tussendoortje

Tussendoortje

Er liep een vreemde vogel door de stad.
Hij keek naar links, rechts, naar beneden en omhoog,  naar winkels en terrassen en vooral naar mensen. Hij zag de wonderlijke  aangelijnde honden en  luisterde naar geluiden die bij een stadscentrum gangbaar zijn.
Enkele mensen merkten hem op. Rare snijboon, mompelde een oudje.
Kinderen lachten. Honden snuffelden, soms met een grom.
De overigen zagen niets behalve het schermpje van hun smartphones.
Na de stad tweemaal te hebben verkend waarin beide keren precies hetzelfde gebeurde en zelfs de vogels gelijke rondjes vlogen hield hij halt en stak zijn hand op.
 ‘Beam me up, please,‘ seinde hij via zijn middelvinger, ‘dit is het ergste tot nu toe, de volgende planeet graag.’
En hij verdween.
==