Huisdieren en eigenaren


Er liep een man met zijn hond aan de riem. Ze lieten elkaar uit. Woordeloos, elk  begreep de ander.
Even verderop wandelde een hond met zijn man. Ook zij lieten elkaar uit in zwijgend  begrip.
Toen de stellen elkaar tegenkwamen groetten ze allen beleefd, een knikje, een grom.
Ze waren gewend aan dooreengelopen identiteiten.
Tot zover de praktijk van honden en baasjes die op elkaar gaan lijken, ze merken het verschil niet meer.
Daar kwam plotseling een kat te voorschijn, hij leidde een vrouw.  Uitdagend, sjiek riempje om haar nek, zachtleren handlus tussen de tanden van de ander.
Honden en mannen keerden zich en bloc van hen af. Walgend.
‘Jaloerse krengen,’ mompelden ze.
==