weer·winter

IJs en weder dienende?

Hoewel ik graag een strenge winter tegemoet zie vind ik deze zachte dagen ook prettig.
Een uurtje zon, misschien iets langer, maakt het af.
Je loopt lekker. De was droogt fris. In het tuintje bezig zijn is aangenaam
Je zou buiten gaan zitten als je een plek of terras op het zuiden had.
Het gewas houdt er ook wel van, nieuwe scheuten hier en daar en de passievrucht heeft gezelschap gekregen. Nog knalgroen maar wie weet kleurt hij alsnog.
Ook zag ik nieuwe sprieten uit het plastic grasmatje opkomen, kun je nagaan.

Toch hoop ik op winterweer, desnoods maar een week, dat lijkt me niet teveel gevraagd.
Je kan wel met bussen schuimsneeuw te werk gaan maar dat is zo ongeloofwaardig, voor en achter het huis een reepje wit, de winter zou zich krom lachen en er een extra zonnetje op zetten. Dan krijg je zo’n smeerboel.
Er zit, vrees ik, niets anders op dan sneeuw en ijs af te smeken. Als ongelovige kan ik niet met een echt gebed aankomen maar elke avond een klein versje lijkt me een goed begin:
Onze lieve heertje
geef slecht weertje…

 

.

winter

Winterherinnering

Mijn geheugen is niet al te best maar dit weet ik nog heel goed.
Het uitzicht vanaf de achterdeur in januari 2017.
Of het klopt is niet zeker maar wel dat het spannende tijden waren.
De situatie zag er onbeloopbaar, zelfs gevaarlijk uit, ik zag maar 1 oplossing: een minikabelbaan aanleggen vanaf de deur tot de poort met aftakkingen naar schuur en garage. Je moet toch wát?
Het was nog een lastig karwei voor de buurman die ik daarvoor gevraagd had.
Hij klaarde de klus, staande op een gemotoriseerde arrenslee wamt die bood ruimte voor ladder en materialen. Een buitengewone prestatie en dan die gezellige belletjes, de hele buurt genoot mee.
Het was een fantastische ervaring, plaatsnemen op een stoeltje met zachte zitting, op knopje drukken en daar zoefde ik naar de poort, stuurde naar links voor de schuur, vijf meter verderop naar de garage. En terug. Ik waande me in Zwitserlaagland.
Niks last van gladheid, het liep gesmeerd.
Jammer dat het na een paar uur ging dooien.
Soms droom ik er nog van.
==

oren

Oormeting

Dat  de oren almaar doorgroeien is bekend.
Je ziet het bij de kleine hoofdjes van hoogbejaarden. Een zus had er over gelezen in een van de kranten en belde.
‘Weet je nog van mevr. B? De oren leken groter dan haar koppie. Het is maar goed dat we na het overlijden van Moe het haar eroverheen konden kammen, zij had ook van die landkaarten.’
We lachen ermee. Het is niet anders, iedereen wordt er mee opgezadeld.
Maar ja, ik zit in de leeftijd waarin de toekomst te snel nadert en controleer ze dagelijks.
Meet de lellen, kijk of ik ze al kan oprollen. In dat geval zouden ze met een leuke oorsteker kunnen worden vastgezet.
Dan neem ik de ruimte tussen oor en schouder. Nog tussen de twintig en vijfentwintig cm dus rek ik mijn nek en meet weer, dan valt het mee.(ik meet royaal).
Het is een voordeel dat je er niet mee naar de oorarts hoeft, je weet maar nooit of de goede apparatuur gebruikt wordt met die race om Beste Ziekenhuizen.

De vorige keer was mijn haar te kort geknipt, stel je voor dat je dan al te lange oren hebt. Dan steken ze van boven, -onder en opzij van je kapsel uit. Ik moet er niet aan dénken.
Als je dood bent weet je het zelf niet meer, dat is een troost.
Ik zou het niet willen horen dat iemand zei ‘mam ligt er mooi bij maar ze hadden haar  oren wel eens mogen trimmen.’
==

.

kwijtraken

Kwijtraken

Een paar weken geleden verwachtte ik een telefoontje.
Het kwam toen ik de badkamer was, daarna legde ik het toestel neer en vergat het.
Eergisteren gebeurde hetzelfde, deze keer op het toilet. Ook daar  legde ik het toestel naast me.
Een uurtje later kwam er iemand op de koffie. Na toiletgebruik  legde ze de telefoon voor me neer waarbij ze me bevreemd aankeek. ‘Op de grond,’ zei ze.
‘Aha, lag hij dáár,’ zei ik, ‘ik sprak net even met M.’
Nu bekeek ze me nog raarder. ‘Doe je dat op de wc??’
Ik keek verbaasd terug.
‘Hij belde net op dat tijdstip, kan toch?’  En legde het uit.
Ze zuchtte van opluchting, ik was nog niet aan het verkindsen.

