zeventien

In de bus


Direct achter de zijdeur rechts  was mijn dagelijkse vaste stek.
Hij zat aan de linkerkant van het gangpad.
En keek als ik instapte.  Zodra ik hem spotte wendde hij zijn blik af. Ik ook.
Ik wist niet waar hij opstapte, waar hij naar toe ging.
Droomde alleen van, waarvan? iets vaags?  zijn mooie gezicht?
Na een paar maanden stapte hij plotseling een halte eerder uit dan ik.
Door het raam zag ik hem, hij keek naar me, spreidde zijn handen in een spijtig gebaar,  mimede sorry, bloosde en liep weg.

Je zult het niet geloven maar ik had serieus liefdesverdriet.
Ik was zeventien.
==