Verhipkip

Er wandelde een kip door de winkelstraat.
Ouderwets kuierend in de zon, de kop van links naar rechts draaiend leek ze winkels en mensen aandachtig op te nemen.
Niet dat ze veel zag, de ogen deden haar naam eer aan. Ze staarde slechts, kippen doen dat. Ze kijken vrij onnozel.
Deze en gene merkten haar op en riepen dingen als ‘hé, leg eens een ei’ en ‘verhip, een kip’ en ook wel ‘loop me niet voor de voeten’ of ‘rot op naar je hok’.
Dan hipte ze opzij, onnozel, inderdaad.
In een schaduwplek ging ze even zitten om uit te rusten.
Plotseling hoorde ze iemand lachen. Toen nog meer mensen, tot een massale slappe lach opklonk.
Kippig staarde ze links en rechts, vanuit de ingang van een KFC

==

.