Nieuwe droom


Een paar dagen na die parad-ijselijke droom over een natuursoort die de mens ontgroeid is en waarin hij danig onthand zou raken, verzeilde ik al slapend in een heel andere wereld.
Veiliger en minder lawaaiig, kalm, vredig; sereen bijna als er geen opgewekte muziek zou zijn. Blije klanken van onbestemde instrumenten die een koerend koor begeleidden. Een hoog Mantovani-gehalte.
Hier en daar zag ik iemand die me bekend voorkwam. Vriendelijk en mild. Waarom ik aan dit woord denk?  Zo zag het er uit. Mild= toegevend, vergevingsgezind.
Dus braaf, saai en sloom.
Het was duidelijk,  dit stelde de hemel voor.
Nu was ik altijd al bang dat het daarboven een stelletje dooie pieren zou zijn maar om het zelf mee te maken is erg. Geloof me.
Enkel een droom, ik weet het, maar dan nog. Zo suf, het idee daar voor de eeuwigheid te moeten verblijven lijkt me eerder een straf. Zouden  hemel en hel verwisseld zijn, vroeg ik me af, hebben we dat altijd verkeerd begrepen?
Het werd me te moeilijk, daarom riep ik de wekker aan en liet me wakker worden.

Advertenties

Paradijselijke droom


Het was er groen, erg groen; het schemerde voor je ogen.
En warm. Daarom liepen we in ons nakie al hielp het niet veel. Herhaaldelijk doken we in zeeën of rivieren, opdringerige krokodillen slikten we er wel bij, als het maar koelde.
Het ergste was de herrie.
Het floot, zong, krijste, brulde en siste en welke geluiden je maar bedenken kon die dieren maken terwijl je tegelijkertijd het lawaai hoorde van gebeweeg door ritselende bladeren of sluipende slangen dan wel blubblubbende vissen want de natuur was zo overvloedig dat je als mens je eigen stem nauwelijks hoorde.
Een onaangename plek maar wie weet komt er een vervolgdroom met een goede afloop.