Geen categorie·verhaaltje

Nachtleven. Versie 1

‘Bijna tien uur, zullen we?’
Ze knikt.  ‘Bijna, de koffie nog.’ Ze heeft het nodig, koffie sterkt en houdt wakker.
Hij legt de spullen klaar. Infraroodkijker en heupfles met rum.
Na de laatste slok kleden ze zich om, elkaar helpend met  laarzen en dichte jassen, wollen mutsen over de oren.  Ze pakken elkaars hand.
In gelijke pas stappen ze.  ‘Zo fijn dat we dit nog kunnen, fluistert hij.
Ze antwoordt met een kneepje.
Op een goede plek laten ze zich zakken.
Ze kijken het duister in, hopen op gevaarlijk wild.
En ja.
‘Zie je dat?  Best een groot beest,’  huivert ze.
‘Nou! Mooi ook. En daar, kijk daar eens, is dat een ….   jeeee… het is een panter. Die ogen… ‘
‘Ssssst…’
Ze kijken, vergeten de infrarood, talen niet naar de rum.
Na verloop van tijd rekt hij zich uit, hij kraakt een beetje.’We moeten gaan. ‘Je rug?’  ‘Ja…’
Ze gaapt.  ‘We zullen weer lekker slapen’.
Voorzichtig staan ze, leggen kijker en rum weg voor morgen.
Reiken naar de knop.
Het scherm gaat op zwart.
=