zon

Voorjaarszon

Op de heenweg naar de bibliotheek was het bewolkt en kil, ik trok de rits van mijn jack hoog op.
Nadat ik mijn boeken had verzameld sloeg ik de kraag weer op en stapte naar buiten. Verrast bleef ik staan in de zon die onverwachts was doorgebroken. In een half uurtje was het bijna zomers geworden.
Fantastisch, de rits kon weer los, ik wandelde met plezier verder, naar een miniparkje  waar een bankje stond en bomen, weliswaar nog kaal, toch een fijne plek.
Ik zat en keek en voelde genietend de warme stralen op mijn voeten, gras en plantjes zongen, vogeltjes zoemden  en een paar bijen groeiden er op los.
Na een poosje werd ik moe, beetje duizelig ook, ik liep naar huis,  onderweg bedenkend dat er iets vreemd was aan mijn waarnemingen. Vogeltjes groeien immers, en bijen zingen. Ja toch? Maar er was meer. Zou ik carano hebben? Speelden vreemde verhalen me parten?
Thuis zette ik me op de bank met een paracetamol, mocht ik ziek zijn, zou het zo wel overgaan.
En dat deed het.
Ik werd helder en helderder. Voor de zekerheid even naar buiten en controleerde:  alles klopte. Groene planten, fluitende vogels en een zoemende mug.  Warmte op mijn gezicht.
Er viel maar één conclusie te trekken:
het was een aprilzonnetjessteek.
==