Rouw

Samen lopen, elke dag.
Zij praat, hij luistert.
Ze wijst, vertelt, legt uit,
zoekt een bankje, showt de zere voeten, verwacht geen antwoord.
Ze neemt twee koeken uit de tas
eet ook de zijne op.
Langzaam vervliegt hij, onontkoombaar.
Haar greep wordt vaster tot ze knijpt in eigen hand.
Loslaten kan ze niet.
==