Heer W ’s laatste woorden

Een eigentijdse winter die niet meer wist hoe het moest.
Met lauwe temperaturen en een enkel fris uitschietertje naar nachtvorst waarbij  heuse rijp tevoorschijn kwam, die je ’s morgens met verbaasde ogen aanschouwde. Wit?  Koud? O ja, dat is, eh…  laat maar.
Later op de dag zag je niet veel meer dan vette wolken, er passeerden verveelde regendagen en lastige stormen. Als in de herfst.
Er staan kindersleetjes in de tuinen; onnozel. Wat weten zij van klimaten.
Opstandig wachtte ik op sneeuwjachten maar het enige wat ik zag was de tijd die landerig voorbij gleed, langzaam lichter wordend.
Toen ik heer W tegenkwam mompelde hij ‘Sorry mevrouw’  maar ja, wat moet een koudeloze winter ook zeggen.