitzicht aan de achterkant.
Vijf à tien minuten fietsen en je zat langs de Zaan, levendig, met het station waarvan je in een kwartier naar Amsterdan treinde.
—-Ja, oké.
Het is maar net in welke stemming je bent.  Hoe wispelturig.
Voors en tegens wisselen elkaar af in je geheugen. Ik had een gloeiende hekel aan de Lagere School, waar ik me het ergste verveelde van mijn hele leven terwijl het geen slechte school was.
Van de Zaan met zijn fabrieken daarentegen hield ik onvoorwaardelijk, van de stank incluis, dat dan weer wel.
Er zijn mensen, ook schrijvers, die hun geboorteplaats bejubelen alsof het de hemel betrof, enkele spugen er juist op.
Ik zal toch niet de enige zijn die het van twee kanten bekijkt?
==
geboortegrond

Aarden. Of niet?

Wat doet sommige mensen zo sterk hechten aan hun geboortegrond?
Oké, ze hebben er meestal hun jeugd doorgebracht, school gelopen, zijn er verliefd en volwassen geworden. Maar dat zijn belevingen die je niet meer terug vindt.
Toch willen ze per se in hun eigen gemeente trouwen en wonen of er, in latere jaren, hun oude dag doorbrengen. Terug naar hun roots, heet het dan.
Zelfs van emigranten ken ik er die hun nieuwe huis en tuin zoveel mogelijk modelleerden naar die in hun moederland want dan voelden ze zich ‘thuis’.
Is het het landschap? De omgeving? Het dialect? Traditie (mijn achteroveropoe is hier nog geboren)?
Alle antwoorden zijn goed tot je ze weerlegt. Behalve de laatste zijn eigenschappen van de overige argumenten overal te vinden, zeker in eigen land.
Wat speelt er dan mee?
Ik denk dat het iets eigens is, iets onbenoembaars, een gevoel, te vergelijken met de pannenkoeken-van-je-moeder, en dat de ene mens dat makkelijker achter zich laat dan de andere. Ik roep maar wat want het is moeilijk te beoordelen.
Een vroegere vrijer kwam uit Rotterdam en zou nooit, NOOIT van zijn leven in Amsterdam gaan wonen. Van een Amsterdamse zwager hoorden we precies hetzelfde maar dan andersom. Tja, wat konden we daar op zeggen. We begrepen het niet.
Zelf ben ik Zaanse en op mijn veertiende in Oost-Brabant neergezet.
Het is niet onaardig gelukt: ik sloeg aan.