Vandaag at ik een vluggertje

Zak krielen openknippen boven de koekenpan, bak gemengde sla uitstorten en aanmaken, gekookt (of gebakken) ei erbij, klaar.
En lèkker!
Ik vraag me af waarom we nog zoveel moeite doen.
Het gepruts met schilmesjes en schaaltjes, afwegen, recepten decoderen, speciale winkels aflopen, caloriën tellen, afwachten of het smaakt…
…nergens voor nodig. Naar mijn idee.

Advertenties

Aansluitend vers op vorig logje

Toen ik de keuken leerde kennen
met inbegrip van pot en pan
was het makkelijk te wennen
aan het smaakgebruik ervan.
Zaligheid te combineren
groenten vlees en verse sjuutjes
champignons met kaasfonduutjes
en de smaak te reguleren
tot een tongstrelend menuutje.

Nog steeds zal ik met graagte zoeken
in opwindend-zoete boeken
die getuigen van het eten
ondanks dokter’s beterweten.

Het blijft tobben

Mijn spijkerbroek zat krap,  evenals het shirt
man keek tersluiks, ik naar zijn startend  buikje
dus zei hij niets en ik zweeg ook.

Ik deed aerobics
hij de racefiets
lopen deden we samen
daar kregen we veel honger van.

Verre fietstochten, opnieuw de gym
pauzes onderweg
foerageren hoort daarbij
enzovoorts.
==
Roken is geen punt, drinken ook niet, maar lekker eten….

Net wat je gewend bent

Soepvlees met uitjes, braadworst, speklappen, zult, brij, worstenbroodjes.
Het waren Brabantse vleesgerechten die we kenden van plaatjes en boeken, hoogstens zagen we bij de Zaanse slager iets wat er op leek zoals saucijzen.
De eerste kennismaking was bij klasgenootjes thuis.
Er werd eierstamp opgediend met boter. Of boontjes-aardappels-speklappen met vette jus.
Op feestjes waren er worstenbroodjes (nu immaterieel erfgoed), in ouderwetse café’s werden toostjes met zult rondgedeeld, in boerenkeukens balkenbrij gebakken. En met de kermis was er gegarandeerd soep waarvan het vlees apart werd geserveerd met uitjes. Erg lekker en mals vlees, vooral als het van het bot was.
Mijn vader keek er niet vreemd tegenaan, als boerenjongen zal hij vaker zware en machtige maaltijden gegeten hebben.
Voor ons was het overdaad. We vonden het vet en vooral te zout maar alles went. Toen we het bier leerden waarderen volgde de rest vanzelf.

Eenmaal getrouwd kon ik geen tegenwicht bieden, niets typisch Zaans.
Het zal wel bestaan maar in ons gezin werd zuinig gegeten en vooral mager, we moesten niets hebben van vet en vellen. Misschien dat broeder (meelgerecht in een kussensloop) iets van die streek was, ik weet het niet.
Deuvekater (ook duivekater), Opperdoezers, Weespermoppen en Beemsterkaas zijn wel Hollands maar niet specifiek  Zaans.

Met de jaren veranderde veel, ook de maaltijdmode.
Toch bleven oude opvattingen leven. Een vriendin hoorde ons likkebaardend verslag doen van de fijne biefstuk die een slager leverde. Dat kende zij niet.
Zegt ze later verontwaardigd: ‘Is dat alles?  Ik heb het geprobeerd en flink laten sudderen, we vonden er niks an.’
Precies zo verkeerd als wij het met die speklappen deden.

Hoe te zeggen…

Er zit me iets dwars.
Ik zit er vol van en kan het haast niet onder woorden brengen maar zal het proberen.
Het staat me tegen, zo ontzettend tegen dat, eh, ja, hoe moet ik dat nu uitleggen, het onbeheerste gedrag dat  tot narigheid leidt.
Maak je niet dik, zegt men, maar dat is te gemakkelijk en stemt me treurig.
Misschien kan ik het beter recht voor zijn raap zeggen, ik ben er ziek van en móét het kwijt.
Die veel te grote portie patat van vanavond. Met dubbel mayonnaise.

