Spijt. Mini-essay.

Het hebben van spijt is verloren tijd, las ik ergens
O ja? Dan ben ik veel tijd kwijtgeraakt en er zal nog wel meer  bijkomen.

De vraag werd hier en daar op tafel gegooid.
‘Hebben jullie wel eens spijt van het een of ander?’
De antwoorden waren niet altijd duidelijk. Begrijpelijk, het impliceert  dat je iets verkeerd hebt gedaan en om dat openlijk te bekennen valt niet mee.
Angst voor (ketting-)reacties met hernieuwde ruzie speelde ook een rol, ik maakte het mee.
Doodjammer, het zou menige broer-zusverhouding verbeteren als je openlijk spijt kon betuigen en daarmee de lucht klaarde. Het zwijgen behoort tot het rijk van familiegeheimen, een roman waardig. Dat is dan weer een voordeel vooropgesteld dat iemand het boek zou schrijven maar dan komt spijt te laat.
Nu kwamen we zelden veel verder dan algemeenheden.
Ja, natuurlijk, jij niet?‘ en bekentenissen over een schop naar de kat of ‘dat had ik die agent niet moeten zeggen’ en dergelijke.

Onherroepelijk kwam daarna een ander soort spijt ter sprake, hoe men rijkdom is misgelopen, of goede banen, of een diploma. Meestal werd hiermee aan goede karaktertrekken gerefereerd hetgeen de spijt in een gunstig daglicht plaatste.
‘Ik was te bescheiden’ ‘te netjes’ ‘miste de brutaliteit’ ‘niet chic genoeg’.
Maar soms, heel soms, zei iemand iets als ‘ik heb nergens spijt van‘.
Een bekende zei het ronduit: ‘natuurlijk was ik soms fout maar het is geweest. Jammer maar moet ik daar bij stilstaan? Het leven gaat door.’
Daar ben ik jaloers op, ik wilde dat ik zo kon denken.
Het zou me zoveel tijd opleveren.
=

.

Advertenties