geloof en kerk

Nog even over woorden

Hoewel ik godsdienst lang geleden heb afgezworen gebruik ik vaak termen daarvan.
Mijn god – goddeloos lelijk  –  mijn hemel –  hemels  – zalig – heilig ontzag –  engeltje  – wonder –  jeeses  en waarschijnlijk meer.
Omdat het ingebakken zit?  Uiteraard, je ging tot en met de puberteit naar passende scholen, in die jaren leerde je heel wat reliteksten.
En je onthoudt ze, wat precies de bedoeling is van een kerkelijke opvoeding.
Gemakzucht speelt ook mee, je hoeft nooit te zoeken naar vergelijkingen.
Baby als een engeltje.
Zalige ijstaart. (hemelse modder bestaat maar is geen engelenpoep)
Heilig ontzag hebben voor iets of iemand.
Wonderschone natuur.
Goddelijke stemmen.
Het is praktisch om deze begrippen bij de hand te hebben. 
Je zou bijna blij zijn ze te kennen.
Bijna geloven dat priesters het voorzagen: ‘ze kunnen van hun geloof vallen maar zullen zich redden met mooie woorden, profijtelijk als ze advocaat worden.’
Of, geniepig, ‘als ze zelf priester/non worden, de taal spreken ze al’.
Zover heb ik het niet geschopt.
Maar inderdaad, om woorden zit ik niet gauw verlegen, dat heb ik er toch maar mooi an overgehouden.
==