vogels tellen

Vogels tellen.

Dat is hier hopeloos, er zijn teveel kauwen. Of het ligt aan mijn tuintje, alsof ze speciaal wachtten op deze dag.
Zodra ik de camera richtte streek er minstens één neer, pal voor de lens en met een grijns waar je akelig van werd.
Wat maakte ze zo bazig, is het de soort? Het zijn tenslotte kraaien en nog bijdehand ook maar moeten ze daarom de  ster uithangen? Menen ze dat het hier Brollywood is?
Op mijn vragen daaromtrent lieten ze hun typische geluid horen, iets tussen tjilpen en krijsen.
‘Spreek de streektaal,’ riep ik en wat denk je wat ze antwoordden?  ‘Houdoe’ en ze lachten zich kapot om mijn verbouwereerde gezicht.
De musjes , toch nooit verlegen, schaamden zich voor hun verengenoot. Ze doken gauw onder de planten.
Ik kan ze geen ongelijk geven.
Dus heb ik geen telling doorgegeven, wat had ik ook moeten invullen?
‘Eén volk van a-sociale kauwen, enkele mussen.’
Zou men dat geloven?
Enfin.
Voor volgend jaar hoop ik op een ontsnapte papegaai. Of zoiets.
==

opruimen

Oude koffietafel

Wat je al niet bewaart.
Je kunt zo goed niet opruimen of je legt wel wat terug. En dat kom je later opnieuw tegen.
Dit menu bijvoorbeeld, alleen weet ik niet meer van welke gelegenheid het was, de helft is  er afgescheurd.
Bij de begrafenissen van ons beider ouders hadden we ook een Brabantse Koffietafel, die menu’s heb ik nog.
Met de uitvaarten in mijn familie was het anders en niet Brabants geformuleerd.
Bij een zwager uit schoonfamilie dan?  Het moet haast wel.
Of toch bij de man van een vroegere vriendin?
Daar was die ene vrouw met dat ongeluk.
En de kennis die te jong heenging.
Vroegere collega dan?
Het is van iemand uit deze omgeving, in ieder geval.
Hoe langer ik graaf hoe zekerder ik het wil weten.
Onzin natuurlijk, overledenen rusten niet zachter wanneer ik me herinner wat ik at op  hun begrafenis.
Van de week maar eens navragen,  straks is de laatste schoonzus er niet meer en dan weet ik nog niks.
Misschien was het van een feest.
Maar van welk dan?

Dit is natuurlijk een onzinvraagstuk maar het leidt ’n beetje af van het coronakoor.
==

fiets·vakantie

Fietsen is ook vakantie.

Van de week  sprak ik met iemand over vakantie, ze klaagde dat je nu nergens heen kon. Ik raadde fietsen en wandelen aan, ‘nee dat is niks hier.’
Ons dorp stelt inderdaad niet veel voor maar je kunt verderop gaan, er zijn bossen en heide. Brabant heeft genoeg.  Mooi Limburg dichtbij.

Toen man thuis kwam te zitten konden we eindelijk samen fietsen, de bossen in, langs de Maas die nooit verveelt. Tijd in overvleod.
Hij komt hier vandaan en wist de weg maar ook hij stond verbaasd over de vele mooie plekken, vaak vlakbij eigen dorp. Sloeg je aan de rand van het bos een zijweg in, stond je plotseling voor een weitje met twee dikke roodbonten, midden in het kreupelhout tussen bomen en struiken. Zon, blauwe lucht, je kunt het je voorstellen.
Of een spiegelend vennetje waaromheen kleurige bloemen en planten, vogels, ’s winters glad bevroren en des te lieflijker.
Windstille nevengeulen langs de Maas met eendennesten, onverwachte zitbanken langs het water. Boerentheehuizen waarvan de kleinste het fijnste waren.
De eerste maanden hadden we geen tijd om verderop te gaan, te druk met de eigen omgeving. Dat kwam later.
We fietsten tot in Zeeland,  Drenthe, België, Zuid-Limburg en Duitsland.

