Hoe te zeggen…

Er zit me iets dwars.
Ik zit er vol van en kan het haast niet onder woorden brengen maar zal het proberen.
Het staat me tegen, zo ontzettend tegen dat, eh, ja, hoe moet ik dat nu uitleggen, het onbeheerste gedrag dat  tot narigheid leidt.
Maak je niet dik, zegt men, maar dat is te gemakkelijk en stemt me treurig.
Misschien kan ik het beter recht voor zijn raap zeggen, ik ben er ziek van en móét het kwijt.
Die veel te grote portie patat van vanavond. Met dubbel mayonnaise.

Advertenties

Kookboek 1946. Oud spul

Kort en  krachtig:

Ik heb het opgezocht, het is ongeveer hetzelfde als koolraap. Ook bestaan er meiknolletjes, ik neem aan dat het ook zoiets is. Meer oude groentensoorten zijn te vinden op  .voedselencyclopedie
Voor mij hoeft het niet.
Koolraap….
…de herinnering hieraan dateert van jaren her maar zit nog steeds in mijn geheugen.
Het zag er smerig uit, het rook smerig en het smaakte nog smeriger. Volgens mij kreeg je er ook een smerig binnenste van.
Niemand van ons lustte het en het kwam niet meer op tafel.
Vermoedelijk had mijn moeder geen goed recept of waren we verwend of wilden een paar van de oudere zussen geen armoevoer eten want daar ging koolraap voor door. Zeiden ze. Bij de term vergeten groenten denk ik daarom meteen: logisch, wie wil dat nog eten. Een overdreven reactie, ik weet het. De koolraap did it.

Antieke groenten zijn geliefd bij liefhebbers.  Bijvoorbeeld bij dehippevegetarier en veel andere.
Waarschijnlijk staan er meer soorten in de lijst, die we kennen onder nieuwe namen. Ik zoek het niet op, er zijn zoveel smakelijke groentes vandaag de dag met een veelvoud aan bereidingswijzen.
Mocht ik echt serieuze  trek hebben in iets van vroeger dan neem ik aardappelen.
De knol die overal goed in is, een knappe knol.
Gebakken, gestoomd, gekookt, als puree.
En bovenal als patates frites.

Voedsel weggooien, vette honden en dode vogels

Er wordt nog steeds teveel eten weggegooid.
Doodzonde.
Ik voel me schuldig, plaatsvervangend want ik gooi zelden eten weg. Ik trek het me zo aan dat ik af en toe loop te speuren naar uitgestrooide broodkruimels, ik wil ze oprapen en er een nieuw brood van bakken dat ik kan opsturen naar de hongerenden of verkopen en het geld overmaken.
Het lukt niet.
Vogels zijn me voor, en honden. Ze hebben natuurlijk ook een hekel aan voedselverspilling en eten de kruimels voordat ze bedorven zijn.
Tevens kijk ik uit naar wegggooide taartjes en kroketten. Ook die zijn niet te vinden, ik vermoed dat het loslopend -en vliegend gedierte in ons dorp té alert is op lekkernijen, dat ik daarom nooit gevulde koeken vind of XL chocoladerepen puur.
Alles wordt ogeslokt.
Zodoende ontdek ik met mijn zoektocht een nieuw gevaar van het wegwerpgedoe: slechte condities van dieren en denk eens aan hun gebitten, is het niet beter op voorhand de dierenartsen waarschuwen? Stel je Fikkie voor in een rolstoel of de kat aan’t infuus.
Straks vallen de mussen dood van het dak, worden een prooi voor de kauwen en die voor de buizerds en die voor, eh, enfin, die gaan ook dood. Snepvervetting en dichtgeslibde eierstokjes lijken me niet denkbeeldig. Kruimels oprapen wordt kadavers ruimen.
Het is jammer dat de verspillers dit scenario niet voorzien.
Doodzonde.

Over marineren van vlees

Vlees eet ik niet altijd, een enkele keer een biefstuk of kippenboutje wat ik in de pan gooi met boter, zout en peper.  Makkelijk, smaakt overal bij en het is nog lekker ook.
Voorheen deed ik er meer moeite voor, vooral als het hele gezin bij elkaar was. Lekkerbekken zijnde zaten ze watertandend met vork en mes in de aanslag te wachten op wat komen ging.
Hoe meer hoe liever en graag veel vlees.
Dat kregen ze.


