Alwéér die wolf

Er staat een man voor de deur als ik opendoe.
– Alstublieft mevrouw, mag ik hier schuilen tot morgenochtend?
Ik bekijk hem. Keurig uiterlijk ondanks de stromende regen.
Druppelende, toch nette jas.
Felle blik maar daar houd ik wel van. Sterker, het doet me hem meteen binnenlaten.
Opgelucht zet hij zich in de keuken, accepteert koffie, een broodje en met een verrast ‘ja graag’ ook een cognac.
Intussen droog ik zijn jas en steek een paar kaarsen aan.
Hij ziet het.
– Mevrouw, eh, ik ben niet op een avontuurtje uit …’
Ik glimlach hem toe. ‘Waarom niet? Voor één nachtje…’
Zijn ogen versluieren. Keurend bekijkt hij me.
– Misschien.
De avond vordert, het is sfeervol en de stemming is sexy. Ik gloei.
Tegen twaalven staat hij op.
-Eén plicht heb ik nog, dan kom ik terug. Houd het bed warm.
Node laat ik hem gaan.
En lig in bed, wacht en wacht en tenslotte is hij daar. Ik hoor hem poedelen onder de douche.
We lachen bij het weerzien.

De ochtend daarop vind ik in de badkamer bebloede kleren, haren, vuil.
Wat, frons ik, was die plicht van hem? Was hij een terrorist? Psychopaat? Lustmoordenaar?
Griezelend maar flink confronteer ik hem ermee.
Hij zucht.
– Het was een taai slachtoffer, ik kon hem niet opvreten zonder te knoeien.
Sorry. –
=

Advertenties