bidden

Over bidden

Ik kan me voorstellen dat mensen vroeger aan bidden deden.  Andere hulpinstanties  waren er nauwelijks, bovendien kon je God en alle heiligen de hemel in  vleien waarna je schaamteloos om gunsten kon bedelen.
Je leerde het al vroeg, op de kleuterschool zongen we van OnzelieveHeertje – geefmooiweertje. (Heertje met een hoofdletter maar dat dat belangrijk was wisten we nog niet).
Wat ik nooit begreep en nog steeds niet, was het gemak waarmee mensen er mee doorgingen.
Ze zagen toch dat het niet hielp? Zieken genazen niet, ontspoorde kinderen werden niet braaf, de zon liet het afweten.
Dan heette het Gods wil. Die was ondoorgrondelijk, hij zou het beste weten wat goed was voor de vrager.
Meer zo’n overheidsgedachte.
Mijn moeder bleef ook bidden. Op haar eigen manier, de kerkelijke bijkomstigheden wees ze af.  Weliswaar laat maar alsnog een opluchting, zei ze.
En toch bad ze. In stilte, soms half verstaanbaar.
Ingeroeste gewoonte?
Of een vast geloof?
==