corona

Van die dingen


Al vroeg stond ik bij de supers. AH was open, ik wachtte bij de ander.
Er stond een man die gelukzalig een sigaretje wegpafte. Het rook zo lekker kruidig in de ochtendlucht dat ik er trek in kreeg. Ook een paar anderen snuifden, misschien speelde melancholie ons parten.
‘Niet doen,’ zei hij. We lachten.
En praatten.
Over corona, uiteraard. En de vogelgeluiden. De droogte.
Ondanks de afstand hoefden we niet te schreeuwen, een toontje luider spreken wordt gewoon.
Worden de stemmen ook eens getraind.
Oefening voor eenzamen.
==