Dierendag…

…besteed ik naar eer en geweten.
Drie vliegen een keiharde dood bespaard door de achterdeur voor ze open te houden. Als dank flapperden ze met hun vleugeltjes.
Een spin verhuisd, met draad en al onder het afdak gehangen. Ook hij(zij?) zwaaide.
En het ìs dat ik thuisbleef, anders zou ik nog veel meer goede daden hebben verricht.

Een eendje helpen oversteken.
Keffertjes vriendelijk aankijken in plaats van ze binnensmonds uitschelden.
Buurpraatje houden met koeien.
Schijtzieke houtduif beschuitjes  voeren
En ga zo maar door.
Er kwam niets van maar het gaat om de intentie: denk eens aan de dieren.
Dat deed ik en de dag is nog niet om!
Alles beter dan je hond of kat  een hele worst te voeren.
==

Morgen is het Dierendag (Vandaag dus)


Alle dieren, kattigen, hondstrouwen, ezels, uilskuikens, kippigen  en andere semi-dierlijken wens ik morgen een fijne dag toe.   Franciscus  zou het op prijs stellen, hij is de patroonheilige van het spul.
Dat er maar veel spekkies voor de bekkies worden geserveerd.
Geniet van de schattebouten en het huisvee zolang je jong bent, de tijd gaat vlug en voor je het weet word je zelf gevierd op de day after, vijf oktober is het nationale ouderendag 
Tot welke leeftijd moet ik die rekenen? Ik voel ik me nog steeds die snelle leeuwin al vang ik tegenwoordig minder prooien, of collega-ouderen dat ook hebben is me niet bekend.
Hoe dan ook, we zitten ermee.
Je vraagt je af of je er thuis iets aan moet doen, ik wed dat we zelf het gebak moeten leveren.
Ik waarschuw alvast, ouderen een strik om de nek binden of een stuk leverworst voorzetten  is not done. ‘Kijk eens oma…’
Ik hoef enkel een extra patatje met een kroket.
En een lekker dier in de pan.

Dierendag

Het is aan mij niet besteed.
Ik hoef geen strik om mijn nek of een raar roze bot, ook een extra kussen in de mand maakt me niet blij en een piepspeelbeest wil ik al helemààl niet.
Feestelijke brokken, snoepjes, kauwsticks zeggen me niets noch korrels, veekoeken, zangzaad, pens, stukken vlees, levende prooien, haver, bundels hooi, bamboescheuten, varkenspoten, kippetjes, wortelen, inktvissen, pieren, en wat er maar aan eetbaars bestaat.
Wat moet ik daar nou mee, dat lust ik allemaal niet hoor.
Mocht ik iets lekkers willen dan is het een portie uit de vetpan. Met wat geluk blijft er een broodje kroket voor me over.
Misschien zelfs twee, jammmslurpburrrp.
Morgen pas.
Zucht. Ik kan haast niet wachten.

Vier oktober voor mens en dier.


Pfff, wat een dag, ik geloof dat de halve wereld vandaag een boutje op het bord wilde.‘ Vermoeid deed de slager zijn winkel op slot en liet zich op een stoel zakken. Bekaf.
‘Verschrikkelijk, de drukte vandaag; iedereen bestelde een vleesgerecht,‘ verzuchtte de kok terwijll hij vermoeid op zijn bed viel.
‘Rrrrroahhhrrr,‘ grauwde Leeuw tegen echtgenote, zich vadsig uitstrekkend, ‘drie antilopes was teveel voor mijn gestel maar lekker wàs het.
‘Mam, mag ik de snavel laten liggen en de tenen lust ik ook niet?‘ vroeg het vossenjongetje.
BURB’ en na een paar seconden nog luider ‘BURRÙÙÙRRB’  klonk het uit een krokodillenkeel, ‘er gaat toch maar niets boven een mals nijlpaard’  bij het oprispen  van een bot.


Het was een vreetzame dag.

huilen1

 

Dierendag


Je moet weten dat ik altìjd van dieren houd, nou ja, van het ene beest meer dan van het andere, maar op deze speciale dag  doe ik iets extra’s.  Speciaal de ondergewaardeerde, vaak verborgen   soorten mag ik graag bedenken.

Hongerigen spijzen en dorstigen laven,  dierlievender gedachten zijn er niet.  —Uiteraard zou ik deze goedheden ook graag op mensen willen toepassen maar zij stellen andere eisen.–

Hoe dan ook,  het ging vandaag om bescheiden dieren.

Welnu, alle kliekjes van de afgelopen maand heb ik uit de koelkast gesleept en over de tuin verdeeld, daarna zorgvuldig ondergeharkt en ze voor de smaak met een restje overjarige soep besprenkeld. Wat er allemaal in- en ondergronds huist weet ik niet precies maar een godenmaaltje was hun deel; ik zag de verlekkerde slemppartij helemaal voor me,  het zalig geslurp moet een feestelijk muziekje zijn geweest.
En, waarschijnlijk gelooft niemand het maar ik zweer je,  toen ik zojuist over het tuinpad liep weerklonk er aangenaam gemurmel van diepe stemmen waarin ik een dankjewel herkende.
Ik hoorde zelfs een zacht boertje.