kleding

Kleren maken de man/vrouw

Moe had genoeg nachtponnen maar droeg het liefst pa’s pyjamajasjes.
Een van de zussen liep graag met de geitenwollen sokken van haar verloofde, lekker warm, zei ze.
Wie ’s winters naar de wc moest (ca 10 m achter het huis) schoot in pa’s klompen, die waren bestand tegen sneeuw en ijs.

Deze en meer dingen, waarvoor ik me als tiener ’n beetje  geneerde, zag ik terugkomen toen ik zelf huisvrouw was.
Nachtpon? Echtgenoots shirt zat veel lekkerder.
Pantoffels? Mwah, toch liever zijn oude bellen.
Sokken? Alleen zijn gebreide sokken van schoonmoeder vond ik goed genoeg.
Naar de schuur? Man’s vest hangt nog steeds grijpklaar.

Natuurlijk was het te verklaren: herenkleding was ruimer en zat prettiger.
Maar intussen hebben vrouwen ook royale vesten, broeken, shirts, laarzen en dergelijke. Voldoen die niet? Of is het, zoals een kennis opmerkte, jaloezie van vrouwen die alles willen wat een man ook heeft, een soort fout feminisme?
Misschien.
Eerder denk ik aan gebruikersgemak.
Míjn vesten zijn opgeruimd in de kleerkast, op een hangertje.
Míjn sokken bleven damessokken, nauw aansluitend en lastig aan- en uit te trekken
Míjn nachtgoed is meer van dat cadeauspul.
Al die dingen trek je niet gauwgauw aan als je warmte behoeft, of een snelle run naar de garage maakt. Terwijl zíjn dingen her en der aan haken hangen of voor buitendeuren klaarstaan.
Ik zou geen andere verklaring weten. Trouwens, waarom zou het verklaard  moeten worden.
Dat weet ik ook niet maar het is wel aardig hierover te denken.
Met eigen brein.
==