De zeven deugden

Zie nogmaals historiek
Prudentia (Voorzichtigheid – verstandigheid – wijsheid)
Iustitia (Rechtvaardigheid – rechtschapenheid)
Temperantia (Gematigdheid – matigheid – zelfbeheersing)
Fortitudo (Moed – sterkte – vasthoudendheid – standvastigheid – focus)
Fides (Geloof)
Spes (Hoop)
Caritas (Naastenliefde/Liefde – liefdadigheid)

Hier herken ik ook wel iets van. Voornamelijk in de zedige gezichten van een paar nonnen die les gaven op de Lagere School. De goede niet te na gesproken waren ze door hun schijnheiligheid zondiger dan de leerlingen.
Zelf waren we niet overdreven deugdzaam. De een wat meer dan de ander,

Als jong kind probeerde je het, meestal na indringende verhaaltjes over Jezus’ verdriet (waar je niks van snapte, wat kon een gestolen koekje hem nou helpen) maar je was bereid dat koekje niet te pikken.
Dan voelde je bijna een aureooltje groeien.

Dit stukje is interessant:
De eerste vier zijn de kardinale deugden en gaan al terug tot de oudheid. Deze vier deugden zijn bijvoorbeeld te vinden in Plato’s Politeia. Aristoteles ging dieper in op deze deugden in zijn Ethica Nicomachea.’
Ze zijn dus niet specifiek katholiek, iets wat we als kind altijd dachten tot we begrepen dat bij de andersdenkenden dezelfde waarden golden.
Dat deed dan weer deugd.
==