boek

Zomaar een zinnetje

‘Straks moet mijn zoon met de broodkar langs de deuren, de schande… ‘
Tweemaal werd deze zin uitgesproken in een oud boek uit de jaren vijftig, in één hoofdstuk.
Door een vader met een goede baan wiens zoon niet veel deed op school en slechte punten haalde.
En door een man van naam en faam in het inbrekersgilde, zijn zoon lanterfantte in plaats van het vak te leren.
Humor.
boekbook-1835799__340
Waarom onthoud je zoiets nou?
Beter gevraagd: waardoor komt zoiets boven? Ik kan me geen trigger herinneren.
Had ik een vader als bovengenoemd? Nee.
Leek ik op een van de zonen? Eh, nee.
Het is niet van belang, ik vraag het me alleen maar af.
==
boek

Boek Hanna Bervoets

Het verhaal is niet eng in de zin van griezelarij als moorden, spoken, gezinsvreselijkheden enzovoorts, ik kon het dus veilig in bed lezen.
Niettemin nam ik het na één avond weer mee naar een neutralere omgeving als keuken of luie stoel waar ik niet gauw in slaap zou vallen, deze sfeer wilde ik niet meenemen  in eventuele dromen.
‘Alles wat er was‘  beschrijft een groepje van acht mensen dat toevallig in een lege school aanwezig is wanneer de aarde op slot gaat.  Men moet zich zien te behelpen om in leven te blijven.
Je begrijpt meteen de beklemming,  ziet de situatie groeien, verwacht voorop enkele van de gebeurtenissen.
Het gegeven is niet nieuw, ik las het in diverse vormen.  Toch greep het me aan.
Door de invulling van plaats en personen vond ik dit een goed boek. Ook wat schrijfstijl betreft.
Maar het blijft natuurlijk een kwestie van smaak.
Al eerder viel dit boek  me op,  door de toevoeging scholieren of boekenleeslijst  dacht ik echter niet aan een volwassenenroman.
Twijfelend gereserveerd, en geen spijt gehad.
Wel denk ik dat je een ervaren lezer moet zijn.|
Op google kun je verschillende reviews van scholieren vinden.
  HIER een beknopte samenvatting van het verhaal
==

boek

Lezen en luisteren

Er was eens een man die altijd las.
Had hij niet de krant bij het ontbijt dan wel de papieren tv-gids naast zijn bord en als hij klaar was bekeek hij de achterkant van het bestek. ‘Aha, de oude Gero,’ mompelde hij, of ‘vandaag een Rostfrei-mes.’
Hij leefde op en met woorden, wilde ze begrijpen en zocht daartoe tientallen malen per dag op google. De bibliotheek was zijn tweede woning.
Tot hij zich realiseerde:  ik weet te weinig. Daar moet ik iets aan doen.
Hij kocht de Van Dale in oude vorm (bijna 4300 pagina’s!) en die op Internet en las daarin, bladzij voor bladzij, alle verklarende noten met tekst en uitleg en tenslotte had hij de boeken uit. Ook de aanvullingen hield hij bij, de allernieuwste verklaringen en de E-boeken.
Maar toen.
Hij snapte niet waarover zijn vrouw klaagde. Verstond zijn chef niet meer en collega’s.
‘Ben ik dement?’ vroeg hij een psychiater.
Deze bekeek en bevraagde de man, lang en diepzinnig. Hij zag dat de man alles wist maar niet veel begreep.
‘U leest veel maar weinig van belang, luisteren is meestal beter.’  zei hij, ‘de samenhang niet zien, dat is een ernstig gebrek.’
Na enig nadenken snapte de man het.
Hij liet het zich uitleggen.
Toen werd hij ook een beetje wijs.
==

boek

Lezen?

Daar bewegen er nauwelijks in zit en de bibliotheek op halve kracht draait zocht ik in de boekenkast. Je moet toch wat.
Ik stuitte op een vergeten exemplaar waarvan ik nooit heb geweten hoe het hier terecht kwam. Adem van Geluk, een bundel van Leni Saris, Jos van Manen-Pieters, Henny Thijssing–Boer.  Weer  gauw weggemoffeld.
Ik vond het boek van Daniel Kehlman, Het meten van de wereld.
Vreselijk ding.
Hierin ben ik talloze malen begonnen en even zo vaak mee gestopt.
De oubollige humor is te tergend om te vermaken en van personages’ wetenschap snap ik niks.
Ik zocht verder maar het regende opeens.
Vlug een stoel naar buiten, vol verwachting het gezicht omhoog.
Tja.
Net zat ik in positie toen het blikte.
Donder er achteraan. Paar hagelstenen. Grrr.
Narrig stond ik voor de kast.
Geen goed boek.
Geen buitendouche.
Geen pistool.
Pling. Buurvrouw redde me met een grap.
==
boek

Kees Stip. ‘Op een draak’

Die laatste zin, kostelijk.
De eerste keer dat ik het las moest ik wel even denken.
Hoe eenvoudig het ook lijkt, het is een knap taalspel.

