huis

Het huis waarin we woonden.

Heb ik dit al eens geplaatst? Zo ja, scroll rustig door.
Dit is het houten huis in de Zaanstreek waarin het hele gezin -en ik- is geboren (niet allemaal tegelijk) en opgegroeid.
Oorspronkelijk zonder de aanbouw rechts, geverfd in Zaans groen.
Tot Moe genoeg had van het groen – het halve dorp was al groen- en deze cremekleur uitzocht.
Meteen de ramen verbeterd,  glas-in-lood bovenlichten laten inzetten en ziedaar, het was direct heel anders, medio jaren vijftig bleven de meeste mensen nog aan het groen vasthouden.
Ik heb dit altijd mooi gevonden, een verbetering, zelfs de gordijntjes stoorden niet.
Toch zou ik er nu niet meer in willen zitten.
Het was en bleef een oude woning, indertijd al dik 70 jaar. En klein zoals veel toenmalige huizen.
Achteraf vraag je je af hoe grote gezinnen zo klein konden wonen en gezond blijven, als psychologen indertijd gemeengoed waren zouden ze massaal overwerkt zijn.
Maar ons huis zat goed in de verf, dat telde ook mee.
==

vlinderslag

Van zon tot dweil, een metafoor

We kennen het.
De vleugelslag van een vlinder in Brazilië zou maanden later een orkaan in Texas kunnen veroorzaken. zie wikipedia
De zon scheen zo lekker dat ik de hordeur gebruikte, frisse lucht in de keuken.
Ik vergat het gaas van de deur toen ik naar buiten ging en liep er bijna doorheen.
Enfin, het gaas kon ik terugrollen.
Beroerder was dat ik een paar bakjes soep in handen had, klaar voor de vrieskast.
Eén ervan vloog open, raakte de deurpost, stuiterde terug en flats! soep op de mat en tegels, over mijn kleren, spatten in de hele keuken, stukjes kip in het haar.
Alles schoongemaakt, overgebleven bakje opgepakt en…  je raadt het, opnieuw uitgegleden, over een vergeten spat op de vloer, deksel op de grond, soep op stoelen. Nu viel er niets meer in te vriezen.
Driemaal is scheepsrecht en jawel: met de emmer sop struikelde ik over het drempeltje van de hordeur dat een ietsje hoger ligt en daar vlogen emmer, sop en dweil. Deze keer naar de serre-kant waar zeil en vloerkleed ligt, een geluk dat ik zelf staande bleef.
Nogmaals ruimde en droogde ik alles op, gooide deurmat, kleed en de rest naar buiten. De emmer rinkelend erachteraan.
De dweil kon buiten drogen, dat was wel het minste.
Rot zon.
==
melancholie

Fotopauze


Melancholie.
Daar houd ik toch al niet van.
Ja ik wéét dat vroeger alles veel mooier en beter heet te zijn maar ik weet ook dat dat meestal een halve waarheid is. Dat het slechts enkele geluksmomenten zijn die in je geheugen de tijd rekken.
En nu, halverwege de klus, overviel het juist mij, onbegrijpelijk.
Talloze malen bekeken we foto’s,  herinnerden we ons momenten met plezier, trots of liefde, maar altijd met het nuchtere idee: het was mooi, nu is verleden tijd.
Ik weet niet eens om welke foto’s het ging, ineens kreeg ik het zowat te kwaad. Dit ben ik kwijt en dat, voorgoed, wat erg... schoot door mijn hoofd.  Alsof ik rouwde.
Het ging niet over dus liet ik de boel liggen, ik bekijk het morgen wel of later.
Hoe komt een mens daarbij, zo plotseling?
Misschien komen er teveel herinneringen tegelijk op tafel, anders kan ik het niet verklaren.
==
oude foto's uitzoeken

Fotowerk vordert


Hoe moest ik dit aanpakken… zucht.
Om te beginnen alle albums  bij elkaar leggen, daarna map voor map leeghalen, bekijken, eventueel apart houden.
Op jaartal leggen of per feest? Per kind? Het eerste lijkt me logischer.
Natuurlijk ga ik niet de hele berg hier showen, enkel een paar die me opvielen.

Deze is van de bevroren Gouwzee waarbij Moe het jaartal 1963 zette, ik weet niet of dat het juiste jaar was.  In 1963 was ook de Maas bevroren, gebeurde niet vaak. We woonden nog in Katwijk/Cuijk en maakten het mee, heel bijzonder. Helaas geen plaatjes.

