weerpraatje


Heet hè.
Nou, snikheet.
Ik smelt zowat. Je kunt op mijn hoofd een ei bakken.
Ik zwem in mijn eigen zweet.
Zeg maar gerust loeiheet.
Of er een maxikachel brandt, ergens.
Vinden jullie dit heet?
Nogal, jij niet dan?
Ik was eens in de Sahara...
Dit is ook ’n beetje Sahara.
…en in Chili, daar…
Jaja, dat kennen we, bij jou is het altijd erger.
…hebben ze pepers  die…
Ach man, uitslover.
..een gat in je keel branden.
Dan zijn ze daar mooi gek.
Allemaal een zonnesteek.
Zeg dat wel, ik hou het bij een ijsje.
Of een koud biertje.
Maar in de tropen….
Schei toch uit.
Opschepper.
Pfffft…
Met deze hitte kun je geen normaal gesprek voeren.
==