Gewoonten en aanwendsels

Vaak zijn ze zo diep ingesleten dat ze niet meer weg te branden zijn.
Bij huisgenoten die aan elkaar gewend zijn hoeft dat geen probleem te zijn, zolang het om draaglijke gewoonten gaat. En er een beetje sturing is door ouders, onderwijzers en andere opvoeders. We leren netjes te eten. Niet te wiebelen en te snoffen, uitgebreid te krabben of met een been te wippen. Ook op school gelden regels, pennen en irritante tikdingetjes worden verboden. (nog steeds?)
Het lijkt heel streng maar het gaat spelenderwijs en vlugger met oudere broes/zussen. Het hoort bij een redelijk aangepast gedrag.
Over het algemeen komt het goed behalve op kinderfeestjs maar die zijn van een andere orde.

En dan tref je iemand die het bloed onder je nagels vandaan haalt met een ellendig aanwensel. Deze week nog.
Iemand die zijn koffie slurpt. Dat was nog te behappen, een tweede kop bied ik niet aan
Erger is dat hij, sinds hij  niet meer rookt, speelt met lucifers. Een halfvol rammelend doosje.
Opgooien en vangen, opgooien en vangen, opgooien en vangen, van de ene naar de andere hand verplaatsen, op tafel leggen en wegschieten, opgooien en… zoals pa zou zeggen: ik werd er kreessie van.
Ik durfde niets te zeggen.
Net toen ik hem zou wurgen ging de telefoon. Halleluja. Het was een korte boodschap maar brak de spanning, dat gaf me voldoende moed om  een einde aan het bezoek te maken.

Ik heb geen hypergevoelige aandoeningen.
Alleen: kom me niet aan met gefriemel, trilbeen, zoemgeluidjes, malende kaken en andere  dingen waarnaar je gaat kijken en luisteren.
Dan ben je je leven niet zeker.
==