gewoon·poging 1

(on-)gewoon

gezinfamily-6252350__340Er was eens een echtpaar.
Twee kinderen, kat, hond, konijn en hamster.
Ze woonden in een gemiddelde woning in een doorsnee straat.
En reden een degelijk wagentje waarmee ze Spanje konden halen.
Hij werkte bij een beveiligingsbedrijf als tweede bewaker, zij was invalcaissière in een supermarkt.
Ze leefden als ieder ander gezin.
Op z’n tijd was er blijdschap en verdriet, moois en lelijks, salarisopslag en verhoging van huur.  Dieren overleden of kregen nestjes.
Herkenbare aardige mensen.
Zo doodgewoon, zo door en door alledaags, ze zouden nergens opvallen als ze niet allemaal een punthoofd hadden.
==