Aangebrand

Gebakken aardappelen.
Geroosterd brood en tosti’s op de kachelplaat.
Gebakken uien met tomaten.
Vlees, alle soorten.
Stuk voor stuk zo lekker dat we eventuele verbrande korstjes voor lief namen, sterker, we aten ze er met graagte bij.
Over het algemeen kookte mijn moeder heel smakelijk maar in de drukte kon ze het niet altijd voorkomen: te hard gebakken of aangebrand.
Indertijd werd er niets weggegooid, ‘een extra korstje is best lekker’, heette het.
Alleen als het te erg was sneed moeder de zwartigheid er af en zette de rest op tafel.  En dat was pas ècht smerig, veel liever aten we de korsten zelf dan vlees of gekookte aardappelen met dat doordringende rooksmaakje.
Later hoor je dat deze perikelen in veel gezinnen voorkwamen, ook dat kinderen er geen problemen mee hadden en lustig door aten van hun geblakerde hap.

Bij het ouder worden -en moeder het kalmer aan kon doen- verbeterden de kookmanieren, de smaak ging automatisch daarin mee.
Je leerde dat het hoogst ongezond was.
Het is algemeen bekend maar wil iemand het nog eens lezen: zwart-aangebrand-voedsel-is-ongezond

Nu vraag ik me wel eens af of het geen gevolgen heeft, of er ergens in ons lijf niet een giftig stofje zit te wachten om los te gaan. Zich misschien al verdeeld heeft in enkele organen. Bij elk pijntje…. enfin.
Dan houd ik me de leeftijden voor van (groot-)ouders, ooms en tantes  die veelal redelijk oud geworden zijn.
Dat idee smaakt beter.
==

Advertenties

Over eten, een bekentenis


Wij hebben een simpele smaak, vooral op het gebied van eten.
We genieten van een gebakken ei op een snee witbrood, bij feesteten denken we aan Unox-snert of pannekoeken met rozijnen, hooguit gooien we er een geraspte appel tegenaan.
Voor gerechten waar extra’s bij nodig zijn hebben we een ruim assortiment aan blikken, dozen en zakjes in voorraad, gedroogd dan wel bevroren.
Graag zou ik meepraten over zalmzijdes-op-bedjes-van-slakkendons of varkensmedaillons-aan-kaviaarkettinkjes maar de kennis hiervan ontbreekt ons.
De boeken zijn er maar het talent niet.

Natuurlijk hebben we uitzinnige gerechten geprobeerd, Internet bombardeert je met etenswaardige bijzonderheden.
De kwestie is echter, we snappen er niets van. Al dat denkwerk.
Neem nou die zalmzijde.
Staan we in de winkel, weten we niet wat we moeten nemen. Welke is de beste? Welke zalm heeft het minste geleden bij het afstaan van zijn zij? Want daar dien je ook nog rekening mee te houden, met die zeeën vol scherpe troep.
Over kruiden, ook zoiets. Soms heb je drie, vier of meer soorten  nodig, vooral in Indische en Chinese gerechten. Denkt U dat de Chinees himself een complete kruidentuin in zijn keukenkastjes heeft?  Lachen….
En dan nog wat.
Waarom zouden we die kostelijke vis verknoeien door hem op te zadelen met allerlei vreemde pitjes en blaadjes? Een blikje tonijn op water is toch veel echter?

Voorheen, toen de kinderen nog klein waren, kozen ze op hun verjaardag het menu; daartoe had ik ze met zachte dwang geleerd van de eenvoudige keuken te genieten en dat had heel goed uitgepakt.  Op alle feestjes aten ze rooie soep uit blik, patat uit de diepvries (die frituurde ik zelf), spinazie  en vissticks,  eveneens uit de diepvries.  Een ijsje of een bakje vla toe.
Ze smulden ervan tot ze van de basisschool af waren. Toen kwamen de berespiesen en hamburgers in zicht en ik moet zeggen, we omarmden hun smaak met liefde.
We hebben graag met de gefrituurde hap van doen.
Met Kerstmis maken we er meer werk van; dan kopen we een voorgebakken kip en stoppen hem in de magnetron.
Iets omslachtiger maar heel smakelijk.
Ook van de verse groenten eten we alleen de eenvoudigste.  Komkommer in azijn.

