Vier oktober voor mens en dier.


Pfff, wat een dag, ik geloof dat de halve wereld vandaag een boutje op het bord wilde.‘ Vermoeid deed de slager zijn winkel op slot en liet zich op een stoel zakken. Bekaf.
‘Verschrikkelijk, de drukte vandaag; iedereen bestelde een vleesgerecht,‘ verzuchtte de kok terwijll hij vermoeid op zijn bed viel.
‘Rrrrroahhhrrr,‘ grauwde Leeuw tegen echtgenote, zich vadsig uitstrekkend, ‘drie antilopes was teveel voor mijn gestel maar lekker wàs het.
‘Mam, mag ik de snavel laten liggen en de tenen lust ik ook niet?‘ vroeg het vossenjongetje.
BURB’ en na een paar seconden nog luider ‘BURRÙÙÙRRB’  klonk het uit een krokodillenkeel, ‘er gaat toch maar niets boven een mals nijlpaard’  bij het oprispen  van een bot.


Het was een vreetzame dag.

huilen1

 

Dierendag


Je moet weten dat ik altìjd van dieren houd, nou ja, van het ene beest meer dan van het andere, maar op deze speciale dag  doe ik iets extra’s.  Speciaal de ondergewaardeerde, vaak verborgen   soorten mag ik graag bedenken.

Hongerigen spijzen en dorstigen laven,  dierlievender gedachten zijn er niet.  —Uiteraard zou ik deze goedheden ook graag op mensen willen toepassen maar zij stellen andere eisen.–

Hoe dan ook,  het ging vandaag om bescheiden dieren.

Welnu, alle kliekjes van de afgelopen maand heb ik uit de koelkast gesleept en over de tuin verdeeld, daarna zorgvuldig ondergeharkt en ze voor de smaak met een restje overjarige soep besprenkeld. Wat er allemaal in- en ondergronds huist weet ik niet precies maar een godenmaaltje was hun deel; ik zag de verlekkerde slemppartij helemaal voor me,  het zalig geslurp moet een feestelijk muziekje zijn geweest.
En, waarschijnlijk gelooft niemand het maar ik zweer je,  toen ik zojuist over het tuinpad liep weerklonk er aangenaam gemurmel van diepe stemmen waarin ik een dankjewel herkende.
Ik hoorde zelfs een zacht boertje.