winterkleding

Wat te doen met oude kleren als niemand ze wil?

Door de wind voelde het extra koud. Ook kennen we waterkou.
Van welke soort ook, de cv gaat hoger of er is een vest bij de hand.
Af en toe kijk ik in de kast waar truien liggen en een stapeltje thermo-ondergoed, dikke sokken. Veel ervan heb ik nooit gedragen.
Hoe was dat dan in andere tijden?
Toen was het noodzaak, niet alleen vanwege slecht verwarmde huizen, ook het fatsoen speelde mee. Blote meisjeskuiten  konden nog nèt in de zomer, in de winter was het bijna obsceen, het trok blikken. Van die dingen.
Lekker zat het ook niet altijd. Kriebeltruien, vodderig uitgerekte onderbroeken met elastiek,  gepapte katoen.

Modernere tijden veranderden het modebeeld finaal en daarmee verdween ook de dikke winterkleding, Ongeveer tegelijk met bewerkte (kunst-)stoffen versoepelde de moraal: blote huid mocht gezien worden.
Kortere rokken, vlotte jacks, beter gesneden kostuums, met de nieuwe stoffen kon het allemaal. Ze sloten over het algemeen goed om het lichaam,  je had geen dik ondergoed meer nodig, materialen verbeterden voortdurend. Je hebt heerlijke winterjassen van lichte stoffen. Een stevig shirt is net zo warm als die trui van moeders al moet gezegd dat ook de handwerkgarens sterk verbeterden.

Maar wat te doen met het ondraagbare wintergoed? Je wil er niet de arme mensen in Afrika mee opzadelen. Van ophaaldiensten naar het bibberende Oostblok hoor ik niets meer en andere zaken komen om in oude kleding. Containers puilen uit.
Van veel dingen maakte ik al stoelkussens en poetslappen.
Daar heb ik inmiddels ook een paar stapels van.
==