Uit het boek  Het Grote Beestenfeest.
Een oudje, ooit bij de bibliotheek gekocht,
lekker dik met maar liefst 248 pagina’s vol humor.
Ik kijk er nog steeds in, goed voor het humeur.
De gedichtjes blijven leuk en inspirerend.
=

 

 

 

 

 

 

boek

‘Client E. Busken’ van Jeroen Brouwers

De meeste boeken beschrijf ik niet. Een enkele, zoals deze,  wel. Topschrijver.
Het is een verslag vol bitterheid, zwarte humor mag je ook zeggen.
Je leest de gedachtengang van cliënt E Buskes,  24 uur.
De opschepperijen zijn hilarisch, zijn opmerkingsgave is groots.
Hier de flaptekst die het beter uitlegt.

boek·verhaal

Herman wie?


Een klein meisje huilde en vroeg ‘waarom mag ik niet naar mamma?’ ‘Dat kan niet schat,’zei pappa, ‘mamma is in de hemel.’

‘Daar wil ik naar toe.’ Driftig stampte ze tot een grote zus haar bij het handje nam, ‘kom maar, ik breng je.’
Gewillig liep ze mee. ‘Is het ver?’ ‘vroeg ze.
‘Nee, we zijn er bijna.’  Ze waren al bijna bij het water, tussen het riet zou zij haar zusje naar  mamma brengen.
Hier stopte ik.
Het drong tot me door dat ik een oud verhaal kopieerde. Over een meisje dat haar broers en zusjes naar hun gestorven mamma zou brengen door ze te verdrinken, het lukte niet, na het eerste slachtoffer wilden ze naar huis.
Oneindig droevig, echt Herman die dit kon schrijven als geen ander zonder goedkoop te worden.
Maar ik weet niet meer welke Herman.
Iemand?
update
Het zou ook Bertolt Brecht kunnen zijn, ik zoek nog steeds.

boek·boekenkast

Sommige oudjes doen het nog best


De afgelopen weken ben ik weer in de boekenkast gedoken om ruimte te maken.
Tja, dan ga je eerst even zitten met een  ‘o jaaa’ bij sommige boeken.  Opruimen schoot niet op, vier stuks legde ik apart om te herlezen en ik moet zeggen: oud is menigmaal nog steeds goed. In schrijven dan.
Jan de Hartog (De Kapitein) is taai maar schrijven kon hij.
Milan Kundera (De ondraaglijke lichtheid van het bestaan) leest beter en de titel is ronduit schitterend.
Greg Bear  (Aambeeld van Sterren, sf) boeit nog steeds, meer dan Asimov.
J.B. Priestey (Een straatje in Londen) las ik al honderd keer. En nu weer.
Nog even gebladerd in de Christie’s, Mankells, Ludlums, Grishams, en meer van dat, best goede auteurs maar ze trekken me niet meer. Ze nemen zinloos veel plaats in.
De eeuwige vraag is opnieuw – wat moet ik ermee- dus blijven ze staan.
Net als Palmen, Pfeijffer, Gort, Siebelink, enzovoorts enzoverder.
En dan de verstandige boeken, kook-  handwerk- en andere vreselijkheden. Wijzer werd ik er niet van, nee dan strips. Flippie Flink bezorgt me dagenlang een goed humeur.
(Ik heb er maar 1 album van, helaas)

Een boekenkast is vergelijkbaar met een vliering, garage en zolder,
je wilt ze opruimen, bent er een lange middag zoet mee en uiteindelijk mag niets weg.
Hoogstens wat opgeschoven.
==

boek·versje

Teruggevonden: versje Grand Hotel Europa

Loop je in Amsterdam
of in Venetië
voel je je vleugellam
en ruïneus.

Dat is hoe Ilja schreef
interessantsgewijs
Nieuw is het allerminst
wel modieus.
=
Dit Ollekebolleke  was ik kwijt. Ik schreef het nav het boek Grand Hotel Europa van Ilja Pfeijffer.
Geprezen, genomineerd voor de Libris Literatuurprijs.
Er staan ontegenzeggelijk mooie stukjes in met prachtige zinnen, de titel is prima. Deskundigen zijn vol lof.
Maar daarom  hoef ìk het nog niet mooi te vinden.
(De beschrijving van het boek is makkelijk te vinden op Google.)
==