Het was anders dan vliegen en buitenlanden maar het beviel ons net zo goed of beter.
==
 plaatje is van pixabay.
==

moppen

Wachtkamer

Het is stil bij de oogarts, veel lege stoelen.
Niettemin wacht je al gauw een 30-45 minuten op je beurt. Niet erg maar de leestafel is nu leeg en op de telefoon ben ik snel uitgekeken.
Daarom had ik een boek meegenomen. Zodra ik het tevoorschijn haal zie ik dat het het verkeerde is:  Max Tailleur. Moppenboek in missaalvorm met de titel: GELOOF ME. Uit 1972.
Tja, ik doe het maar mee.
Na een paar bladzijden kijk ik op, een paar stoelen verderop is iemand nieuwsgierig. Ze glimlacht, ik knik en wil het haar laten zien, maar ze wordt al opgeroepen.
Komisch, het idee dat ik een vrome indruk maak zou bijna in het boek passen.
Enfin, het oude bundeltje verkort het wachten.
Een van de aardigste was deze:

 

filosofie

Panta rhei (Heraclitus)

Alles stroomt
Niets blijft hetzelfde. Een beeldende zin in deze betekenis is dat je ‘niet twee keer in dezelfde rivier kunt stappen’ (Plato).
Overbekend.
En toch.
Toen ik deze dagen in de bloembak doende was, het groen uitkrabbend dat koppig tegen sneeuw en vorst heen groeit,  elke winter opnieuw, vroeg ik me af hoe je dit kunt opvatten.
Inderdaad blijft niets gelijk, alles wat leeft is vergankelijk dus veranderlijk maar in een andere vorm komt alles weer terug. Hernieuwen noem ik geen echte verandering. Ook de genetisch gemanipuleerde planten en dieren blijven herkenbaar. Een koe blijft een koe, gras is gras, water is water. Vermomd in andere vormen of kleuren maar blijvend graasdier, bodembedekker en stromend.
We veranderen met de eeuwen, invloeden van klimaten zullen meespelen, kortom: de tand des tijds doet zijn best, dat snap ik allemaal maar uiteindelijk zijn we nog steeds mensen en leven nog steeds in bos-water-vlakland-zand.
Weliswaar gegroeid in kennis en gedrag maar niet wezenlijk anders.

Misschien begrijp ik de kern van de uitspraak niet.
=

religie

Over godsdienst

In een oud (katholiek) kerkboek las ik een vermaning van Paulus:
U bent nu bekeerd,  laat U zich niet meer leiden door de stomme afgoden, met een uitleg over het verschil tussen deze en de ware god.  Inwendig lachte ik erom, het leek op neringnijd en misschien was het dat ook.
Voorheen hadden we het vaker over deze en andere geloofszaken, al of niet serieus.
Over waarden en invloeden van religie. De grens die haast niet te trekken viel tussen kerkfatsoen en gewoon burgermansnetheid.
Opgegroeid zijnde tussen diverse kerken zagen we overeenkomsten en verschillen. En de dominante aanwezigheid van het geloof op onze eigen katholieke school.
Maar wat we ook opnoemden, we ontkwamen niet aan herinneringen, om de voorgeschreven handelingen kun je nog met ironie spreken maar bijbelse opvattingen raak je niet kwijt.  Geboden bijvoorbeeld. De symboliek van het vasten, in meerdere kringen gebruikelijk.  En meer.
Over atheïsme en agnosticisme spraken we natuurlijk en de redenen hiervoor, maar ook het aanhangen van die gedachten kon niet uitwissen: we waren katholiek. Of gereformeerd. Of wat dan ook.
Je raakt het geloof gewoon niet kwijt.
Soms vrees ik daarvoor.
Dat ik in een vlaag van verstandsverbijstering een heilig leven wil leiden in een klooster. Zo’n strenge orde waarbij je niet mag praten achter een voordeur met tralies.
Grote lappen wasgoed uitwringen. En ik daar maar heilig wezen op mijn oude dag.
God bewaar me!
=
verhaal

