Minipostje

Het begon met ’n lichte hoofdpijn.
Daar kwam storing van Ziggo bij. Die is nu verholpen, hoofdpijn is gebleven  met een droge kuch als extraatje.
Ik ga naar bed en komt vanavond wel weer kijken.
Doegdoeg.
ps
ik was niet in China.

 

Nog even over zussen en broers

Nog even over broers en zussen.
Grote gezinnen werden bewierookt door kerken, grote bedrijven en een paar politieke partijen maar in werkelijkheid was het niet altijd zo geweldig.
Afgezien van de feestdagen schuurden de onderlinge verhoudingen wel eens, dat duurde dan even voor de sfeer opklaarde. Begrijpelijk, al die verschillende persoonlijkheden in een (vaak) te kleine woning.
Desondanks hadden we het niet slecht, ik als jongste meisje zeker niet. Geen honger, redelijke rust, verse groenten en fruit, zwembaden dichtbij.
Toch droomde ik van een leven als enig kind, hoogstens met een of twee volwassen broers/zussen.
Het was prettig om over te fantaseren maar vooral de realiteit scheen me hemels toe.
Eigen bed in eigen kamer, eigen boeken en pennen, splinternieuwe fiets, extra-dik chocopasta op brood, zondags een groot ijsje ipv dat dubbeltjesgedoe, meer pa-en-moe, geen pesterig broertje.
Deze wens hield ik zorgvuldig geheim, ik durfde niet ondankbaar en egoïstisch te lijken.
Bovendien kon de zaak niet worden teruggedraaid, dat snapte zelfs een kind
Later begreep ik dat menig ouder hiervoor zou tekenen. Als het begrip gezinsregulatie  bespreekbaar was geweest. Geboortebeperking? Het woord alleen al -mocht iemand dat kennen-  deugde niet.

Maar ik had er al van genoten.
In een eigen sprookje, helemaal van mij alleen.
==

Schelden

Er stond een jong gezin voor de winkel.
Donkerharige kinderen, moeder met hoofddoek.
Het jongetje wees naar de mand met gekleurde ballen die buiten stond, het meisje reikte er al naar. Moeder schudde nee en trok de kleintjes mee verderop, een gewone  gezinssituatie.
Plots een loeiharde kreet:  BEDELAARS.
We keken op, zagen een jochie dat wees naar het gezin en opnieuw schreeuwde: BEDELAARS.
Toen zag hij dat wij hem boos aankeken en fietste razendsnel weg. Het gezin was al verdwenen.
De vrouw naast me riep hem na:  ‘Heb je zeker van jullie pap geleerd?‘ Hij hoorde het niet.

Nu weet ik wel dat dit weinig voorstelt vergeleken bij haatuitingen op twitter e.d.  Ook in  grotere plaatsen in de omgeving zijn we wel wat gewend.
Hier was het zo onverwachts, een ventje van hooguit tien met een halfwas fietsje, op een stil dorpsplein. Misplaatst eigenlijk.
Zo’n rotkoppie met brutale ogen maar zo heb ik het waarschijnlijk wìllen zien.
==

.

Ecce homo


De mens is een vreemd wezen;

hoe naakter men hem ziet, hoe meer hij in zijn hemd .Het komt  goedkoop op me over, een variant op ‘wie lacht niet die de mens beziet.‘ (herkomst niet bekend).
Hoe dan ook. 7Je vraagt je af: wat zie je dan?
Vergeleken met de dieren lijkt de mens op een onbehaarde slingeraap en ja, dat moet een wonderlijk gezicht zijn, denk aan Tarzan en dat was nog een goedogende vent. Ik zie mijn opa al.
Maar dat wordt niet bedoeld, leerden we.
Wat dan wel, de houding, besluitvorming, intelligentie of gebrek daar aan, mentaliteit, emotioneel gedrag? In dat geval is er geen vergelijkingsmateriaal en wie bepaalt dan dat hij lachwekkend is? Dieren? Zij denken niet.
Een superpientere kan smalend doen over simpele zielen.
Een kerkelijke kan neerkijken op huichelaars.
Een braverik kan spugen op dronken carnavalvierders en een stille aanbidder minacht de keus van zijn geliefde.
Andersom echter kijken de laatsten neer op de bespottelijke arroganten.
Wie bepaalt dan het groteske van de mens?
Mensen die zich hoger achten?
Ergo.
Zij zijn de echte lachwekkenden.
==

Strandfoto’s wekken herinneringen

Zussen wilden naar het strand. Moe gaf ze een beetje geld mee, broodjes, dunne ranja en als extraatje het jongste zussie.
Haar doel zal tweeledig zijn geweest, een paar zich vervelende tieners tevreden stellen en een kleintje dat ze in toom zou houden.
Ik was het extraatje, werd achterop de fiets gehesen, voelde me niet welkom maar was allang blij dat ik mee mocht. Bovendien waren de zussen best aardig, dat moet gezegd.
Ze bemoeiden zich niet veel met me,  druk als ze het hadden met gewapper van handdoeken en wimpers. Ze deden interessant met boeken en de transistor. Troffen bekenden.
Ik zag het aan van een afstandje maar hield me stil, ervaren in die dingen.
Tot ik moest plassen. Zoiets deden we altijd in zee, toiletten waren te duur.
Maar ik wilde ook het zussenfeest niet missen.Dus groef ik een kuiltje en deed daar de plas in. Zand erover.
Oudste zus kreeg het in de gaten: Zeg, ga jij es gauw de zee in, vooruit. Beschaamd rende ik naar het water, handen voor de natte plek.
Nog hoor ik het lachen van de meiden en jongens achter me, niet beseffend dat ze me als een klein kind zagen.
Daar voelde ik me te groot voor.
==

.

