big

Boven komen drijven

De besten komen altijd bovendrijven, stond ergens. Verzopen dieren ook, herinner ik me.
We woonden nog niet zo lang aan de Maas toen er, half in het water, een dood dier lag.
Een mossig, opgeblazen karkas, tonnetje-rond, onbestemd van kleur. Niet te herkennen voor een paar van ons, het kon elk dier zijn.
We hoorden het naderhand. ‘Een big, nog een jonge. Zal wel ziek zijn geweest of onder moeder terecht zijn gekomen.’  Waarom in de Maas gekieperd? Leefde het toen nog?’ Dat wist niemand.
Broer en ik verzonnen van alles. Eigenwijs weggelopen beestje, verdwaald,  kon niet zwemmen en verdronk, pestende jongelui, enzovoorts.
We vroegen ons af, er zijn meerdere varkensboeren in de omgeving, die zouden toch wel een andere weg weten met zieke of dode dieren? de destructor kwam ze ophalen als het nodig was.
Ik heb het nooit begrepen, er werd hier en daar gemompeld ‘kwam vaker voor’ ‘maak je niet druk’ ‘het was maar een big’.
Met andere woorden: daar snappen jullie toch niks van.
Dat klopte heel aardig, er werd immers niets uitgelegd.
==