Nog jong

Als finishing touch zet ze een zwarte punt op haar linker wang. Het verhult precies een bruinrood vlekje onder het oog. Keurend bekijkt ze zichzelf; verstelt de lamp en beweegt de zijspiegels.
Ze knikt, het is goed.
Tevreden staat ze op en maakt een paar heupbewegingen voor de spiegel. Andermaal knikt ze. Niet meer zo piep maar nog steeds present.
n Beetje onrustig, met dat typische weekendgevoel van verwachting, ruimt ze de make up op en gaat aan de grote tafel zitten om de Uit-pagina te bekijken.
Hm. Film, film, optreden van de Townsingers, een rapper, niet bepaald wat ze zoekt.  Misschien in de plaatsen verderop; ze speurt naar een bekende naam. Hé, dat lijkt haar wel wat:
‘Joe the South sings country’ in de Hot Spot. Joe, een niet onaardige zanger met een nogal belegen voorkomen, populaire streekartiest. Natuurlijk, als hartenbreker is hij op zijn retour maar nog altijd hangen er veel vrouwen rond zijn kleedkamer wanneer hij optreedt.
Zelf doet ze daar niet aan mee; het is een te grote afgang zijn geverfde zwarte haar van dichtbij te zien, de te bruine huid. Maar van een afstand en op geshopte foto’s is hij redelijk attractief.
Ze denkt even na en belt.
‘ Hééj Maries, hoi, met mij. Zeg, ga je mee naar de Hot Spot? Joe zingt er.’
Ze luistert. Haar gezicht betrekt. ‘ Wat? Dat meen je niet… nee joh, daar zijn we helemáál niet te oud voor…trouwens, heb je Joe wel eens van dichtbij gezien?’
‘Geen zin?
Hè wat jammer nou. Goed, dan vraag ik Dinette wel. Groetjes.’
Die Maries, ze is moe en de kat kan niet alleen blijven, allemaal rotsmoesjes. Pfft.
Volgende nummer. Tweede keus, maar ja.
‘…met het antwoordapparaat van Dieneke en Johan, spreek…’ Barst. Nijdig sluit ze af.
Verrekte Dinette, weer helemaal terug in de tijd. ‘Dieneke en Johan’, bespottelijk, een geboren dorpsstelletje. Neerbuigend trekt ze de mondhoeken neer.
Wie kan ze nog vragen? Ze is niet van plan om wéér een zaterdag voor de buis te zitten. Ze bekijkt het telefoonboek. Met broer Helm dan maar?
Nee, besluit ze, niet weer, zo zielig als je niemand kan krijgen. Deze keer zoekt ze net zo lang tot ze iemand vindt, desnoods gaat ze met Lonneke al is dat een eersteklas mannengek.
‘Jantien? Nee? Jammer’
‘Heleen? Hond ziek? Oké, ik weet genoeg’   Bitch!
‘Marjolina, heb jij zin om….? O sorry Lien, dat wist ik niet. Vertel het me morgen bij de koffie, oké?’ Zozo, Marjo wil weer Lien genoemd worden. Alweer een vriendin die haar jeugd kwijtraakt. Zo oud zijn ze toch niet?
Ze kijkt op de klok. Verdorie, dadelijk is het te laat.
Ze slikt en belt: ‘Hai Lonneke, ga je mee naar de Hot Spot? Nee lieverd , spijkerbroek is genoeg, alleen Joe treedt op. Ik kom er zo aan.’
Een avondje met Lonneke, de enige die nog wil stappen al is het maar om een man te versieren..
Ze weigert na te denken.
Ze strijkt haar bandplooibroek glad, schikt wat aan de verhullende halsketting.
In een moment van reflectie ziet ze zichzelf en staart naar haar spiegelbeeld, naar het wanhopig geblondeerde haar, de nauwelijks te camoufleren lijntjes die haaks op haar bovenlip staan. De bleke maar zwartgemaakte randjes om haar ogen.  Dan recht ze haar rug.
Kom op, ze gaat genieten. Nu is ze nog jong.

© Bertie

stemmen·verkiezingen

Oog, links of rechts stemmen?

Dit typ ik met één oog, het rechter. En met alle vingers.
Niet helemaal zuiver want als je links te weinig ziet krijgt rechts de overhand en dat is een onaangenaam idee.
Mijn opvattingen zijn niet heel rechts.
Ook niet volledig links trouwens, eerlijk gezegd weet ik het niet precies, zoals veel mensen die ik ken zweef ik ergens tussen een paar andere richtingen in.
Het lastige linkeroog maakt het er niet gemakkelijker op, het heeft een wazig zicht.
Ik reken er op dat het met de a.s. verkiezingen verbeterd is en ik zodoende een objectieve keuze kan maken.
Maar ja, wat is objectief.
Het ligt eraan wat je leest. Wat je bekijkt. En, heel veelzeggend,  met wie je omgaat en naar wie je luistert.
Dat mijn linkeroog  niet in orde is zegt dus niet alles.
Zucht.
Ik hoop dat beide ogen in orde zijn wanneer ik mijn stem moet uitbrengen, voor welk orgaan dan ook.
Stel je voor dat je op een nitwit stemt en dat niet meer terug kan draaien.
Akelig idee …
==