liefde

Een ieniemienie straatliefde.

Er groeide een leeuwenbekje uit de stoep, vlak langs de trottoirband.
Alle mensen die langs liepen glimlachten naar haar en fietsers gaven een extra rinkeltje, zo lief vonden ze het.
Een week later verscheen een paardenbloem boven de grond, enkele centimeter verderop, fors en fier met een goudgele kroon.
Ze lonkten naar elkaar, speelden, ze wuifden met de wind mee of er juist tegenin, sloten zich zedig bij zonsondergang.
En opnieuw glimlachten alle voorbijgangers en rinkelden de fietsbellen, de wereld werd een beetje mooier.
Ze leefden niet lang, wel gelukkig.
==