dialect·taal

Dialect, je blijft leren

‘Natuurstenen voor de vijver,’ legde ik de verkoper uit..
‘O, je bedoelt moskeien.’
‘Dat hoeft niet,’ zei ik, ‘mos groeit er vanzelf op.’
We snapten elkaar niet tot echtgenoot uitgelachen was en verduidelijkte: Maaskeien.

Bij de kapstok lag een vergeten pet.
– O, dies van mien.
–  Neeje, ik had er geen op.
Van wie is hij dan?
– Van mien, zei ik toch…
Het duurde even voor ik Mien en mien(mij) uit elkaar had.

‘Luste koikes?’ (kaantjes)
Hedde de sleuje gezien?’ (sloten)
haancock-1091651__340
Nu woon ik al heel wat jaren in Oost-Brabant  en kom nog steeds af en toe een onbekend woord tegen. Vooral achteraf wonenden en ouderen komen met uitdrukkingen die ik met de beste wil niet kan thuisbrengen, alleen als ze passen in het gesprek daagt het me.
Bovendien verschillen dialecten -zoals overal-  per dorp.
Andersom is het hetzelfde, hoorde ik van een Brabantse schoonzus  die in Zeeuw-Vlaanderen woont (dat is pas een echt moeilijk taaltje).
Het heeft één voordeel: je kunt nog eens lachen.
==