Familieoord


Het is zo  mooi, ons familieoord.
Pa en moe wonen er,  schoonmoeder.
Alle broers en zussen van beider families, met wederhelften en kinderen. Ze zijn hier thuis; genieten van de zachtaardige sfeer die in de lucht hangt, van de bomen en bloemen, van de warme zonnestralen en de geur van  hoog gras die zelfs in de winter blijft hangen.
We zingen de top twintig;  bijen zoemen mee en met gemoedelijke wespen drinken we gezamenlijk uit glazen zoete wijn en eten vegetarische reebouten.
Een man passeert; hij bekijkt onze familiewoonst met duidelijk verlangen. We wenken hem.
Hij komt , kijkt en vertrekt.
Hij gelooft niet in dromen.

Advertenties

Dromen in eigen beheer

De nacht nadert. Dromenman loopt rondjes om het bed, hij mompelt.
Wat wil hij eigenlijk? Waarom doet hij zijn werk niet?
Zenuwachtig van zijn gedribbel roepen we ‘Schiet es op, we willen slapen.’
‘Ogenblik, ik denk na over de vakantie. Doet U maar vast de ogen dicht.’
We wachten.
Na een paar rondjes  vragen we het nogmaals.
‘ Top!’ roept hij . ‘Ik ben er uit.’
‘En? Waar gaat U naar toe?’ vroegen we.
‘Ik fiets naar de Azoren en koop me een patatje.’
‘Echt waar? Met Azoorse  saus? Jammm.’
Jaloers kijken we hem na als hij door het voorraam uitvliegt.
‘Ja’, zegt echtgenoot, ‘dan verzinnen we zelf wel wat.’
Hij visualiseert een grote pan waar op de bodem kleine aardappelen bakken en bovenin rozijnenpannekoeken liggen.
‘Goh schat, wat goed,’ roep ik uit, ‘samen doen?’
Ik bedenk er ijsjes bij en voor ieder een ontpitte mango.
Plots komt de koelkast er bij staan; hij wijst naar zijn onderste vak.
We kijken. Romige mokkataartjes knipogen naar ons, hand in hand met Vin de Rêverie en Mijmerpils,
Langzaam genietend, vervagend in de slaap, doen we ons te goed aan de overdaad.
We zijn heel goed in staat onze dromen zelf te beheren.

‘Goedemorgen,’ gapend komt man de keuken in, ‘ik weet niet hoe het komt maar ik werd  wakker met een opgeblazen maag. Raar hè?’
‘Ja, en met een katterig gevoel. Gek is dat.’

Vakantiereclame en dromen

Fietsvakantie.
Midweek in mooiste regio van Nederland.

En meer.
Ondanks nee-nee-sticker, bel-me-niet-register en adblock bereiken deze advertenties je toch. Ingevouwen in de krant of als extraatje  bij een internet krantenabonnement krijg je deze informatie. Precies zoals  de reclame in je brievenbus.
Graag zou ik ze allemaal verzilveren maar mijn budget laat het niet toe.
Best jammer.
Een avontuurlijke tocht door woeste bergen en bossen, wie wil dat niet.
Dromen echter zijn gratis.
Dus geef ik me over aan fantasietjes waarin een filmisch paar (man en ik) de Mont Ventoux beklimt of dwars door Australië spoort,  en passant schapen en kangoeroes temmend.
Wol en konijnen beoordelend, spannend!
Maar ja.
Een dergelijke gedachtegang  vergt veel energie en het uitrusten naderhand is dan ook hard nodig.
Hangend op een keukenstoel kom ik bij zinnen, opgelucht.
Ik blijf toch maar thuis

Voorjaar in de nacht


Ook ’s nachts kun je hunkeren naar de lente.

Weliswaar zie je de  kleuren van voorjaarsbloemen vager,  toch voel je het aan.
Bedsokken en nachtpon zijn te warm (lach niet, ik draag beide),  de vroege ochtend biedt meer licht,  koffie pruttelt opgewekter.
Nog een paar dagen en dan…
…en dan een krantje zonder de grote lamp nodig te hebben.
Daar droom ik nu al van.

Nieuwe droom


Een paar dagen na die parad-ijselijke droom over een natuursoort die de mens ontgroeid is en waarin hij danig onthand zou raken, verzeilde ik al slapend in een heel andere wereld.
Veiliger en minder lawaaiig, kalm, vredig; sereen bijna als er geen opgewekte muziek zou zijn. Blije klanken van onbestemde instrumenten die een koerend koor begeleidden. Een hoog Mantovani-gehalte.
Hier en daar zag ik iemand die me bekend voorkwam. Vriendelijk en mild. Waarom ik aan dit woord denk?  Zo zag het er uit. Mild= toegevend, vergevingsgezind.
Dus braaf, saai en sloom.
Het was duidelijk,  dit stelde de hemel voor.
Nu was ik altijd al bang dat het daarboven een stelletje dooie pieren zou zijn maar om het zelf mee te maken is erg. Geloof me.
Enkel een droom, ik weet het, maar dan nog. Zo suf, het idee daar voor de eeuwigheid te moeten verblijven lijkt me eerder een straf. Zouden  hemel en hel verwisseld zijn, vroeg ik me af, hebben we dat altijd verkeerd begrepen?
Het werd me te moeilijk, daarom riep ik de wekker aan en liet me wakker worden.

Paradijselijke droom


Het was er groen, erg groen; het schemerde voor je ogen.
En warm. Daarom liepen we in ons nakie al hielp het niet veel. Herhaaldelijk doken we in zeeën of rivieren, opdringerige krokodillen slikten we er wel bij, als het maar koelde.
Het ergste was de herrie.
Het floot, zong, krijste, brulde en siste en welke geluiden je maar bedenken kon die dieren maken terwijl je tegelijkertijd het lawaai hoorde van gebeweeg door ritselende bladeren of sluipende slangen dan wel blubblubbende vissen want de natuur was zo overvloedig dat je als mens je eigen stem nauwelijks hoorde.
Een onaangename plek maar wie weet komt er een vervolgdroom met een goede afloop.