Sommige oudjes doen het nog best


De afgelopen weken ben ik weer in de boekenkast gedoken om ruimte te maken.
Tja, dan ga je eerst even zitten met een  ‘o jaaa’ bij sommige boeken.  Opruimen schoot niet op, vier stuks legde ik apart om te herlezen en ik moet zeggen: oud is menigmaal nog steeds goed. In schrijven dan.
Jan de Hartog (De Kapitein) is taai maar schrijven kon hij.
Milan Kundera (De ondraaglijke lichtheid van het bestaan) leest beter en de titel is ronduit schitterend.
Greg Bear  (Aambeeld van Sterren, sf) boeit nog steeds, meer dan Asimov.
J.B. Priestey (Een straatje in Londen) las ik al honderd keer. En nu weer.
Nog even gebladerd in de Christie’s, Mankells, Ludlums, Grishams, en meer van dat, best goede auteurs maar ze trekken me niet meer. Ze nemen zinloos veel plaats in.
De eeuwige vraag is opnieuw – wat moet ik ermee- dus blijven ze staan.
Net als Palmen, Pfeijffer, Gort, Siebelink, enzovoorts enzoverder.
En dan de verstandige boeken, kook-  handwerk- en andere vreselijkheden. Wijzer werd ik er niet van, nee dan strips. Flippie Flink bezorgt me dagenlang een goed humeur.
(Ik heb er maar 1 album van, helaas)

Een boekenkast is vergelijkbaar met een vliering, garage en zolder,
je wilt ze opruimen, bent er een lange middag zoet mee en uiteindelijk mag niets weg.
Hoogstens wat opgeschoven.
==

Advertenties

Teruggevonden: versje Grand Hotel Europa

Loop je in Amsterdam
of in Venetië
voel je je vleugellam
en ruïneus.

Dat is hoe Ilja schreef
interessantsgewijs
Nieuw is het allerminst
wel modieus.
=
Dit Ollekebolleke  was ik kwijt. Ik schreef het nav het boek Grand Hotel Europa van Ilja Pfeijffer.
Geprezen, genomineerd voor de Libris Literatuurprijs.
Er staan ontegenzeggelijk mooie stukjes in met prachtige zinnen, de titel is prima. Deskundigen zijn vol lof.
Maar daarom  hoef ìk het nog niet mooi te vinden.
(De beschrijving van het boek is makkelijk te vinden op Google.)
==

Moeilijk doen

Dit zijn dagen waarop je iets anders uit de kast pakt.
De hele dag luieren bij een aangenaam briesje, dat maakt misschien de lust vrij om me door een  lastig boek te worstelen.
Ik zocht een kleine stapel uit en begon.
Het werd niks, ik kon net zo goed met mijn ogen dicht lezen.
Een boek spreekt je aan of niet, de bries maakt ze niet aangenamer. Ze blijven saai, langdradig, humorloos, oninteressant, alle goede wil mijnerzijds hielp me opnieuw niet verder dan enkele hoofdstukken. Waarschijnlijk snap ik ze niet.
Daarbij viel ik telkens in slaap waardoor ik de toch al dunne draad herhaaldelijk kwijtraakte.
Vergeleken bij dit stapeltje is de Kamerplantengids een bron van vermaak.
Na enkele pogingen gaf ik het op en legde de miskende oogst terug in de kast.
Ik wil ze weg doen maar weet niet aan wie, het is bijna een belediging om ze te geven.
In mezelf pruttelend liep een ander oudje me in handen, tja, mooi, daarom ken ik het ik uit mijn hoofd. Uiteindelijk nam ik het bibliotheekexemplaar maar weer op.
Waarom zou ik moeilijk doen.

Voor morgen heb ik andere plannen.
Ik ga hetzelfde doen als vorig jaar en maak een kussenovertrek   
Er ligt nog een grote lap stof.
Je verzint graag wat om de warmte te slim af te zijn.
Tenzij het niet lukt. Te warm, te geen zin, te lui, te suf.
Dan verlies je.
=

Hoe en wat, vraagje.


Er liggen hier een paar oude boeken die ik niet langer dan een kwartier kan lezen door de stank.
Google deed verschillende ideeën aan de hand, soda, lavendel, bleek, luchten, zon, en meer, het hielp niet veel.
Deze boeken zijn erger dan alleen maar duf of beschimmeld.
Ze lagen jarenlang in een boekenkast in de woonkamer van een vochtige woning waarin zo goed als doorlopend gerookt werd, alleen met de schoonmaak werd de inhoud gelucht. Hoogstens een dag of drie.
Ik bewaar ze in plastic zakken, haal ze er even uit, blader wat en pak ze weer in wat het er natuurlijk niet beter op maakt. Luchten is waarschijnlijk verstandiger maar zelfs buiten merk je de penetrante geur.
Ik denk dat de hardnekkige rookgeur de hoofdschuldige is.

Weet iemand een afdoend middeltje hiervoor?
(Voordat ik het loodje leg).
==

Boeren in druk

Het woord ‘boer’ is bekend in diverse betekenissen.
In dit bundeltje van Wim Daniëls vond ik woorden en uitdrukkingen die ik niet kende.
‘Boerenkrak’, ‘boerenplat’ bijvoorbeeld, en gezegdes die nieuw zijn.
Voor mij tenminste.
De betekenissen zijn nog steeds hetzelfde: hard werken, wars van chic, klagerig, enzovoorts.
Vermakelijk om te lezen.
Geen dijenkleters, gewoon aardig, soms herkenning.
Iets om bij de hand te hebben naast de luie stoel.
Een paar voorbeelden

Overtollige boeken bewaren. Of niet.