Kookboek 1946. Oud spul

Kort en  krachtig:

Ik heb het opgezocht, het is ongeveer hetzelfde als koolraap. Ook bestaan er meiknolletjes, ik neem aan dat het ook zoiets is. Meer oude groentensoorten zijn te vinden op  .voedselencyclopedie
Voor mij hoeft het niet.
Koolraap….
…de herinnering hieraan dateert van jaren her maar zit nog steeds in mijn geheugen.
Het zag er smerig uit, het rook smerig en het smaakte nog smeriger. Volgens mij kreeg je er ook een smerig binnenste van.
Niemand van ons lustte het en het kwam niet meer op tafel.
Vermoedelijk had mijn moeder geen goed recept of waren we verwend of wilden een paar van de oudere zussen geen armoevoer eten want daar ging koolraap voor door. Zeiden ze. Bij de term vergeten groenten denk ik daarom meteen: logisch, wie wil dat nog eten. Een overdreven reactie, ik weet het. De koolraap did it.

Antieke groenten zijn geliefd bij liefhebbers.  Bijvoorbeeld bij dehippevegetarier en veel andere.
Waarschijnlijk staan er meer soorten in de lijst, die we kennen onder nieuwe namen. Ik zoek het niet op, er zijn zoveel smakelijke groentes vandaag de dag met een veelvoud aan bereidingswijzen.
Mocht ik echt serieuze  trek hebben in iets van vroeger dan neem ik aardappelen.
De knol die overal goed in is, een knappe knol.
Gebakken, gestoomd, gekookt, als puree.
En bovenal als patates frites.

Voedsel weggooien, vette honden en dode vogels

Er wordt nog steeds teveel eten weggegooid.
Doodzonde.
Ik voel me schuldig, plaatsvervangend want ik gooi zelden eten weg. Ik trek het me zo aan dat ik af en toe loop te speuren naar uitgestrooide broodkruimels, ik wil ze oprapen en er een nieuw brood van bakken dat ik kan opsturen naar de hongerenden of verkopen en het geld overmaken.
Het lukt niet.
Vogels zijn me voor, en honden. Ze hebben natuurlijk ook een hekel aan voedselverspilling en eten de kruimels voordat ze bedorven zijn.
Tevens kijk ik uit naar wegggooide taartjes en kroketten. Ook die zijn niet te vinden, ik vermoed dat het loslopend -en vliegend gedierte in ons dorp té alert is op lekkernijen, dat ik daarom nooit gevulde koeken vind of XL chocoladerepen puur.
Alles wordt ogeslokt.
Zodoende ontdek ik met mijn zoektocht een nieuw gevaar van het wegwerpgedoe: slechte condities van dieren en denk eens aan hun gebitten, is het niet beter op voorhand de dierenartsen waarschuwen? Stel je Fikkie voor in een rolstoel of de kat aan’t infuus.
Straks vallen de mussen dood van het dak, worden een prooi voor de kauwen en die voor de buizerds en die voor, eh, enfin, die gaan ook dood. Snepvervetting en dichtgeslibde eierstokjes lijken me niet denkbeeldig. Kruimels oprapen wordt kadavers ruimen.
Het is jammer dat de verspillers dit scenario niet voorzien.
Doodzonde.

Over marineren van vlees

Vlees eet ik niet altijd, een enkele keer een biefstuk of kippenboutje wat ik in de pan gooi met boter, zout en peper.  Makkelijk, smaakt overal bij en het is nog lekker ook.
Voorheen deed ik er meer moeite voor, vooral als het hele gezin bij elkaar was. Lekkerbekken zijnde zaten ze watertandend met vork en mes in de aanslag te wachten op wat komen ging.
Hoe meer hoe liever en graag veel vlees.
Dat kregen ze.


Vlees verwerken is een dankbaar werk omdat er veel mogelijkheden zijn er iets meer van te maken.
Marineren is er een van
Zoveel hoofden, zoveel marinades. maar vaak komt het neer op kruiden, mosterd, uien en wijn/azijn. Soms bier.
Zelf ken ik nog cola(lekker) en fruit, bij varkensvlees en kip een flinke lepel sambal oelek.
Maar koffie, melk, thee? Nee daar zou ik nooit op gekomen zijn.
Op deze site  lees je over andersoortige marinades en waarom ze gunstig zijn.
Misschien voor U bekend, voor mij nieuw.
Eet ze.

Zalig zijn de vreetzamen

Er was geen gans, er was geen kip
noch fazant of watersnip
varkens, reeën en kalkoenen
net zo min als negerzoenen
geen van hen vermocht ons boeien
enkel en alleen de koeien
daarvan lustten we een stuk
jamm, het was vur-ruk-kul-luk
zachte boter, groen, patat
of je in de hemel at.
Het was een culinair orkest
dat nog naklinkt in de rest
die we warmen in bouillon.
Daarvoor is de magnetron