dood·vervolgverhaal

Kerkhofleven. 1

-Ouaaahhhh, gaapt het geraamte met klikkende kaken. Dat was een lange dut.
Hij wurmt zich omhoog en kruipt het gras op. Mopperend.
– Hebben de mollen mijn gang weer volgeknoeid, laat ze een andere weg nemen.
Zijn botten afkloppend onderneemt hij een wandeling langs de graven. Hm, een paar nieuwe, enkele urnen, hier en daar nog wat bloemen, hij moet diep geslapen hebben.  Minstens een half jaar, schat hij.
Wat staat daar nou op die zerk? Een cactus, nee toch, even kijken of de dode al aanspreekbaar is.
– Klopklop, trommelen de benige vingers op de steen.
En nog een keer.
Alleen een diepe kreun wordt hoorbaar. Die moet nog wennen.
Hij leest het opschrift:
Wies K. had het verkloot
veel teveel geblowd
en nu is ze dood.
Amen.
Hm. Een rancuneuze trap na, vandaar die stekelplant.
De naam komt hem bekend voor, misschien een nazaat van de Wies van vroeger, dat was me een lekkere meid en altijd in voor een snuifje.  Als hij nog vlees had zou hij zich verlekkeren bij de herinnering maar skelettisch genot, tja, nou, dat brengt hoogstens een rammeltje teweeg.
Hij wandelt naar het woongraf van een oude vriend.
===
© Bertie Bertjens.