Vissen

Echtgenoot was geen visser, te rusteloos.
Een kennis haalde hem over.
Op diens aanraden kocht hij een hengel, leefnet, doosjes met dobbers, andere rommel die ik niet wilde zien (angels…) bietste mijn beste emmer en een stapel brood en ging het proberen.
Hij nam zoon (vier of vijf jaar) mee. Leerzaam, dacht hij.
Het werd een korte les.
Binnen anderhalf uur waren ze terug met een lege emmer en het leefnet nog in de verpakking,
‘Ik had geen aas meer,’ zei hij en wees naar zoon, ‘hij heeft alles opgegeten,’ ‘Ik verveelde me dood,’ zei de jongen, ‘ik had honger en je kon er niets kopen.’
Ehh, hoe, wat, ik snapte het niet.
‘Een paar balletjes brood waren als aas bedoeld,’ legde man uit ‘de rest wou ik in het water strooien, als lokvoer. Maar het was al op.’
‘Had je geen wurmen?’
Glazig keek hij me aan.
Toen wist ik het weer, hij zou nooit, echt nóóit, een worm oppakken.
Dat begreep ik wèl.
==

Advertenties