Nieuwsgierige mensen

‘Jullie gaan laat naar bed,’ zei een buurman van de overkant..

Verbaasd vroegen we ‘Let jij daar dan op?’
‘Nee, maar ik zie dat er ’s avonds nog lang licht brandt.’
Oud wijf, mompelde man binnensmonds.
Later.
‘Jullie gaan laat naar bed,’ zei een buurman in de straat achter ons.
Minder verbaasd vroegen we ‘Let jij daar dan op?’
‘Nee maar ik zie nog laat het licht branden bij jullie. Dat zie ik door de koepel.’ Hij lachte er trots bij, hij vond het zelf een grootse ontdekking.
Oud wijf, dacht ik.
Bij rondvraag hoorden we dat veel mensen nog even uit het raam kijken voor ze in bed stappen. Een doodnormale gewoonte.
Maar ook: eerst de straat links en rechts afspeuren voor de deur op nachtslot gaat, zien wie de hond ’s nachts uitlaat, welk buurkind te laat thuiskomt. ’n Paar mensen zitten met verrekijkers, volgens mij hebben ze speciaal hun dakkapellen daarvoor gebouwd.
Tja. Je zegt er niets van want wilt geen ruzie. Maar raar vind ik het.
Wat een armoed als iemand geen andere interesses heeft dan het leven van buren die ook niets meemaken. Wat bezielt zulke gluurders? Ze kicken erop, dat hoor je bij hun opschepperige gezwets.

Grappig was het toen mijn man, een paar weken voor zijn overlijden zei, ‘het is een goed gevoel te weten dat iemand een oogje in het zeil houdt, straks.’  Hij lachte erbij, hij kende me.
Maar toen de buur een paar maanden geleden zei dat hij nog steeds alle avonden nog laat mijn licht zag branden vond ik dat knap vervelend.
Al kan ik niet uitleggen waarom

Buurten


Van de week zag ik in onze straat twee mannen langdurig een praatje maken, vijftiger of zestigers. Op hun gemakkie stonden ze daar en kletsten wat; de een rolde een sigaret, de ander had zijn hond bij zich.
Niets bijzonders?
Toch wel ’n beetje, je ziet het niet vaak meer. Men groet en gaat zijn eigen weg.
Het is niet alleen dat de wijk verjongt, dat valt wel mee. Rondom me wonen behalve de baby-gezinnetjes verschillende veertigers en een paar vijftigers.
Het is eerder het gebruik van op-je-zelf blijven, iets wat de laatste twintig jaar enorm in zwang is gekomen. Er wordt nog wel gebuurt in kleine kring maar niet vaak meer en meestal bij de auto of garage, binnen de -gesloten- poort.
Ik mag dit wel. De tijd dat iedereen binnenliep beviel me nooit, waarschijnlijk was ik te stijf/Hollands.
Maar ik deed mijn best en zwaaide voor iedereen met de koffiepot.
Daarmee voelde ik me voldoende aangepast.