kapsels

(niet) over kapsels

Op de tv was een vrouw te zien met een te jong kapsel. Of zij te oud. Jammer, dacht ik.
Later kwam een man voorbij met een vergelijkbare haardracht. Zal een pruik zijn, leek me.
Net toen ik dacht: wat kan jouw iemands kapsel schelen, viel mijn oog op wéér een bijzondere bos. Gelukkig had ik een boek en kon de tv uit.
Toch dwaalden mijn gedachten af.
Wat maakt me zo kinderachtig kritisch, ben ik zelf zo mooi dan, die mensen zijn prima en hun haren ook, wat zeur ik nou, en meer.
Daarmee kwam ik weer (een mens denkt er wat af) op iemand die me na één kapsel-opmerking een kam zou aanreiken. En werd er gegrapt en mijn gezever zou afgelopen zijn.
Eigenlijk waren het twee mensen.
Een zus die feilloos mijn stemming peilde en met humor antwoordde. En Moe die me terecht wees: kijk eerst eens naar jezelf. Die zin haatte ik, toen.  Pas later werd ik wijzer enzovoorts enzovoorts.
Zo verder neuzelend vergat ik de kapsels, las een hoofdstuk, zette later de tv weer aan voor wat mooiers en wat zien ik?

=