Afval dumpen

Een brutaal verschijnsel, zeg maar gerust onbeschoft.
Het bestaat al zolang ik me kan herinneren. Vroeger was er weliswaar minder afval maar het beetje dàt er was vond je overal. Op zwembadvelden en stranden, in berm en bos, de eerste plastic tasjes.
Zouden wij nooit doen. Dachten we.
En toch deden we het, op een zondagnamiddag.
Bijna.

We waren bij een kennis die ons overviel met een paar kilo aardappelen. ‘Kijk,’ zei-t-ie, ‘hartstikke lekkere piepers maar ik heb er te veel an, nemen jullie de rest maar mee.  Zonde om weg te gooien. Gezond want onbespoten,’ prees hij aan.
Dat kon je wel zien, overbluft pakten we de jute zak  waar paarswitte stelen door de stof staken. Ik protesteerde. ‘Ze lopen al al uit, hoe oud zijn ze wel niet?’
Hij wuifde mijn woorden weg. ‘Gaat nog best.
Enfin.
Op de terug weg zat ik met die troep aan mijn voeten.
‘Het stinkt nogal, kun je ergens stoppen om het weg te gooien? Tenslotte is het natuurlijk afval, het rot vanzelf weg.’ (Er waren nog geen kliko’s)
‘Uhm, ja, ik rij wel door het bos.’
Dat deden we. Maar het was een mooiweerdag: overal wandelaars en fietsers die op je vingers zouden kijken. Daar had echtgenoot een hekel aan.
Daarna langs stille weilandweggetjes. Over binnenwegen langs de Maas. Uiteindelijk kwamen we in een natuurgebiedje met grote afvalbakken. Helaas, ook daar waren teveel pottenkijkers. We durfden het niet, bangebroeken als we waren.

Thuisgekomen verdeelden we ze over een stapel kranten zodat ze in de vuilnisemmer konden, telkens één lading per ophaalbeurt.
Maar met wat meer lef  zou ik het zonder gewetensbezwaar in de berm hebben gegooid.
Leek me minder erg dan de lollystokjes, kogelfkesjes, snoepzakken  en andere narigheid.
=

.

Illegale stort

zoals   hier

Het is onuitroeibaar.

We fietsten en wandelden voorheen talloze malen door de bossen, langs de Maas, over de hei en keer op keer kwamen we iets dergelijks tegen.  Niet alleen bouwafval en zolderopruimingen, ook meubilair,  verroest tuingereedschap en volle vuilniszakken. De laatste waren van het oude soort, die zijn veel goedkoper dan de blauwe. En slechter want ze waren meestal kapot. Er huist nogal wat  gedierte in de natuur en die roken waarschijnlijk iets eetbaars.
Ook zagen we een paar keer zakken met pampers, niet eens verborgen, gewoon tussen de bomen gedumpt. Propvol en maar half dichtgemaakt.

Dat de troep in de mooiste gebieden gesmeten wordt is logisch: door bomen en struiken zijn de vuilakken onzichtbaar vanaf de weg.

Op één plek lagen wekelijks vier of vijf gescheurde zakken met huisvuil, maanden lang. Uiteraard ruimde de gemeente – of wie dan ook- het telkens op, de dader zal gedacht hebben dat het een ophaaldienst was en bracht nieuwe zooi. Onbegrijpelijk, in het vullis  lagen geopende brieven en enveloppes verspreid, namen en adressen  waren dus bij de hand. Toch zeker geen gezeur over privacy en briefgeheim??

Waarom doet iemand dat. Geloven ze echt dat het groen vanzelf alles verteert? Voor het geld?
Dicht bij huis? Niet naar de legale stort willen?
Dat laatste is nog te begrijpen. Lange wachtrijen, afval moet specifiek verdeeld, personeel doet zijn best maar weet het niet altijd precies.
Maar dan nog.
De natuur opzadelen met rotzooi is crimineel.