Maar, vraagt U zich misschien af, wat doen jullie dan met de kookattributen?
Wel, de ovenschalen staan buiten ter decoratie, met een aardappelplant er in.
In de oven verwarmen we de pantoffels.
En ingewikkeld bestek gaven we aan een Derdewereldland.
Ik zei toch al dat we simpel zijn?
=

Vandaag at ik een vluggertje

Zak krielen openknippen boven de koekenpan, bak gemengde sla uitstorten en aanmaken, gekookt (of gebakken) ei erbij, klaar.
En lèkker!
Ik vraag me af waarom we nog zoveel moeite doen.
Het gepruts met schilmesjes en schaaltjes, afwegen, recepten decoderen, speciale winkels aflopen, caloriën tellen, afwachten of het smaakt…
…nergens voor nodig. Naar mijn idee.

Aansluitend vers op vorig logje

Toen ik de keuken leerde kennen
met inbegrip van pot en pan
was het makkelijk te wennen
aan het smaakgebruik ervan.
Zaligheid te combineren
groenten vlees en verse sjuutjes
champignons met kaasfonduutjes
en de smaak te reguleren
tot een tongstrelend menuutje.

Nog steeds zal ik met graagte zoeken
in opwindend-zoete boeken
die getuigen van het eten
ondanks dokter’s beterweten.

Het blijft tobben

Mijn spijkerbroek zat krap,  evenals het shirt
man keek tersluiks, ik naar zijn startend  buikje
dus zei hij niets en ik zweeg ook.

Ik deed aerobics
hij de racefiets
lopen deden we samen
daar kregen we veel honger van.

Verre fietstochten, opnieuw de gym
pauzes onderweg
foerageren hoort daarbij
enzovoorts.
==
Roken is geen punt, drinken ook niet, maar lekker eten….

Net wat je gewend bent

Soepvlees met uitjes, braadworst, speklappen, zult, brij, worstenbroodjes.
Het waren Brabantse vleesgerechten die we kenden van plaatjes en boeken, hoogstens zagen we bij de Zaanse slager iets wat er op leek zoals saucijzen.
De eerste kennismaking was bij klasgenootjes thuis.
Er werd eierstamp opgediend met boter. Of boontjes-aardappels-speklappen met vette jus.
Op feestjes waren er worstenbroodjes (nu immaterieel erfgoed), in ouderwetse café’s werden toostjes met zult rondgedeeld, in boerenkeukens balkenbrij gebakken. En met de kermis was er gegarandeerd soep waarvan het vlees apart werd geserveerd met uitjes. Erg lekker en mals vlees, vooral als het van het bot was.
Mijn vader keek er niet vreemd tegenaan, als boerenjongen zal hij vaker zware en machtige maaltijden gegeten hebben.
Voor ons was het overdaad. We vonden het vet en vooral te zout maar alles went. Toen we het bier leerden waarderen volgde de rest vanzelf.

Eenmaal getrouwd kon ik geen tegenwicht bieden, niets typisch Zaans.
Het zal wel bestaan maar in ons gezin werd zuinig gegeten en vooral mager, we moesten niets hebben van vet en vellen. Misschien dat broeder (meelgerecht in een kussensloop) iets van die streek was, ik weet het niet.
Deuvekater (ook duivekater), Opperdoezers, Weespermoppen en Beemsterkaas zijn wel Hollands maar niet specifiek  Zaans.

Met de jaren veranderde veel, ook de maaltijdmode.
Toch bleven oude opvattingen leven. Een vriendin hoorde ons likkebaardend verslag doen van de fijne biefstuk die een slager leverde. Dat kende zij niet.
Zegt ze later verontwaardigd: ‘Is dat alles?  Ik heb het geprobeerd en flink laten sudderen, we vonden er niks an.’
Precies zo verkeerd als wij het met die speklappen deden.