December 1981. Deze foto begint onderhand ook bijzonder te worden, het zit waarschijnlijk in alle familiealbums.
==

sprookje

Zomaar een sprookje, het betekent niets

Er was eens een echtpaar zo mooi,  zo liefdevol, je zou het niet geloven.
Met verrukkelijke kinderen en wonderlieve huisdieren.
’s Morgens had hij een baan en ’s avonds had zij er een, om de beurt voor het gezin zorgend, eens als ze waren over de taakverdeling.
Ze waren gelukkig.
Totdat…
… een knappe maar hebzuchtige heks rondwaarde, op zoek naar iets nieuws. Ze bekeek het echtpaar.
Ze gaf niets om gezinsgeluk maar deze mooie man wilde ze.
Verleidelijk ronkend op haar bezemsteel loerde ze door het raam.
Zong zoete liedjes in de nacht.
Smekend.
De man bracht de dagen vaker veilig thuis door, hij werd gevaarlijk warm als hij de knappe heks hoorde. Hij bekende zijn vrouw dat hij liever trouw bleef maar die heks was te toverachtig om te ontwijken.
De vrouw bedacht iets.
‘Het is riskant, zei ze ‘maar dit kan zo niet blijven. Ga haar vannacht tegemoet en blijf stilstaan. Kijk haar niet aan, anders ben je verloren.’
Hij ging.
De heks gilde verrukt, trok hem mee.
Hij keek smekend achterom, ‘…één keertje…’ en bezweek.
Bedroefd keek zijn vrouw hen na, ze mompelde iets.
Het was beslist een vloek, in twee minuten waren man en heks verschrompeld tot brandnetels.
==

vis

Vis

Er kwam een stukje van Geubels’show voorbij, over eten in Nederland.
Het boeide me matig tot hij over haring begon.
Er kwam een herinnering boven
Kermis, stappen, lol en een bezoek aan de viskraam ter afsluiting.
Aanstaande hield van gerookte paling, ik van haring met veel uien, we bestelden flinke porties.
Daarna meurden we naar huis.
Het waren geslaagde avonden waarvan ik graag een foto zou hebben.
Maar ja, visetende geliefden waren niet gewild voor de camera.
=
foto's·school

Foto’s uitzoeken…

…en rubriceren.
Al vaak  voorgenomen, nu zou het er serieus van komen. Deze keer echt.
Ik zette de eerste doos op tafel, met een vast voornemen: ik laat me NIET afleiden door elke herinnering.
Bovenop lag een map, ‘schoolreisje MULO ’63’.
U begrijpt. De doos werd niet geopend, morgen misschien.
Ik houd me bij één foto, natuurlijk de beste voor zover je dat kan zeggen van oud papier.
Het was in Noordwijk met uitstapjes rondom en natuurlijk ook naar Scheveningen.
We vonden het prachtig en gniffelden in de grote slaapzaal om een klagerige onderwijzeres (slecht bed),  luisterden naar een leraar die per se leerzame tochten wilde maken, naar een andere die begreep dat we liever wandelden door avondlijk Noordwijk met eettentjes en  brozems.  Overdag naar zee.
En zo deden we het.
Eerst naar het strand waar het koud was, zie de foto.
De dag erop was het zonnig.
We lagen er en rookten Stuyvesantjes, bespraken de rabarberrode benen van bleke mannen en bekeken zogenaamd achteloos een vrijend stelletje.  We waren wereldse meiden.
We waren dorpse meskes, dat zagen we pas met oudere ogen.
De tijd vervloog.
Alles is anders, alleen mijn lengte heb ik nog.
==
stappen

Stappen

Stappen tellen deed ik als kind overal en als volwassene alleen op de trap, nog steeds.
In dit huis was dan ook het eerste wat me opviel dat er 15 treden waren. In alle andere woningen waren dat er veertien. Ik heb het over rijtjeshuizen, in ons oude Zaanse pandje zullen het er minder zijn geweest. Een lachertje voor echtgenoot. ‘Gaan we op bezoek om het huis te bekijken, ziet zij alleen die ene traptrede.
Maar goed.
Tegenwoordig telt men met een apparaatje, dat is betrouwbaarder.
Zelf heb ik dat niet. Uitentreuren telde ik met eigen brein het aantal passen van de achterpoort naar winkels of naar een bezoekadres.
Uiteindelijk kwam er een redelijk gemiddelde uit,  2800 v.v. naar markt annex bezoek, supermarkten en bank, iets minder naar bibliotheek, iets meer naar andere speciaalzaken en nog meer naar de tandarts.
Tel daarbij de stappen die je zet bij thuiskomst, boodschappen opbergen e.d. en je komt op een respectabel aantal maar nooit aan de gehoopte tienduizend
Daar ga ik ook niet voor, liever bekijk ik de tijd die ik besteed aan bewegen maar wie zal weten wat het beste is.
Hier een uur, daar een middagje, huishouden-wassen-koken, tuin bijhouden, burenbezoek, alles bij elkaar een aardige hoeveelheid.
En daar doe ik het mee.
==
kaas

Kaas

Ik staar naar de kaasblokjes die over zijn.
Weifel, zal ik…  wend me dan naar het boek. Een goed boek met een knappe plot.
Niettemin kan het mijn aandacht niet vasthouden.
Kaas.  Ik staar weer.
Plots sta ik op en zet het schaaltje in de koelkast, deksel extra stevig aangedrukt.
Bevrijd neem ik het boek op en lees enkele pagina’s.
Drentel naar de laptop voor een legpuzzeltje.
Rondje door de keuken waar ik de schaal met kaas in de koelkast weet.
Televisie boeit niet. Naar cryptogrammen staat mijn hoofd niet.
Mijn geest daagt me uit –  Wat geeft het als je nú de kaas neemt en morgen het ontbijt overslaat?
Ha, ik laat me niet voor de gek houden.  Even maar, pak resoluut het schaaltje en eet en eet en eet.
Tot het leeg is.
==