Vlees verwerken is een dankbaar werk omdat er veel mogelijkheden zijn er iets meer van te maken.
Marineren is er een van
Zoveel hoofden, zoveel marinades. maar vaak komt het neer op kruiden, mosterd, uien en wijn/azijn. Soms bier.
Zelf ken ik nog cola(lekker) en fruit, bij varkensvlees en kip een flinke lepel sambal oelek.
Maar koffie, melk, thee? Nee daar zou ik nooit op gekomen zijn.
Op deze site  lees je over andersoortige marinades en waarom ze gunstig zijn.
Misschien voor U bekend, voor mij nieuw.
Eet ze.

Zalig zijn de vreetzamen

Er was geen gans, er was geen kip
noch fazant of watersnip
varkens, reeën en kalkoenen
net zo min als negerzoenen
geen van hen vermocht ons boeien
enkel en alleen de koeien
daarvan lustten we een stuk
jamm, het was vur-ruk-kul-luk
zachte boter, groen, patat
of je in de hemel at.
Het was een culinair orkest
dat nog naklinkt in de rest
die we warmen in bouillon.
Daarvoor is de magnetron

Opschepperij

‘Doe de bessensap, suiker en eiwitten in een kom en klop alles stijf; dien de Haagse bluf direct op.’
Eenvoudig en snel.
Het was te vroeg, de kom ging in de koelkast, afgedekt met een theedoek.
Na een kwartiertje controleerde ik of het gerecht niet inzakte.
Integendeel, de bluf was gerezen tot een berg, de theedoek hing geplet tussen de berg en het bovenliggende rek. Verbluft zette ik de kom op de aanrecht en bekeek het spul. Het trilde en groeide zichtbaar. Het zag er raar uit, enfin, ik schraapte alles in een grotere kom.
Het bleef rijzen.
Het werd te groot, paniekerig propte ik de bibberende boel in een vuilniszak en zette hem buiten neer. Dan maar geen dessert.

Het werd donker, vreemd, zo vroeg al?  Ik keek naar buiten en geschrokken zag ik de ramen bedekt met een rose-witte wolk. Het gaf geluid.
Bewegend, pulserend met een grommend slagwerk, laag, diep, als van een kwaadaardig hart.
Angstig liep ik naar de andere ramen en ja, ook daar rukte de massa schuimend op.
Ik werd ontzettend bang maar durfde niets te doen, vreesde de vreemde schemer.
Midden in het huis staand keek ik rond, er moest iets gebeuren. Ik kon me niet bewegen, mijn god, zag niemand dat er wat mis was, waren alle buren soms doof? Ik riep nieuwe goden aan en bad al hun gebeden
De bluf was inmiddels zilverig en kreeg een vreemde kleur, het leek een buitenaardse dimensie en het aanvankelijke gebrom ging langzaam over in een scheller geluid, nog steeds regelmatig maar luider, het ging gestadig door en ik bestierf het tot ik plots, razend van angst, de deur open gooide teneinde een halt toe te schreeuwen aan… wat? wie?
Stilte, er bewoog niets.
De vuilniszak stond stilletjes op de stoep.
Het was bluf.

Warm eten

Rond vijf uur liep ik door de straat.
Etenstijd, een feestje van geuren.
Bradend vlees, ergens stond soep op het menu, verderop nasi of bami en ik denk snert te hebben geroken. Niet alles kon ik thuis brengen, het was allemaal verleidelijk.
Het maakte hongerig.
Ik dacht aan het broodje dat me wachtte. Is ook smakelijk maar met een hoofd vol lekkernijen kwam het me armzalig voor.
Watertandend, kwijlend bijna hield ik mezelf voor: waarom zou ik niet nog eens koken? Wat was er mis met tweemaal op een dag warm eten, het lijkt me juist gezond. Een schaal verse groente en aardappelen met donkere jus, misschien wat extra’s erbij, rijst met kip? Soep?
Zo liep ik met mijn gedachten aan eten te denken dat ik ineens in de supermarkt stond. Ik zweer je, het was niet gepland.
Toen kwam ik tot bezinning en kocht een krop sla. Voor morgen.