Achtertuintje

Het is al weer te droog.
Knolletjes en zaadjes die ik in de grond stopte besproei ik licht.
Te vroeg, volgens een kennis, gezaaid vóór de IJsheiligen kunnen ze bevriezen.
Daar trek ik me niks van aan.
Ervaring doet ook wat. Ik weet dat het gros -en meer- ontkiemt.
En nog wat. Hebben de ijsheiligen nog iets te zeggen met de klimaatveranderingen? Zijn ze nog wel geldig? Ik betwijfel het. De verhalen van ‘in juni bevroren de poters nog’ dateren altijd van vroeger.
Hoe dan ook.
Ik wacht op groene puntjes in de achtertuin, met argusogen zoek ik dagelijks maar niets komt de grond uit.
Hier en daar een spijtig grassprietje dat sorry zegt.
Het is te vroeg, houd ik mezelf voor, over een maand wanhoop je door het oerwoud van wildgroeiende bloemen en planten.
Wat heb ik aan die gedachte?
Ik kijk ze NU de grond uit. Daar besproei ik ze voor. Ik bid voor ze en duim, smeek desnoods.
Wat willen ze nog meer?
Zelfs wildgroei verwelkom ik.
==

Advertenties

Laatste paasbericht

De kip die dit legde schrok hevig.
Een ei met een vachtje en olijk gezicht.
Heel vreemd.
Ách,’ zei haar moeder, ‘dat overkomt bijna alle kippen wel eens in deze weken.
Een haasei. Nou en?’