Melig

Ik hou van mij
 – En ik van mij.
Fijn dat we het eens zijn.

Ik gaap van de honger.
 – Hou vol dan stop ik er een broodje in.

Lust je koffie?
– Graag.

Schenk  meteen voor mij in.

Dit gedoe hielden we nooit lang vol, het werd niet gewaardeerd behalve door ons zelf, zus  en ik.
Met name de mannen hadden er een hekel aan. Echtgenoot, vader, alle zwagers, broers, schoonbroers. Ze konden er geen lach om krijgen, vonden het flauw en zagen de humor niet.
Misschien te moeilijk voor ze, spotten we.
Maar we gaven toe dat het inderdaad ontzettend zouteloos was en hielden ons in.
En toch, toen een paar weken geleden een zus hier was, haalde ze het weer op. ‘Weet je nog Bertie,’ begon ze, ‘dat we dubbel lagen om niks?’
Meer was niet nodig.
===