Ondergang. sf

Het water steeg.
Zeeën reikten naar land.
Trokken zich terug en namen  overtollig afval en uitgespuugde  kauwgummetjes mee.
De tijd liep door; de vloed kwam hoger, en hoger, stranden verzonken evenals de rest van alle werelddelen. De mensheid verging.

Eonen verstreken voordat de aarde tot rust kwam en zich opnieuw in land en water verdeelde en leven voortbracht.
Op verschillende plekken verschenen nieuwe mensen
De geschiedenis herhaalde zich, ze groeiden uit tot een intelligent en nieuwsgierig ras.
Vanzelfsprekend wilden ook zij alles weten over hun voorouders.
Ze betastten de aarde, onderzochten de zeëen, exploreerden de maan, ontdekten oude wetenschappen en determineerden diepbegraven botten.

Toen, zoekend in diepere lagen en troggen, stuitten ze op de onverklaarbare vondst van ondefinieerbare kleine voorwerpjes, divers van vorm maar ontegenzeggelijk vergelijkbaar.
Ze oogden gebleekt en hadden vaak diepe moeten. Niets in de oude informatie hielp hen verder tot ze bij een diepteanalyse de kern ontleedden.
Het bleek een eetbare soort te zijn, rubberachtig en rekbaar, opgebouwd uit weinig voedingsstoffen maar waarschijnlijk veelgebruikt door primitieven.

Eindelijk werd de ondergang van de toenmalige mens begrepen.
Deze kòn zich niet weren tegen de klimatologische wreedheden, onvoldoende gevoed als hij was door dit karige dieet.
Een droeve ontdekking.
==

Advertenties