Corona

Een meisje loopt door het park, zich haastend, het begint al te schemeren. Bovendien hoort ze  voetstappen achter zich.
Omkijken durft ze niet.
Ze versnelt. De voetstappen ook.
‘Ga weg,’ roept ze bang, ‘ik bel de politie.’
‘Doe niet zo raar,’ zeggen de voetstappen,’we houden ons aan anderhalve meter.’
Ze zwijgt, niet in het minst gerustgesteld, versnelt nogmaals tot ze rent en de uitgang bereikt. Opgelucht leunt ze in het licht tegen een lantaarnpaal.
Verschrikt veert ze weer op.
‘Zie je nou? Niks aan de hand.’
De voetstappen verdwijnen.
==
Update
Een ander slot, aangeleverd door Ans, ms, Suske, TaaltuinZuid
Hartelijk dank.


Net als ze weer op adem is en haar hartslag weer een normaal tempo heeft hoort ze gehijg achter zich. Ze geeft een gil…..dit is teveel…. dit kan ze niet aan….wat moet ze nou?
Ze valt op haar knieën en slaat haar handen voor haar ogen….ze wil het niet zien!
Dan voelt ze iets kouds in haar nek en gilt weer…….
….”Dino! Hierrrrrrrr” Dino? Huh? Ze kijkt op en ziet en man met een hond, de man kijkt haar aan: “Gaat het weer een beetje? Schrok je erg van Dino? Je was net al zo schrikkerig toen ik achter je liep. Dino doet niks hoor, ’t is een best beest!”
Van opluchting begon ze te huilen…… blij dat er echt niets aan de hand was!
Ans.
====
“Wat voer je in je schild?” vraagt hij “Laat me door” en hij belde de politie.
ms
====
Net als ze weer op adem is en haar hartslag weer een normaal tempo heeft hoort ze gehijg achter zich. Ze geeft een gil…..dit is teveel…. dit kan ze niet aan….wat moet ze nou?
Toch kijkt ze om, de voetstappen zijn ook gestopt. Een duistere figuur met cape staat daar zonder een woord t zeggen. Zijn gezicht wordt duidelijk zichtbaar. Het is een lijkwit hoofd met holle ogen. “Eindelijk kan ik je naar de hel sturen !” spreekt hij met onmenselijke stem terwijl hij een mes te voorschijn haalt. Ze gilt het uit en voor ze goed en wel beseft wat er gebeurd is ligt ze naast haar bed op de grond.
Suske
===
De voetstappen verdwijnen. Maar de aanwezigheid blijft. Ze durft niet om te kijken maar ze voelt dat er nog iemand is. Ze voelt het gewoon. …
TaaltuinZuid
===

Van die dingen


Al vroeg stond ik bij de supers. AH was open, ik wachtte bij de ander.
Er stond een man die gelukzalig een sigaretje wegpafte. Het rook zo lekker kruidig in de ochtendlucht dat ik er trek in kreeg. Ook een paar anderen snuifden, misschien speelde melancholie ons parten.
‘Niet doen,’ zei hij. We lachten.
En praatten.
Over corona, uiteraard. En de vogelgeluiden. De droogte.
Ondanks de afstand hoefden we niet te schreeuwen, een toontje luider spreken wordt gewoon.
Worden de stemmen ook eens getraind.
Oefening voor eenzamen.
==

Wennen? Niet iedereen.

Gisteren belde een kennisje.
– Kom je van de week koffie drinken? We kunnen buiten zitten op de grote bank,  veilig op afstand. Of ik kom bij jou, ruimte genoeg. We zien elkaar nooit meer.
Ik zegde toe en ga een dezer dagen.

Vandaag had ik de kluskennis gebeld. – Ik ga iets moeilijks vragen. Wil je alsjeblieft een golfplaatje vastzetten zoor het afdak eraf  waait? Ik zal je niet te dicht benaderen.
Hij lachte maar kwam meteen en repareerde de losgeraakte plaat. Daarna dronken we koffie, onverwachts gezellig en volgende keer komt zijn vrouw mee.

Eergisteren hield me een vrouw aan die ik slechts een beetje ken. Ze kwam te dicht bij en ik stapte achteruit. “Sorry,’ zei ze, ‘het wordt ook zo stil, je spreekt niemand. Hoe doe jij dat?’
We raakten aan de praat.

