Gedachten

Schoffelend, harkend, plukkend, van die tuinklussen uitvoerend keek ik af en toe naar het zitje, een paar stoelen en tafel achter de klimop. Onder een zeil maar uitnodigend als een prieel.
Na elke haal van de hark was het  ik ga daar lekker languit zitten.
Na elke volgende haal straks.
Bij het spitten.. waarom eigenlijk niet meteen?
..en een ruk aan oud  groen  stoel uitschuiven, zeil opvouwen, voetenkruk bijzetten.
Nou en? Zoveel werk.
Tsss, is dat alles? De ligstoel is stuk.

‘Client E. Busken’ van Jeroen Brouwers

De meeste boeken beschrijf ik niet. Een enkele, zoals deze,  wel. Topschrijver.
Het is een verslag vol bitterheid, zwarte humor mag je ook zeggen.
Je leest de gedachtengang van cliënt E Buskes,  24 uur.
De opschepperijen zijn hilarisch, zijn opmerkingsgave is groots.
Hier de flaptekst die het beter uitlegt.

Over de natuur

Galerij

Deze galerij bevat 1 foto.

Men beheert de natuur naar menselijke maatstaven, het leeft immers, denkt men. Maar de natuur is een systeem en heeft niets menselijks. Het geeft geen enkele zin  hem onze eigenschappen toe te schrijven, hij geeft en neemt niets. Om die … Lees verder

Stokrozen – onweer


Dit zijn een paar van de stokreuzen, ik kon de camera niet laten liggen.
In de ochtendzon tegen achten, als het nog fris en fleurig is, is het een vriendelijke aanblik.
Ze worden elk jaar ’n beetje groter, alleen de kleuren filteren zich uit. Rood en donkerrood zijn verdwenen,  behalve 1 witte is de rest allemaal roze. Is dat bij rozen ook niet zo? Ik las zoiets, ergens.
Verder geen nieuws behalve dat de barometer terugloopt, het nadert VERANDERLIJK. Nu hoop ik dat we niet in onweer terechtkomen, als ik érgens bang voor ben…
Bang voor de koepel, de schutting, het platdak en dan die bliksem en het geratel.
Schietgebedjes helpen nooit, voor  een ongelovige komt de jezusmariajozefhelp  niet in het geweer.
Ik zal zien of het KNMI iets kan doen om eventueel onheil af te wenden  maar ik zie het pessimistisch in.
Trouwens, bloemen houden er ook niet van.
==

Zo gaat dat. Misschien.

Het gaat weer over, de protesten, al of niet reëel, tegen de corona maatregelen.
De commotie over racisme,  canon, voorzitterschap van de partijen, EU en vergoedingen.
Er blijft weliswaar gepruttel maar dat haalt niet meer het  dagelijkse nieuws behalve bij feestdagen.
Daarna is de presidentsverkiezing in de VS het belangrijkste aandachtsitem.  Het is aannemelijk dat Trump  herkozen wordt en dan pruttelen we dáár weer over.
Een dezer dagen krijgt Poetin vijftien jaar extra, roert Noord-Korea zich, wat Erdje doet weet je maar nooit en is China bezig met het afleren van eten van onduidelijke diersoorten wat een levenslange klus is want er zijn ontzettend veel Chinezen.
We hebben het druk met regelen en ontregelen.
Intussen zet de dooi door. Tegen alle afwijzenden in trekt  hij zich niets aan van lacher en spotter, terwijl we de naderende natte voeten nauwelijks opmerken denken we hem te ontwijken door discussies over  soorten brandstof. Hopen we misschien niet de voeten dan in ieder geval de knieën droog te houden.
Zandzakken voor de deur.
Enfin.
We zien wel. Misschien valt het mee. Afwachten maar.
‘Na ons de zondvloed’  gaat raar klinken. Not done.
Daar komt geheid weer gepruttel over maar dat vergaat in hoog water.
Opgelost.
=

Boodschappen verkeerd

Vanmorgen vroeg boodschappen gedaan zodat ik de rest van de week zonder wroeging op apegapen  kan liggen.
Het ging me voornamelijk om tomaten en kaas, misschien een paar ijsjes.
Onderweg maalde het mantra in mijn hoof: kaastomatenijsjes, kaastomatenijsjes, kaastomatenijsjes.

En waarmee denk je dat ik thuiskwam? Met van alles maar zonder k-t-ij. Zoals me al honderden keren overkwam, verdorie.
Terug gaan wilde ik niet.
Bij koelkastinspectie vond ik nog een hompje kaas en anderhalve tomaat. En een paar miniroomtoetjes met maracuja. Die kan ik een kwartiertje invriezen, dan lijkt het ook op ijs.
Met de kaas en tomaten ga ik op rantsoen, dan maar een beetje opletten, dacht ik flink.
Ik neem drie dagen één dunne plak, langzaam eten met kleine  hapjes, voorzichtig doorslikken…
Ach gut 😫.
Morgenochtend nogmaals naar de winkel.
=

Zomerstart


Gennep Januari 2012,  overstroming Niers
Voor de aankomende warme dagen is dit een aardig plaatje als tegenwicht.
Het lijkt me wel wat om in eigen tuin ook een slootje te maken. Aangezien de plannen voor een zwembad  het nooit hebben gehaald is een miniriviertje een beter idee.
Sleuf graven van een meter of vijftien. Niet te diep, met een  bodem van ribbelig zand en wiegende wieren, forelletjes die in en uit het water springen, ik gooi er kleurige schelpen in en maak strandoevers voor een gepaste entourage.
Een mooie naam bedenken. Peelbeach.  Mills Meer.
Zucht.
Moet de warmte nog beginnen zijn mijn hersens al aan het verweken.
Ik houd me maar aan het eenpersoons barretje in de koelkast.
Gegarandeerd fris en alle drankjes bij de hand.
=

Nieuws bijhouden


Er zijn zondagen dat je niemand spreekt op een berichtje na. Dat komt goed uit, ik  lees de kranten. Een lange zit maar ik houd ervan.
In het weekend heb  ik een paar papieren uitgaven. Verschillende, leuk om te vergelijken.
Niet alles lees ik. Sommige columnisten zijn niet aan me besteed, de corona-pandemie sla ik voor driekwart over. De meningen lopen te zeer uiteen en als ongeleerde kan ik ze niet beoordelen.
Door de week klik ik op kadaza en zoek De Gelderlander voor het streeknieuws,  bekijk het lokaaltje voor overlijdensadvertenties.  De doden ken ik  zelden maar iemand legt het later  uit: ‘Dat was dat mannetje met die scheve loop, die vrouw met dat knotje…’
Het journaal houd ik bij  voor de gezichten want ik kan de mensen haast niet uit elkaar houden. Op een paar na, de oranjekleurige uit de VS herken je meteen. Frans de boskabouter ook. En Marion Koopmans natuurlijk aan de serieuze wenkbrauwen.
In bed ga ik nog even door met Googlenieuws op tablet of phone tot ik wakker word van een pijnlijk rug of arm, nieuws is niet geschikt om op te liggen.
Zo kom ik een stille zondag tevreden door.

Nu moet ik de puzzels nog invullen en straks de British Bake 0ff zien, de lange zit begint op een marathon te lijken. Als ik maar niet aan de stoel vastgroei.
Stel je voor, zou ik zelf ook in de krant komen.
‘Je weet wel, de vrouw die altijd kranten las’.
==