Eenmalige uitgave ‘De Fabelkrant’


Het sprookjesachtige logo waarmee De Winter adverteert blijkt tot heden toe nep. Een mager nachtvorstje was al wat hij bood. De W. teert op De Herfst en maakt grove misbruik van diens eigenschappen. Mist, grijsheid en natte kilte.
Niettemin raden we  aan een kleine voedselvoorraad in te slaan het grillige karakter van De W.  in aanmerking genomen. Wees onbegaanbare wegen te slim af.
Tenzij er een McDonalds in de omgeving aanwezig is. In dat geval is het eenvoudiger  daar Uw heil te zoeken.
Maakt U zich dus niet dik, dat komt later wel.

In de aanloop naar de Amerikaanse presidentsverkiezingen spelen zich op voorhand chaotische tonelen af hetgeen de FBI ernstig zorgen baart. Er doen geruchten de ronde dat er  reeds vier republikeinse kandidaten in psychiatrische inrichtingen zitten en van zes democraten vreest men voor hun levens omdat ze, naar men zegt, meer dan gemiddeld suïcidaal zijn en huilend te bedde liggen. Ze wachten op de apocalyps.
Een goedgelovige groep ijvert voor rosharige kandidaten gezien het immense succes van de huidige president,  die  momenteel de wereld rondtoert met uitnodigingen voor zijn aankomende winnaarsfeestje.
Aldus onze correspondent.

In Griekenland gaan stemmen op voor een standbeeld voor die goeie ouwe Zorba. Meer nog dan A. Cropolis  promootte hij de geschiedenis van stenengooiende muzikanten en van Cleopatra de Zevende die, zoals bekend, een vriendinnetje was van ene M.Antonius. Haar kleurenblindheid was legendarisch en oogpotlood fantastisch. Bovendien wist ze veel ven winkelen.

Een onderafdeling van de herintredende huisvrouwen is niet tevreden en gaat staken.
‘VREDESBERAAD EN XELIBAAT’ is hun leus. Ze willen niet uitleggen wat ze bedoelen, mogelijk begrijpen ze het zelf ook niet.
Om zich te onderscheiden dragen ze lichtblauwe hesjes met geborduurde golfjes.
De premier roemt hun humoristische actie.

Tot zover deze bijzondere editie.
=====

23 januari ☼

In de zon, nauwelijks wind.
Jas half open, zonnebril bij de hand, koud maar ‘lekker’ koud, vaag vogelgeluid, halfblauwe lucht.
Het lukte een paar dunne bloemetjes te knippen.
Voor minivaasjes, net genoeg om de winter uit te dagen:
en nu jij! Ik ben benieuwd.
Waarschijnlijk luistert hij niet, dat doet hij nooit als ik wat zeg, ik vraag me af of hij oren heeft.
Of met het klimaat samenwerkt. Wie weet is hij het beu dat lastige aardse hoofd koel te houden en aan pensioen toe.
In dat geval wens ik hem voldoende rust en een royale uitkering toe.
Neem ìk genoegen met de zon.
==

Vanmorgen was het mistig

Alweer.
Gisternacht ook al. En vorig jaar en in 2018, 2017, 2016, tot in mijn vroegste jeugd.
Naar men zegt kwam het altijd al voor.
Het moet knap lastig zijn geweest toen er nog geen straten waren en men bij elk stap over een kei of graspol kon struikelen. Reken maar dat er heel wat gebroken benen waren en natuurlijk geen gips voorhanden.
In boeken en films is mist een dankbaar verschijnsel.
Er zijn enge verhalen over gevaarlijke wellustelingen die met zachte zolen jonge vrouwen benaderen. Eerst met onzedelijke wensen en daarna met moordlust als de vrouwen niet meewerken aan de ijselijke genoegens. Buitengewoon spannend, jammer als ze gered worden door een of andere brave Tinus.
Persoonlijk heb ik het niet op mist. Na een paar verdwaalsessies waarvan een in de auto, een op de fiets en de laatste in eigen achtertuin blijf ik al binnen bij het eerste nevelsliertje.
Het zou maar een vergismist zijn zoals die Londen, 1952. Achteraf bleek dat een ongezonde smog te zijn die vijf doden opleverde.
Ik verwacht zoiets niet in ons gebiedje, toch weet je het maar nooit. Met die zwarte gaten en een vreemde planeet die op springen staat. De aanloop naar carnaval. Al het bier dat je blik zo mistig maakt.

Ik zie dat het opklaart.
Kan ik veilig naar de wasmachine. Die staat in de schuur, toch nog gauw een kleine tien meter, voor ik er erg in had zou ik in de vijver zitten, bij de bullebak op schoot.
Vreselijk idee.
==

.