Dialectprobleem

Dialecten scheppen soms verwarring, soms volslagen onbedrip.
Er is de herinnering aan dit voorvalletje .

Op een regendag kwam ik op school met natte haren. Ik fatsoeneerde het enigszins en ging bij de andere meisjes staan.
Een leraar wees naar me en vroeg of ik niets aan mijn kapsel kon doen.
Tja, halflang kleddernat haar, daar doe je niet veel aan.
Nou moet je weten dat we pas een paar weken in Brabant woonden, ons Hollandse accent was nog vet. Wijzelf echter dachten dat we keurig  Nederlands spraken.
Ik antwoordde de leraar dan ook onnozel met: ik kraggut nie netter.
Groot onbegrip op mans gezicht. ‘Pardon?’
‘IK KRAGGUT NIE NETTER.’
Hulpeloos wendde hij zich tot de andere meisjes. ‘Wat zegt ze toch?’
Ze begrepen me en vertaalden, ‘ik krijg het niet netter.
Pfoe.
Ik geneerde me, niet alleen voor mijn antwoord, vooral voor de platte taal die ik gebruikte.
Het was een goede les.
We leerden nooit echt Brabants, wel beter Nederlands.

Advertenties

Mooie dialectwoorden


In de omgeving waar ik woon is Brabants de spreektaal. Oost-Brabants.
Mijn geboorteplaats ligt in de Zaanstreek, wat taal betreft  zo’n beetje de tegenhanger.

Het was voor ons -als instromers-  een leuk spelletje om de dialecten te vergelijken.

Overeenkomsten vonden we haast niet (misschien dat een taaldeskundige ze kent? ) maar vermakelijke uitspraken des te meer  omdat we ze steevast verkeerd verstonden.

‘nen Elend bijvoorbeeld, bleek ellende te zijn.

Un koksel erpel was een maaltje aardappelen.
Schon bonne waren mooie bonen.
Natuurlijk kennen we allemaal deze voorbeelden, misschien gebruiken we ze ook,  maar het volgende voorbeeld vind ik nog steeds het allermooiste, en dat is  een ‘helle vegerd’,  een krasse oude man.
De betekenis kan ik niet achterhalen, jammer.
We hoorden het in het Land van Cuijk, we weten niet of het ook elders gezegd wordt, wel dat het een oude uitdrukking is.