De telefoons slingeren regelmatig ergens rond evenals het tabletje.
Net als voorheen de leesbril, dat loste ik op door op alle tafels in in alle vertrekken een bril neer te leggen.
Maar een stapel telefoontjes kopen gaat me te ver.
Ik wacht wel op visite.
==

kerstboom

Kerstboomlicht

Na het ophangen van het vijfde lichtsnoer is de boom vol genoeg.
Hij geeft nu zoveel licht dat de hele straat er van meegenoot als ik hem in de voortuin zou zetten.
Dat doe ik natuurlijk niet.
Stel dat iemand het lekt naar de media.
Ik zie ze al komen en plaatsen:
‘groot licht in Oost-Brabant,  vrouw zet kerstboom voor de hele straat’
en meer van dat.
Het idee.
Mijn kunstboompje straalt stilletjes de kamer in.
Naar mij.
==

aardrijkskunde

Aardrijkskunde over 100 jaar


Dit, kinderen, is Gallië, vermaard om zijn zelfredzaamheid en afkeer van buitenlandse goederen.
Voorheen heette het Frankrijk.
Moeilijk uit te leggen waarom ze de oude naam weer hebben aangenomen, mogelijk speelde een hang naar stripheldendom een rol.

Hier zien we Noord-Amerika.
Eens een enthousiast nieuwlichterswereldeel, in de 21e eeuw verworden tot een paar groepen van staten in verbitterde tweespalt. Democraten vs republikeinen, ze doen denken aan de oude Europese koninkrijken.

Een van onze buurlanden is Engeland.
Het tracht zich te handhaven tussen aanhangers van de Europese gedachte, te weten Ierland en Schotland die zich terugtrokken trokken van eigenzinnige Britse opvattingen en de banden met Engeland verbraken.
Het waren moeilijke tijden.

Ons eigen land, Nederland zoals je hopelijk weet, is eveneens een probleemstaat .
Niettemin floreert de economie, gewend als we zijn aan gekissebis, naijver, winstbejag, overeenkomsten met uitweggetjes en andere poldermodellen.

Tot zover deze les.
Volgende week de rest van de wereld.
==

kerstmis

Hoe feestelijk was kerstmis?

Het schiet me zomaar te binnen.
Dat de dag voor kerstmis spannend was en het feest zelf bestond uit lekker eten en lange hangdagen.
Dat er nooit een kerstboom was.
Dat vonden we niet erg, katholieken hadden een kerststal. Bij ons waren het hopeloze erfstukken, schaapjes met aangevreten oren en een Jezusje zonder neus, Maria nog half geverfd.
‘Volgend jaar toch eens nieuwe kopen‘  maar alles werd opgeborgen en het jaar erop weer uitgestald met nog meer gebreken.
Op kerstavond was het spannend, lampen uit, kaarsjes aan.
Er hing een tevreden sfeer,  aandoenlijk, met vlammetjes en oranje micaruitjes van de kachel als enige lichtbron. We waren rustig, het kwam niet in ons op te vervelen of te zeuren, we zongen lieve liedjes voor het neusloze kindeke.
Maar ja.
Na een paar kerstliedjes wilden de groten het licht aan, lezen, kaarten, handwerken en Pa zocht de krant.
Wij hingen rond de kaarsjes. Wie het langst zijn vinger in de kaarsvlam kon houden of heel langzaam blazen zodat het vuur nog nèt niet het strodakje raakte.
Natuurlijk werd het janken. ‘Hij duwde me, zij begon…
Even natuurlijk riep iemand ‘BRAND!’ voor de grap.
Dan was de kerstavond voorbij, we moesten vroeg naar bed en meteen slapen, dan mochten we mee naar de nachtmis.
Midden in de nacht op straat, goh!
==

verhaaltje

Koud

Het is stil in de kamer. De laptop suist zacht, in duet met gespetter van de kaars die bij tochtvlagen flakkert. Aardig beginnetje, beetje tè?
De tocht is vervelend en ik trek een vest aan.
Ik zit aan de toetsen en tik. Mijn brein doet zijn best, de combinatie van suizel en vlam stuurt me richting romantiek.
Hm. Hoe valt dat te rijmen met een rillerige rug en kriebelkeel, voor romantiek helpt warmte beter. Ik zoek sokken.
Enkele vernieuwende ideeën dienen zich aan.
Het zijn er niet veel en ze  laten zich met moeite vangen.
Verdorie, ik had me verheugd op een nieuw verhaal, dacht dat ik er van zou opknappen.
Eerder krijg ik het kouder en ga op zoek. Alle ramen zijn dicht, themostaat staat op 22 graden, te hoog maar ik ril nog steeds. Het is duidelijk dat ik niet in orde ben, zelfs mijn voeten worden niet warm.
Enfin, nog even doorbijten.
Het vest rits ik op tot de kin, trek de sokken hoog op en ga weer aan het bureau.
Geen goed idee. Ik zit en kijk en denk en weet niets.
Ook het kaarsengeflakker stoort me. Hoe kan dat eigenlijk? Met gesloten ramen?
Nogmaals de ronde doen en dan zie ik overgordijnen waaien. Nu weet ik waar de trek vandaan komt.
De tuindeuren erachter staan op een forse kier.
Had ik zelf gedaan, na het lappen niet goed afgesloten.
Ik vloek, door het gebibber niet zo hartgrondig als ik zou willen.
Er rest niets anders dan de laptop te sluiten.
Eerst warm worden.
==