Er bestaan onnoemelijk veel boeken. Een piepkleine fractie daarvan las ik en dan het liefst op papier. Nog steeds.
Maar sinds Internet kijk ik minder en minder in de papieren woordenboeken en naslagbundeltjes.
Ze staan hier maar te staan, het mooie is al jaren verdwenen en afstoffen doe ik met de plumeau, één haaltje volstaat. Meer eisen stellen ze niet.
En dan liggen er nog een paar enorme exemplaren onderin de kast die na mijn dood waarschijnlijk hun eigen dood tegemoet gaan.
Een R.K. Bijbel, Nostradamus’ kwatrijnen, een naslagwerk van mijn geboorteplaats en twee ingebonden Katholieke Illustraties van de jaren 1948 en 1950.
Loodzware brokken, ze zouden als fundering kunnen dienen.
Af en toe vraag je je af: wat moet je daar nu mee. Gooi ze toch weg.
En dat is het punt: dat kan ik niet.
Nog wel die honden-, katten- en plantenbundeltjes maar niet de ‘echte’ boeken.
Maar voor het geval ik dat onwaarschijnlijke besluit toch neem heb ik een fotootje gemaakt. Om bij te grienen als ik ze mis.

Tijdverdrijf.


Wanneer de ochtend naadloos overgaat in middag en de avond onmerkbaar verglijdt in de nacht lijken dagen eindeloos.
Het lot van veel thuiszittenden die deze uren moeten zien door te komen.
Hobby, Internet, kranten en tijdschriften zijn daartoe het meest voor de hand liggend evenals radio en televisie.
Goede zaak maar er is nog steeds een onovertroffen middel dat al heel lang dienst doet:
een boek.
Een doodgewoon boek, in papier- of in E-vorm.
Met beide uitgaven mag je rekenen op het doorbreken van verveling. Welbeschouwd lijkt het boek hiervoor te zijn uitgevonden.
Als lering of vermaak, dat maakt niet uit.
Denk je eens in, ’s morgens verdiept te zijn in geschiedenis, ’s middag overgaand op een vlammend liefdesverhaal en de avond doorbrengend onder hoogspanning met terroristen, moordenaars en andere aangename gruwelen.
Kan iemand zich een betere dagvulling wensen?
Bijkomend voordeel is dat je ontbijt en lunch al lezend kan nuttigen, dat schiet op. Tijdens het avondeten bouwt het leesgenot zich zelfs nog verder op. Te weten dat het boek opengeslagen klaarligt en de cliffhanger popelt om te worden ontrafeld, vermeerdert de verwachting.

Mocht er geen boek naar tevredenheid voorhanden zijn is er nog een andere mogelijkheid: schrijf er zelf een.
Er zijn legio hulpmiddelen. Google op ‘schrijven’ en er verschijnen voldoende hits met aanwijzingen.
De kans om een goed/groot/veelgelezen/geliefd/rijk/beroemd auteur te worden is gering maar de tijd verstrijkt zonder verveling.
Al de fantasie die moet verwoord, herinneringen die moeten worden geschreven.
Je zou tijd te kort komen.
==

Het nieuwe schrijven en lezen, maak Uw eigen verhaal.

 

Een boek schrijven,
daar dromen velen van.
Maar de lengte van een verhaal…
we kennen allemaal het probleem:
dat krijg ik nooit voor elkaar.
Tot vandaag.
Slechts de hoofdstukken zijn aangegeven.

De opzet is voldoende, lezers vullen zelf de tekst in.
Ze laten hun fantasie werken en
krijgen ieder hun persoonlijke verhaal.
Zie het voorbeeld.

Handig is ook dat de volledige tekst past op een memosticker.
Succes!
1 Helaas haperde de fantasie..

2 ..haar geest was leeg. Ze stierf.

3 Zoon nam het over maar wist ook niks.

4 Hond schudde resoluut van ‘nee’. ..

5 ..hij liet niks los…

6 ..over het blauwtje dat hij liep…

7 .. bij het teefje van de buren.

8 Toen keek zoon de schildpad aan.

9 Een bizonder traag beest…

10 …dat zich afkeerde, langzaam maar zeker..

11 …en daarmee einde verhaal aangaf.
-==

Uitgelezen

Natuurlijk bedoel ik dit letterlijk.
Na het zoveelste boek heb ik er genoeg van, in ieder geval de eerste tijd. Hoelang die tijd gaat duren weet ik nog niet, misschien een dag, wie weet een jaar.
In de boekenkast zocht ik naar vervanging, hoe dom kun je wezen. Daar vond ik een toneelstuk waarin ik soms blader maar nooit langer dan anderhalve seconde omdat het over de tweede wereldoorlog gaat en ik daar al teveel van las, bovendien is het van Sartre. Aan hem heb ik geen goede herinnering. Toen ik op school eens vroeg wat hij schreef werd er gezegd: dat is te moeilijk voor jullie. Nou ja zeg, een MULO was niet bijzonder maar zo’n antwoord begreep ik nog wel als beledigend.
Hoe breng ik dan nu de tijd door? Dat moet ik nog bedenken. De weekendpuzzels oplossen is een goed begin.
Stoep vegen en wieden, harken, stofzuigen deed ik al, overig tuinwerk wacht op zon.
Ramen lappen is niet nodig, er komt genoeg licht binnen. Winkelen is ook geen optie met al die lekkere dingen, ze liggen er zo opzichtig bij dat je er niet omheen kunt..
Mogelijk komen er nuttige handwerken voorbij, alleen: wat zal ik maken? Mijn geduld reikt zelden verder dan één babysokje of een halve pannenlap.
Lastig hoor.
Er liggen een paar kranten, misschien is koppensnellen een idee. Dat heeft immers niets met lezen te maken.
=