tanden

Zomaar een paar tandjes

Er liep een kunstgebit in de winkelstraat.
Hij was zo vrolijk, lachte zo blij naar iedereen dat alle mensen groetten en zwaaiden, enkele  namen hun pet voor hem af.
Hij wandelde naar de drogist en bekeek daar alle tandpasta’s, de borstels en het flosdraad, hij kreeg een gratis proefpakket.
Daarna naar de groenteboer, die gaf hem een paar worteltjes.
De bakker liep hem achterna met bolletjes volkorenbrood, de slager met een stevig bot.
Toen hij genoeg gegeten had lachte hij nogmaals naar iedereen en huppelde naar huis.
Men praat nog steeds vol lof over hem,
dat blije kunstgebit.
==