Hoe te zeggen…

Er zit me iets dwars.
Ik zit er vol van en kan het haast niet onder woorden brengen maar zal het proberen.
Het staat me tegen, zo ontzettend tegen dat, eh, ja, hoe moet ik dat nu uitleggen, het onbeheerste gedrag dat  tot narigheid leidt.
Maak je niet dik, zegt men, maar dat is te gemakkelijk en stemt me treurig.
Misschien kan ik het beter recht voor zijn raap zeggen, ik ben er ziek van en móét het kwijt.
Die veel te grote portie patat van vanavond. Met dubbel mayonnaise.

Kookboek 1946. Oud spul

Kort en  krachtig:

Ik heb het opgezocht, het is ongeveer hetzelfde als koolraap. Ook bestaan er meiknolletjes, ik neem aan dat het ook zoiets is. Meer oude groentensoorten zijn te vinden op  .voedselencyclopedie
Voor mij hoeft het niet.
Koolraap….
…de herinnering hieraan dateert van jaren her maar zit nog steeds in mijn geheugen.
Het zag er smerig uit, het rook smerig en het smaakte nog smeriger. Volgens mij kreeg je er ook een smerig binnenste van.
Niemand van ons lustte het en het kwam niet meer op tafel.
Vermoedelijk had mijn moeder geen goed recept of waren we verwend of wilden een paar van de oudere zussen geen armoevoer eten want daar ging koolraap voor door. Zeiden ze. Bij de term vergeten groenten denk ik daarom meteen: logisch, wie wil dat nog eten. Een overdreven reactie, ik weet het. De koolraap did it.

Antieke groenten zijn geliefd bij liefhebbers.  Bijvoorbeeld bij dehippevegetarier en veel andere.
Waarschijnlijk staan er meer soorten in de lijst, die we kennen onder nieuwe namen. Ik zoek het niet op, er zijn zoveel smakelijke groentes vandaag de dag met een veelvoud aan bereidingswijzen.
Mocht ik echt serieuze  trek hebben in iets van vroeger dan neem ik aardappelen.
De knol die overal goed in is, een knappe knol.
Gebakken, gestoomd, gekookt, als puree.
En bovenal als patates frites.

Voedsel weggooien, vette honden en dode vogels

Er wordt nog steeds teveel eten weggegooid.
Doodzonde.
Ik voel me schuldig, plaatsvervangend want ik gooi zelden eten weg. Ik trek het me zo aan dat ik af en toe loop te speuren naar uitgestrooide broodkruimels, ik wil ze oprapen en er een nieuw brood van bakken dat ik kan opsturen naar de hongerenden of verkopen en het geld overmaken.
Het lukt niet.
Vogels zijn me voor, en honden. Ze hebben natuurlijk ook een hekel aan voedselverspilling en eten de kruimels voordat ze bedorven zijn.
Tevens kijk ik uit naar wegggooide taartjes en kroketten. Ook die zijn niet te vinden, ik vermoed dat het loslopend -en vliegend gedierte in ons dorp té alert is op lekkernijen, dat ik daarom nooit gevulde koeken vind of XL chocoladerepen puur.
Alles wordt ogeslokt.
Zodoende ontdek ik met mijn zoektocht een nieuw gevaar van het wegwerpgedoe: slechte condities van dieren en denk eens aan hun gebitten, is het niet beter op voorhand de dierenartsen waarschuwen? Stel je Fikkie voor in een rolstoel of de kat aan’t infuus.
Straks vallen de mussen dood van het dak, worden een prooi voor de kauwen en die voor de buizerds en die voor, eh, enfin, die gaan ook dood. Snepvervetting en dichtgeslibde eierstokjes lijken me niet denkbeeldig. Kruimels oprapen wordt kadavers ruimen.
Het is jammer dat de verspillers dit scenario niet voorzien.
Doodzonde.