geboortegrond

Geboorteplaats, losse gedachten

De geur van saaiheid.
Een langdorp waar de reuring altijd verderop was en de Zaanbrug altijd open stond.
De zondagen niet omkwamen, beginnend met de mis -zit stil– , de geijkte wandeling naar het park waar we ons evenmin mochten uitleven, die stomme eenden.
Niet eens een kermis en de molens kenden we onderhand wel.
Land en sloten en slome koeien en riet, ga d’r maar an staan als ondernemend kind.
Het dooie dorp dat…
—-Ho es effe.
Er waren toch maar mooi twee zwembaden en een speeltuin.
En schaats-sloten en een roeiplas, een aardige verlichte ijsbaan.
Bushalte en postkantoor voor de deur, wijd uitzicht aan de achterkant.
Vijf à tien minuten fietsen en je zat langs de Zaan, levendig, met het station waarvan je in een kwartier naar Amsterdan treinde.
—-Ja, oké.
Het is maar net in welke stemming je bent.  Hoe wispelturig.
Voors en tegens wisselen elkaar af in je geheugen. Ik had een gloeiende hekel aan de Lagere School, waar ik me het ergste verveelde van mijn hele leven terwijl het geen slechte school was.
Van de Zaan met zijn fabrieken daarentegen hield ik onvoorwaardelijk, van de stank incluis, dat dan weer wel.
Er zijn mensen, ook schrijvers, die hun geboorteplaats bejubelen alsof het de hemel betrof, enkele spugen er juist op.
Ik zal toch niet de enige zijn die het van twee kanten bekijkt?
==