Alle drie zijn ze beneden de zeventig, twee van hen hebben een partner, (volwassen) kinderen en hobby’s. Maar missen het sociaal verkeer.
Het gaat toch niet zo makkelijk als ik dacht.
==

Positief fantasietje

Het zijn harde tijden, appt een moeder naar haar vriendin. De kinderen zijn me lief maar ik ben ’n beetje moe.
Ik word zo stijf, jammert het meisje van de gesloten sportschool.
Mijn beste klaverjasmaatje is nu ook al dood, zucht opa, zijn verdriet spat van het scherm.
Veel mensen hebben het moeilijk, er zijn overleden familieleden, gemis van ouders en grootouders, baan- en inkomensverlies. Het ongemak van isolatie is groot.
En toch.
Na ongeveer een halfjaar wordt een kentering zichtbaar.
Er treedt gewenning op, langzaam, langzaam.
Kinderen lopen hand in hand, ouders erachteraan, samen, intiem, zonder de behoefte aan buren en groepjes.
Deze trend zet zich voort en breidt uit, meer en meer raakt men gesteld op persoonlijke ruimte, ja, zelfs jongeren krijgen het mee. Ook zij lijken de privacy te waarderen.
In ouderenkringen maakt men grappen en wordt de uitgestoken wandelstok als maat gebruikt: tot hier.
In de bus, winkels, kerken, op campings, in scholen, overal waar regels verzacht worden ziet men dit patroon in alle landen. Mensen leven op in een nieuw bewustzijn en aangepaste banen. Banken jammeren nutteloos.
Men herwaardeert de aarde.

De vreselijkste griep die geen kansen meer maakt, wijkt, verschuilt zich in duistere hoeken maar de angst is verdwenen. ‘We kunnen dit aan,’ verzekert men elkaar.
Natuurlijk, het is te verwachten dat er psychologisch geprutteld wordt: we zijn kuddedieren, gaan psychoses krijgen en wat al niet meer.
Mensen luisteren slechts zachtjes en gaan hun eigen gang. Zij en de overheden en zorgverleners en alles en iedereen, ze hebben gewonnen.
Eén vraag blijft:
waar zitten die presidenten toch, je weet wel, Poetje en Erdje.
En waarvoor slaat die oranje Amerikaan zich nou op zijn borst?
==

Negatief fantasietje

Je hoeft het niet te lezen.
Volgende keer een positief beeld.

Een dezer dagen krijgt het bijna gehalveerde volk van Europa bezoek van afgevaardigden uit de VS, waar nog een kwart van de inwoners in leven is.
Zij zijn op studiereis in het kader van een zoektocht naar het ultieme medicijn tegen de vreselijkste griep van de twintiger jaren.
Hoewel reële voorlichting in de oude wereld nauwelijks voorhanden is zien zij de situatie hier als laatste antwoord op hun eigen problemen daar Azië en Afrika de toelating hebben  geweigerd en Australie bijna toe is aan een definitieve en letterlijke staatsbegrafenis.
De Europese regeringen tonen zich hoogst verbaasd maar zullen desgevraagd ‘de afgevaardigden hartelijk ontvangen met voor ieder lid een mondkapje-plus-gratis-koortstest’.
Een van hen zal in de komende weken alle nog mobiele premiers en presidenten oproepen voor een gezamenlijke ontvangst, ook degenen met een ademhalingshoofdstel.
De vraag op ieders lippen: waar is hun eigen president?
==

Corona of niet…

…we zullen naar de winkel moeten.
Eens in de maand laat ik boodschappen bezorgen maar verse etenswaren heb ik ook nodig.
Het was minder druk dan anders op marktdag.
Bij de ingangen stond een fles zeep en papier om het handvat van de winkelwagen te ontsmetten. Ik deed er meteen mijn handen mee maar ja, daarna pak je een krop sla, tomaten, weegt bonen af, zoekt goed fruit enzovoorts, waarbij je je afvraagt hoeveel handen je al voor zijn gegaan. Je ziet mensen meerdere stuks oppakken  en terugleggen voor ze uitkiezen.
Hetzelfde bij de eieren, kaas, brood, beleg.
Ik wilde een doosje chirurgenhandschoenen  kopen en er een paar aantrekken maar het leek me zinloos nu ik de halve winkel al had gehad.
Op de markt was niet veel volk. Dat is niets nieuws, op kleinere plaatsen sterven markten uit, daar valt voor corona geen eer aan te behalen.
Over een paar dagen is de uitvaart van een kennis, ik weet nog niet of ook hiervoor speciale voorschriften zijn. Ik hoop niet te streng en heb bij voorbaat met de nabestaande te doen.
Een boks geven met de elleboog? Of wat?
=