Voorraam


De fleurige bloempotjes en -emmertjes in de rommelwinkels stonden me wel aan.
Ik zette ze her en der neer tot het verveelde.
Weggooien kon niet, ik verplaatste ze naar een lege plank. Stond best aardig, al die felle kleurtjes. Af en toe kocht ik er een bij tot de plank vol was.
Toen zag ik mensen stilstaan en naar ons raam wijzen.
Het duurde even voor ik begreep dat ze naar de bloempotjes keken die op de lege plank stonden, de vensterbank.
Echtgenoot lachte er om dus liet ik ze staan.
Nu heeft de zon ze verkleurd en is het een fletse bedoening geworden.
Maar ja, de rommelwinkels in het dorp zijn verhuisd naar verderopse plaatsen. Daar komen we niet vaak.
De kijkers zullen het met deze moeten doen.
Ik ook.
Waar een mens al niet door geplaagd wordt.
-=

Advertenties